Sali Berisha

Sali Berisha (54), oud-president van Albanië en leider van de oppositionele Democratische Partij (PD), is, als hij wil, warm en hartelijk. Vroeger, toen Albanië nog rustig was en je onaangekondigd zijn presidentiële kantoor kon binnenlopen, kon Sali Berisha tijd maken, zijn arm om je schouder leggen en je met zijn wat hese stem alles vertellen wat je wilde weten.

Sali Berisha is, als hij wil, ook rancuneus, een man die met zijn oproepen tot omverwerping van aartsvijand Fatos Nano met vuur speelt en geweld ongegeneerd als middel inzet (“Fatos Nano wacht het lot van Nicolae Ceausescu”), zonder verantwoordelijkheidsgevoel waar het de vrede en de stabiliteit van zijn land betreft.

Een charismatische man, Sali Berisha, de absolute held van zijn volgelingen. Hij is afkomstig uit Tropojë, een dorp in het noordoosten waar nu dag in dag uit vluchtelingen uit Kosovo aankomen. In de tijd van Enver Hoxha's steentijdcommunisme werd Berisha cardioloog en lid van de nomenklatoera. Hij was een kwart eeuw trouw partijlid en mocht in Parijs studeren. In 1990 werd dat partijlid de held van de revolte tegen dat steentijdcommunisme: toen de studenten van Tirana in opstand kwamen, zocht Sali Berisha aansluiting. Hij richtte met de econoom Gramoz Pashko de eerste nieuwe politieke partij op, de Democratische Partij, betrok een sjofel kantoortje in een buitenwijk van Tirana en nam de leiding van de revolutie op zich. De eerste vrije verkiezingen werden in 1991 nog gewonnen door de socialisten, maar een jaar later hadden de Albanezen hun angst voor de nieuwe vreemde vrijheid overwonnen en werd Berisha Albanië's eerste niet-communistische president sinds 1928.

Een democraat volgens de normen van het Westen is Berisha nooit geweest. Hij is warm en hartelijk als het hem uitkomt, maar in conflicten meedogenloos en wraakzuchtig. Gramoz Pashko, de architect van de 'schoktherapie' die de economie moest hervormen, werd er zonder pardon uitgeschopt toen hij in conflict raakte met de president. Zef Brodi, voorzitter van het Hooggerechtshof en ook een medestander van het eerste uur, werd, toen hij bezwaar maakte tegen de macht die Berisha zich in de nieuwe ontwerp-grondwet toeëigende, bedreigd en getreiterd tot hij naar Amerika emigreerde.

Het is velen zo vergaan: in conflicten laat Berisha geen middel ongebruikt. Het hoort wellicht bij dit land met zijn barre verleden en zijn eeuwenoude bergtradities. Trouw is een zeer Albanees principe, dat prominent figureert in de uit de Middeleeuwen daterende Kanun i Lek Dukagjinit, de ongeschreven gedragscode die het sociale leven regelt op basis van het concept van de familie-eer. In die code is de wereld verdeeld in goed en kwaad en mag het ultieme kwaad met ultiem geweld - de bloedwraak - worden bestreden. De code voorziet in absolute trouw: wie niet trouw is, is een verrader.

Voor Berisha en Nano en hun aanhang is de realiteit er nog steeds een van goed en kwaad, van zwart en wit, zonder grijstinten.

De autoritaire president kwam vorig jaar ten val toen piramidefondsen die hij had toegelaten (zelfs gestimuleerd, zeggen zijn critici) ineenstortten, de Albanezen collecief hun spaargeld verloren en het land terechtkwam in een orgie van anarchie en geweld. Berisha verloor prompt de verkiezingen en de macht en leidt sindsdien de oppositie - luidruchtig, rancuneus, verbitterd, onverzoenlijk en altijd, altijd emotioneel.