Regering Japan neemt plannen oppositie over

Na de verloren verkiezingen in juli zei de nieuw aangetreden secretaris-generaal van de regerende Liberaal Democratische Partij in Japan al berustend betere ideeën van de oppositie over te nemen. Het gebreurt.

TOKIO, 19 SEPT. Het heeft drie maanden bekvechten geduurd, maar gisteren heeft oppositieleider Naoto Kan aangekondigd dat de regering de oppositievoorstellen inderdaad 'vrijwel geheel' overneemt.

De zwalkende regering van premier Keizo Obuchi zit tussen twee vuren. Aan de ene kant staat de Amerikaanse regering, die deze week nog eens bij monde van minister van Financiën Robert Rubin meedeelde dat Japan overheidsgeld in de banken moet pompen omdat ze anders failliet gaan. Eigenlijk is dit wat de Japanse regering zelf ook wil. Maar aan de andere kant staat de oppositie - met een meerderheid in het Hogerhuis sinds juli - die zegt: “Over m'n lijk.”

Heeft de oppositie nu gewonnen? Dat is de vraag. In ieder geval is er de morele winst. Het leiderschap van premier Obuchi is inmiddels als 'non-leiderschap' veroordeeld. Maar het gisteravond overeengekomen document zelf is nog niet meer dan een summiere wilsovereenstemming die nu in concrete maatregelen vertaald moet gaan worden. Een televisiezender citeerde gisteravond een “regeringsbron” als volgt: “Ook met het huidige akkoord is het mogelijk geld te steken in een bank om faillissement te voorkomen.” Er zijn nog veel vragen open over de concrete stappen die de regering uiteindelijk zal nemen.

Maar waarom is de oppositie zo fel tegen het gebruik van belastinggeld om de banken te redden? Dat is uiteindelijk toch in het belang van de hele economie, die mede door de financiële crisis in een recessie verkeert? Dat is natuurlijk ook het argument van de Amerikaanse regering, die geen enkele boodschap heeft aan Japanse interne gevoeligheden. En ook in Japan zelf is met schrik gekeken naar het noordelijke eiland Hokkaido waar het faillissement van de Hokkaido Takushoku Bank een jaar terug grote schade aan de economie heeft berokkend.

Maar voor de oppositie wegen ook enkele andere zaken mee. Twee jaar terug heeft de overheid veel geld gestoken in de sanering van vijf hypotheekbanken die failliet zijn gegaan door het snel wegebben van de speculatiegolf in onroerend goed eind jaren tachtig. Deze hypotheekbanken waren slechts doorgeefluiken en leenden hun fondsen van andere financiële instellingen, waaronder agrarische coöperaties. Afgelopen maand erkende minister Kiichi Miyazawa (Financiën) openlijk dat de regering destijds geld stak in deze sanering om juist die agrarische coöperaties te ontzien, iets wat de regering destijds fel ontkende. Zij hoefden niet al hun investeringen af te schrijven. De achtergrond is dat de electorale machtsbasis van de LDP op het platteland ligt.

De oppositie wil niet dat dit keer weer zakenvriendjes van de LDP de dans ontspringen op kosten van de belastingbetaler en eist daarom opening van zaken bij banken, als eerste bij de Long Term Credit Bank (LTCB) waarvan de president afgelopen week in het parlement kwam smeken om geld. De behandeling van deze LTCB-kwestie is het ijkpunt geworden van de huidige discussie. De LTCB wil overheidsgeld en kondigde in zijn herstructureringsplan aan leningen aan drie gelieerde financieringsmaatschappijen af te willen schrijven. Deze maatschappijen behoren tot de grootste debiteuren van de bank en waarvoor zou de belastingbetaler hiervoor zonder uitleg op moeten draaien?

De LTCB was enkele jaren geleden al nauw betrokken bij de faillissementen van twee credietcoöperaties die waren leeggemolken door speculant Harunori Takahashi, wiens firma nog steeds tot de top tien van grootste debiteuren van de LTCB behoort. De belastingbetaler kon bij die faillissementen ook al een miljard gulden opbrengen om de schade op te ruimen. Later bleek dat de bewuste speculant nauwe relaties had met een aantal LDP-politici. Hij steunde een voormalig minister met zachte leningen en liet een andere LDP-politicus in een van zijn appartementen wonen.

Irritatie bij kiezers over dit gebruik van belastinggeld geeft de oppositie sterke munitie om dat beleid te torpederen.