Studiehuis

HET ONDERWERP was het studiehuis, de titel van de discussie Heimwee naar de HBS, plaats van handeling De Balie in Amsterdam. Dat studiehuis kan niet, wist Dorien Pessers, want haar kinderen hadden, als slachtoffers van een experiment daarmee, twee maanden zitten lummelen. Wat ik me van mijn eigen schooltijd herinner, is dat ik daar geleerd heb om, quasi aandachtig maar in werkelijkheid teruggetrokken in mijn eigen veel interessantere wereld, te voetballen, te hockeyen, te vrijen en verre reizen te maken; een weinig opzichtige vorm van lummelen waarmee ik per jaar heel wat meer tijd doorbracht dan de twee maanden die Pessers' oogappels daaraan besteden.

Maar, hoor ik Dorien protesteren, er waren toch ook leraren die wel boeiden, die een onuitwisbare indruk op je hebben gemaakt, die iets meegaven, waarden en normen die je je hele verdere leven zijn bijgebleven? Inderdaad, die waren er ook, die waren het zout in de schoolpap. Toen, en nu nog steeds. Studiehuis of geen studiehuis, en hiermee ben ik gekomen bij de kern van een wijdverbreid misverstand; velen denken namelijk dat dit in het studiehuis niet zou mogen, en het allerergste is dat die gedachte ook leeft in veel scholen.

Het voortgezet onderwijs is didactisch een achtergebleven gebied. De vakken hangen als los zand aan elkaar en de leraren werken langs elkaar heen. Dat zijn we zo gewoon gaan vinden, dat we denken dat het ook zo hoort, dat het niet anders kan, en in de nostalgie naar onze jeugd en naar de normen en waarden van vroeger tijden, wordt vergeten hoe efficiënt en dodelijk saai het was. Dat dit systeem jaar en dag kon blijven bestaan heeft alles te maken gehad met de 'lessentabel'. Die bepaalde hoeveel uren wiskunde, Engels of biologie moesten worden gegeven. Daarmee werd de inrichting van de school, het aantal lesuren per vak per week en het aantal docenten waar de school over kon beschikken een onwrikbaar gegeven.

Het is niet alleen didactisch onverstandig, het is ook niet mogelijk door te gaan met het versnipperen van het onderwijs in 6 stukjes vak van 50 minuten per dag. Of het nu komt door de veranderde maatschappij of door de veranderde leerling, feit is dat het gros van de leraren dit niet meer volhoudt. Was het vroeger normaal dat leraren in een volledige baan doorwerkten tot hun 65-ste en soms zelfs nog langer, nu zijn langdurige ziekte, afkeuring en taakaanpassing van vooral oudere docenten problemen waar het hele onderwijs mee worstelt, ondanks allerlei regelingen voor ouderen om minder te gaan werken die we vroeger niet hadden.

Ten slotte mag niet worden onderschat wat meestentijds wordt overschat: het effect van de computer. Neemt u bijvoorbeeld eens de tijd om een paar uur te spelen met een schijfje over de anatomie van het menselijk lichaam. Een wonder aan informatie waaraan geen leerboek, geraamte of anatomische pop kan tippen.

De introductie van het leerhuis houdt in dat scholen een keurslijf kunnen afwerpen waardoor onderwijskundige ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs altijd werden belemmerd. Het is aan de scholen te bepalen hoe ze met die vrijheid willen omgaan. Wat ik heb begrepen is dat veel leraren denken dat dat studiehuis hun mogelijkheden gaat beperken. Dat is bij mijn weten nooit de bedoeling geweest, maar die misvatting zegt natuurlijk wel veel over leraren en, meer nog, over schoolleiders.

De school bestond vroeger uit een verzameling kleine zelfstandigen en de grootste zorg van de leiding was dat die zelfstandigen hun werk deden zonder al te veel gaten in de roosters van leraren en leerlingen. Nu moeten ze leraren stimuleren hun eigen school te ontwerpen. Veel schoolleiders kunnen of durven dat niet. In plaats van de nieuwe ruimte te benutten, ontwerpen ze nieuwe regels en beperkingen of laten hun oren hangen naar het handjevol notoire dwarsliggers, waar iedere school er wel een paar van in huis heeft.