Universiteit Leiden wil Yale van Europa worden

De Universiteit Leiden gaat als eerste universiteit in Nederland beginnen met een nevenvestiging in Den Haag. Wordt het traditionele Leiden het Veronica van de universiteiten?

DEN HAAG, 19 SEPT. Een naambordje met het zegel van Johan Huizinga ontbreekt nog. Maar sinds deze week beschikt de Universiteit Leiden over een nevenvestiging op het Lange Voorhout in Den Haag. Het huurpand op nummer 26 geldt als uitvalsbasis voor contacten met het regionale bedrijfsleven, de stad Den Haag en de landelijke politiek. Want de Leidse universiteit wil in Den Haag postdoctorale opleidingen in de telecommunicatie en internationaal recht beginnen, evenals een masterclass voor talentvolle VWO'ers met een bèta-knobbel.

De dependance is een nieuw unique selling point in de strijd om de student, zegt lobbyist Adriaan in 't Groen. Op zijn visitekaartje prijkt de functie 'project-directeur Universitaire Ontwikkeling' - “mijn taak is nieuwe kansen voor de Leidse universiteit te stimuleren”. De stad, de bedrijven en de middelbare scholen in de regio kunnen in de dependance kennis halen in de vorm van postdoctorale cursussen, masterclasses en multidisciplinair advies van een nog op te richten universitaire adviesraad voor de stad Den Haag, onder leiding van de bestuurskundige U. Rosenthal. En de universiteit hoopt op geld en kennis van bedrijven, en op meer studenten.

Het is het derde achtereenvolgende initiatief waarmee Leiden zich onderscheidt van de andere universiteiten. Vorig jaar kwam de universiteit onder het motto Koersen op kwaliteit als eerste en enige universiteit met een 'bindend studieadvies'. Eerstejaars moeten in hun eerste studiejaar ten minste de helft van het aantal studiepunten halen, anders worden ze weggestuurd. Vervolgens ontdeed de universiteit zich bij de opening van dit academisch jaar van het voorvoegsel 'rijks'. “Dat was symbolisch”, zegt collegevoorzitter L. Vredevoogd. “We willen geen buitenplaats van het rijk zijn. We zijn uniek en niet te vervangen.” Om de kosten te drukken voert de universiteit de naamswijziging overigens low key door. Zo blijven oude contracten geldig en moet eerst het papier op met het oude logo.

De vraag rijst waarom een eerbiedwaardige universiteit als Leiden, die in 1575 door Willem van Oranje aan de burgers van de stad is geschonken en die altijd wars is van modernismen, zo'n eigenzinnige, marktgerichte koers vaart.

In 't Groen: “De universiteit staat allang op de markt. Want weinig geld in combinatie met een woud van regels, ik noem dat de tötliche Umklammerung van de staat, helpen Nederland en ons niet verder. Een hoogwaardige kennissamenleving kun je alleen krijgen als universiteiten op een vrije markt kunnen opereren.”

Vredevoogd beaamt dat. Om te kunnen overleven (“Het water staat ons aan de lippen”) moet de Leidse universiteit in zijn ogen uitgroeien tot “het Yale van Europa”. Een klassieke universiteit, met als kerntaak hoogwaardig onderwijs, en onderzoek dat de diepte ingaat. Een universiteit die hoogwaardige kennis en veel talent genereert. Een universiteit bovendien waar een directe band bestaat tussen de academie, studenten en bedrijven.

Voorwaarde daarvoor is wel dat de universiteit, zegt Vredevoogd, de kans krijgt zich aan het eenvormige onderwijsstelsel te ontworstelen en aparte afspraken kan maken met minister Hermans van Onderwijs. In die opzet moeten bedrijven, studenten en ouders flink meebetalen aan het onderwijs, terwijl de minister zich terugtrekt als grootste geldschieter. Hij moet de universiteit meer vrijheid geven en zich concentreren op kwaliteitscontrole.

De vrijheid wil de collegevoorzitter benutten voor selectie aan de poort, voor de mogelijkheid een nieuwe studierichting te beginnen zonder dat het ministerie dat vooraf fiatteert, en voor verhoging van het collegegeld in Leiden “omdat studenten hier”, aldus de universiteitsbestuurder “meer begeleiding krijgen dan op een andere universiteit”. Daarnaast moet het fiscaal aantrekkelijker worden voor bedrijven om mee te betalen aan het onderwijs in de eerste fase van de studie. Angst dat bedrijven vervolgens het curriculum dicteren doet Vredevoogd af als “onzin”. “Dat gebeurt ook niet bij het onderzoek. Dan zouden we onze doelstellingen verkwanselen en onze marktpositie ondergraven. Nee, er is sprake van een gezonde bemoeienis.”

Geldt de Leidse universiteit met deze privatiseringswens als het Veronica van de universiteiten? De collegevoorzitter lacht. “Voor een deel wel. Maar in feite gaat het om meervoudige financiering en keren we terug op de sporen van de oude universiteit die van oorsprong statenloos was.” Van algehele privatisering is geen sprake, omdat de universiteit voor een deel afhankelijk is van overheidsfinanciering. Te denken valt aan het bekostigen van fundamenteel onderzoek, het bijdragen aan “cultureel onmisbare studies” als filosofie en de financiering van talenstudies waarvan de overheid de grootste afnemer is. Ook moet de overheid een studiebeurs blijven verstrekken, in elk geval aan weinig draagkrachtige maar talentvolle studenten. Dat is een aanzienlijk hoger bedrag dan nu het geval is, omdat daarin de vaste staatsbijdrage aan de universiteiten verrekend kan worden. Bovendien dient de universiteit zich bij de minister te verantwoorden voor de kwaliteit van het onderwijs.

Vredevoogd: “Talent en prestatie moeten de spil worden van het systeem. Overigens vergt de omslag wel tijd. Ouders moeten niet opeens van het ene op het andere jaar 5.000 tot 50.000 gulden collegegeld gaan betalen, de hoogte daarvan varieert per studie. Ze moeten zich daar op kunnen instellen, bijvoorbeeld door bij geboorte van een kind een studiekostenverzekering af te sluiten.”

En minister Hermans? Heeft hij er oren naar? In het regeerakkoord wordt gerept van nieuwe verantwoordelijkheden van instellingen. “Ik heb al aangegeven dat ik met het veld zal praten over de lange-termijnagenda voor het hoger onderwijs. Daarin zal het onder andere gaan over de vraag hoe we meer flexibiliteit in studies kunnen aanbrengen en welke rol de markt daarin kan spelen. Een definitief oordeel over de ideeën van Leiden kan ik pas geven als ik met iedereen heb gesproken.”