Tussen Armageddon en het beloofde land

De koersen van de hoofdfondsen op de Amsterdamse effectenbeurs zullen de komende maanden nog aanzienlijk stijgen. Dat is althans de verwachting van de meeste mensen die de stand van de beursgraadmeter AEX voor het eind van dit jaar voorspelden. Enkele extreme pessimisten voorzien echter een waar Armageddon.

AMSTERDAM, 19 SEPT. Driehonderd inzenders, misschien wat meer, werden ter redactie van NRC Handelsblad zo'n beetje verwacht op de prijsvraag: raad de stand van de AEX-index aan het einde van 1998. Het werden er 2.023.

De lotgevallen van de aandelenkoersen houden de gemoederen van beleggend Nederland uiteraard zeer bezig. De onzekere tijden waarin de aandelenbeurzen wereldwijd zijn terechtgekomen gaven de inzenders meer dan voldoende inspiratie.

Samen voorspellen zij gemiddeld een uitkomst van 1.108,72 punten voor het slot van de AEX-index van dit jaar (slotkoers gisteren 959,57 punten). Maar achter dat gemiddelde schuilt een breed palet van meningen en intuïties.

De vijf grootste optimisten zetten in op een AEX-stand van boven de 1.600 punten, hetgeen een koersstijging van ruim 50 procent zou vergen in de zestien weken tussen de laatste mogelijkheid tot inzenden en het einde van het jaar. Zo'n stijging heeft zich een periode van zestien weken nog nimmer in het bestaan van de AEX-index voorgedaan, hoewel de koersen in de zestien weken tot 4 mei 1998 met 34,3 procent omhoog gingen, en in de zestien weken voor 24 juli 1997 zelfs met 40,3 procent omhoogschoten. Extreme voorspellers zijn statistisch gezien niet helemaal kansloos.

Die boodschap is niet besteed aan de drie grootste doemdenkers onder de inzenders. Die zitten op 109,55 punten, 220 punten en 250 punten voor het eind van het jaar - waarmee de aandelenkoersen in een Armageddon-scenario worden teruggeworpen naar de eerste helft van de jaren tachtig.

Dergelijke koersdalingen zouden even uniek als rampzalig zijn. De sterkste koersdaling over zestien weken deed zich voor in de periode tot 30 november 1987, met 44,1 procent, en in de periode voor 4 januari 1988, met 38,0 procent.

Het gros van de deelnemers aan de AEX-prijsvraag is echter gematigd: 82,5 procent van de inzendingen ligt tussen 913 punten (het slot van 1997) en 1.323 punten (de piekstand van 21 juli van dit jaar).

Het gemiddelde van 1.108,72 punten dat de inzenders samen opleveren is geen evenredige weerspiegeling van de inzendingen. Van een 'normale verdeling' is niet echt sprake, zoals de grafische weergave hieronder toont. De meeste schattingen liggen boven de 1.108, zodat de mediaan - de middelste van de 2023 waarnemingen - op 1.132 punten ligt. Geconcludeerd mag worden dat de optimisten groter in getal zijn dan de pessimisten, maar dat de pessimisten extremer hebben voorspeld dan de optimisten.

Verschillen zijn er ook tussen beleggers en niet-beleggers. De 1.610 inzenders die aangaven zelf te beleggen schatten de AEX-index gemiddeld in op 1.118,82 punten. De niet-beleggers zitten daar, met een gemiddelde van 1.069,72 punten, beduidend onder. Minder last van wishful thinking, wellicht, of toch een zweem van afgunst over de aanhoudende vermogenswinst van de beleggers?

Lezers werd ook gevraagd een korte verklaring te geven voor hun raming. De aangetroffen verklaringen variëren van uitermate luchtig (“mijn broer zegt het, en die kan het weten”) tot zeer serieus en rationeel. De crises in Azië en Rusland figureren overweldigend, maar de conclusies die daaruit worden getrokken lopen ver uiteen. Overdreven angsten, is het devies van de hoog-voorspellers. We moeten het ergste nog krijgen, dat van de doemdenkers. Banken vallen bij hen als dominostenen, in Rusland wordt het burgeroorlog en Clinton is al lang geen president meer.

Is de uitslag representatief voor de mening van beleggende Nederlanders over de beurs? Nee. Hoewel het aantal in principe ruim voldoende is om representatief te kunnen zijn, is de selectie dat niet. Het vrijwillig insturen van de mening geeft als resultaat vaak een breder palet van uitkomsten, omdat mensen met een uitgesproken positieve of negatieve mening eerder de neiging zullen hebben in te zenden, dan dat op basis van een aselecte steekproef naar de mening zou zijn gevraagd. En de NRC-lezers vormen geen representatie van de Nederlandse bevolking, al komen zij vermoedelijk wel dichter in de buurt van het “typisch beleggende” deel van Nederland.

Ook onbekend is hoe de stemming op de beurs zelf de stemming van de inzenders heeft beïnvloed. In de periode dat kon worden ingezonden noteerde de AEX-index gemiddeld 1.056,04 punten, en dat is flink hoger dan waarop gisteren, een week later, werd afgesloten. Dat de gemiddelde voorspelling toch hoger ligt dan wat de AEX deed in de periode dat kon worden ingezonden, tekent het voorzichtige optimisme waarmee de inzenders de beurs tegemoet blijven zien.

Mocht de AEX-index inderdaad eindigen op de gemiddelde voorspelling van 1.108,72 punten, dan hebben de inzenders gezamenlijk een rendement voorspeld van 21,4 procent ten opzichte van het slot van 1997. En dat is niet echt iets om ontevreden over te zijn.

Zeker niet voor B. Arons te Tiel, want die zond een eindstand in van 1.108,7 en toonde zich daarmee de meest evenwichtige onder de ruim tweeduizend deelnemers. “Zuivere schatting, intuïtie”, zo motiveert Arons de raming. Daarmee is niets te veel gezegd.