Veel gereken en geschuif in squashwereld; Toestroom van buitenlandse spelers zorgt voor topsport én competitievervalsing

Wie denkt dat er in het voetbal veel buitenlanders spelen, moet eens naar de Nederlandse squashcompetitie kijken. Bij de mannen bestaan de basisploegen in de eredivisie voor maar liefst tachtig procent uit import.

AMSTERDAM, 19 SEPT. Paul Turken, voorzitter van de Squash Bond Nederland (SBN), is trots op de sterke bezetting van de competitie. Maar hij verbaast zich ook over de hoeveelheid geld die de clubs blijkbaar hebben te besteden. Hij weet dat de topsquashers niet voor niets in Nederland komen spelen. Liefst vijftien spelers uit de top-50 van de wereld, waarvan zes uit de bovenste tien, alsmede wereldkampioene Sarah Fizgerald (HSRC) bij de vrouwen, zijn ingeschreven bij de SBN. Jonathon Power, derde van de wereld, is de duurste attractie. De 23-jarige Canadees kost ongeveer 3.500 gulden per optreden voor het Amsterdamse Squash City.

De sterk bezette eredivisie staat de komende maanden garant voor veel topsquash in Nederland, maar de grote toeloop van buitenlandse spelers zal ook voor een rommelig verloop van de competitie zorgen. Zo zullen de ploegen voortdurend in wisselende samenstellingen spelen. De sterspelers zijn door individuele toernooien niet altijd beschikbaar en bovendien stellen de meeste clubs hun toppers vanwege de kosten alleen op als dat strikt noodzakelijk is. Een speler moet in ieder geval vijf (van de veertien) wedstrijden spelen, anders mag hij niet aan de play-offs meedoen. En om dat ene weekeinde in maart draait het allemaal.

Dus proberen de teamleiders als ware boekhouders hun ploegen zo economisch mogelijk samen te stellen. “Ik heb er hoofdpijn van”, zegt Andrew Davidson, directeur van het in hartje Amsterdam gelegen Squash City. “Het is een enorm gereken en geschuif. Wie kan er wel spelen, wie kan er niet? Ik heb voor duizenden guldens zitten bellen. Vlak voor het einde van de inschrijfperiode zaten de topspelers allemaal in Hongkong. Nog steeds weet ik het telefoonnummer van het hotel en hun kamernummers uit mijn hoofd.”

Squash City, vorig jaar verliezend finalist, is dé favoriet voor de titel. Het heeft in Delta Lloyd Bank een grote sponsor gevonden en kon daarom onder anderen een topspeler als Jonathon Power binnenhalen. Volgens Davidson speelt de grillige Canadees voor een vriendenprijs in de hoofdstad. “Als hij een weekeinde bij zijn club in Duitsland speelt, krijgt hij 8.000 mark.”

De andere clubs hebben veel minder te besteden. Voorzitter Jacob Remeijnse van HSRC wil niet vertellen hoeveel hij per duel aan wereldkampioene Sarah Fizgerald kwijt is. Maar aangezien het hele vrouwenteam hem per optreden 2.200 gulden kost, kan het nooit meer dan 1.500 gulden zijn. “Ik heb echt een werelddeal met Fizgerald afgesloten”, verklapt Remeijnse, zelf een voormalige nationale topspeler. Hij hoopt met Fizgerald in de gelederen een kans op de titel te maken, bij de mannen is hij al blij met klassebehoud. “En als dat zeker is, geef ik daarna uiteraard geen gulden meer uit aan spelers. Dan bewaar ik mijn geld liever voor volgend seizoen.”

Veel ploegen zullen zo te werk gaan. Er is dus duidelijk sprake van competitievervalsing. Zo weet Erik van der Pluijm, aanvoerder en naamgever van de landskampioen uit Maastricht, nu al dat bij de eerste thuiswedstrijd, komende dinsdag, Weert niet met zijn beste spelers zal verschijnen. Want de tegenstander acht zich ook in zijn sterkste samenstelling kansloos en wil geen geld verkwisten. “Dus winnen we op ons dooie gemak en heeft zo'n wedstrijd geen enkele uitstraling”, zegt de 36-jarige Van der Pluijm, voormalig drievoudig Nederlands kampioen, tot zijn spijt. Hij is voorstander van een competitie zonder play-offs. “Want dan telt elke wedstrijd en kan een club het zich niet meer permitteren punten weg te geven.”

Van der Pluijm denkt dat hij met zijn 30.000 gulden ruim de helft minder aan budget heeft dan Squash City. Toch acht hij zijn ploeg niet kansloos. “Ik wil bewijzen dat zij niet de juiste weg bewandelen.” De eigenaar van een Limburgs squashcentrum vindt het “overdreven” dat de concurrent uit Amsterdam zo veel buitenlandse toppers bij de SBN heeft aangemeld, afgezien van Power onder anderen ook Eyles (vierde van de wereld), Johnson (achtste), Hill (negende) en Jenson (dertiende). “Er kunnen toch maar vier man spelen”, zegt Van der Pluijm. “Het lijkt wel of ze al die topspelers op de lijst hebben gezet om te voorkomen dat andere clubs die jongens benaderen.”

Volgens Davidson van Squash City is dat absoluut niet de bedoeling. Hij heeft zich moeten wapenen omdat Power uitgerekend in het weekeinde van de play-offs ook zijn titel in het open Oostenrijkse kampioenschap moet verdedigen. “Ik moet wel zorgen dat er straks een goede ploeg staat. De sponsor stopt tienduizenden guldens in dit plan en daarom voel ik de verplichting om voor het kampioenschap te spelen.”

Squash City heeft ook nog een Nederlander op de spelerslijst staan, Eric Smit als nummer zes. Dat is een reserveplaats, maar toch weet de routinier dat hij dit seizoen minstens tien wedstrijden speelt. “Dat was een voorwaarde van me. Ik wil spelen, want het wordt smullen met al die toppers.” Van der Pluijm heeft al bij zijn eerste vier spelers een plek ingeruimd voor Lucas Buit, die als eerste Nederlander pas 71ste op de wereldranglijst staat. “Voor hetzelfde geld had ik een buitenlander uit de top-10 kunnen aantrekken. Maar ik heb een band met Lucas en ik denk ook dat hij als Nederlands kampioen meer aandacht trekt dan de nummer acht of negen van de wereld.” Smit: “Je moet als ploeg een Nederlands smoel hebben.”

Deze competitie is een belangrijke proefperiode. Niet eerder hebben de sponsors zo veel geld in het squash gestopt. Kunnen de clubs de geldschieters ook waar voor hun geld bieden? Squash krijgt weinig zendtijd op televisie en dus zullen er andere wegen moeten worden gevonden. De ploeg van Van der Pluijm slaat voor uitwedstrijden een balletje met regionale relaties van sponsor Brunel IT. “Op dat gebied ligt de grote kracht van squash”, aldus de aanvoerder. “We moeten uit Limburg komen. Om alle files te ontlopen, moeten we toch steeds zo'n drie, vier uur voor een wedstrijd in Amsterdam, Den Haag of Rotterdam aanwezig zijn. Dus hebben we alle tijd.”