Politiek geeft gestaag macht uit handen

Paars-I ijverde voor het primaat van de politiek. Desondanks worden steeds meer belangrijke beslissingen over de samenleving buiten de democratisch-politieke arena genomen.

DEN HAAG, 19 SEPT.CNN van de Amsterdamse kabel? De treinkaartjes duurder? De telefoontarieven omlaag? De overheid, die daarover vroeger iets te zeggen had, staat er nu bij en kijkt ernaar.

Ad Melkert, de fractieleider van de PvdA, heeft zich afgelopen week ontpopt als de sociaal-democraat die met de komst van Kok de overheid weer iets van de macht wil teruggeven. De VVD-coryfeeën Jorritsma en Zalm lijken meer zaken dan ooit te willen overlaten aan het marktmechanisme.

Een van de ambities van het eerste kabinet-Kok was het herstel van het 'primaat van de politiek', maar in de ordening en de sturing van de economie is de politiek dat primaat juist voor een groot deel kwijtgeraakt. Het monetaire beleid gaat op 1 januari 1999 over naar de Europese Centrale Bank in Frankfurt, die politiek nagenoeg onafhankelijk is. Het begrotingsbeleid, het resterende instrument van de overheid om de economie te stimuleren of af te remmen, is ook in het huidige regeerakkoord een speelbal van de conjunctuur. De economische ordening is grotendeels uitbesteed aan toezichthouders voor onder meer de telecommunicatie en het mededingingsbeleid.

Ministers en Kamerleden moeten zo in de cockpit van de nationale economie steeds meer werk overlaten aan de automatische piloot. Zij nemen de bewegingen in de economie waar als op een paneel met metertjes - van 'Fusie RAI en Jaarbeurs verboden' tot 'Begrotingstekort loopt weer op' - zonder zelf nog aan veel hendels te kunnen trekken.

In de begrotingen van minister Zalm (Financiën) zijn de automatismen nog het best zichtbaar. Inkomsten en uitgaven zijn strikt gescheiden en vastgelegd op basis van een gematigde economische groei. Als de uitgaven onverhoopt hoger uitvallen moeten die worden gesnoeid, terwijl meevallers mogen worden besteed aan extra uitgaven. Met extra inkomsten uit de belastingen en het aardgas loopt voornamelijk het begrotingstekort verder terug, terwijl tegenvallende inkomsten weer leiden tot een oplopend tekort. Dit mechaniek beperkt de taak van Zalm in de regelkamer van de overheidsfinanciën tot wat hij noemt “ervoor zorgen dat de anderen zich aan de afspraken houden”.

Het verklaart de laconieke houding van Zalm inzake de internationale turbulentie die mogelijk effect heeft op de Nederlandse economie. Hooguit is hij geraakt door de kritiek van 'Brussel' op de begroting voor 1999, die typerend genoeg vooral betrekking had op de afgesproken tekortreductie die weer het resultaat is van hecht verankerde mechanismen in de Europese Unie. De zogeheten 'Zalm-norm' heeft gezorgd voor rust rondom de begroting, die tot 1994 om de haverklap werd verstoord door extra bezuinigingsrondes. Het veelbesproken en uiteindelijk genuanceerde voorstel van het kabinet - lees Zalm - om nog een reservepot te creëren, had voor nog meer stilte in het politieke debat geleid. Het verzet van PvdA en D66 maakt duidelijk dat twee van de drie regeringspartijen de politieke greep op de financiën niet verder willen laten verslappen.

Melkert is nog een stap verder gegaan en lijkt de invloed van de Kamer te willen vergroten ten koste van de bestaande automatismen. Voorzichtig zette hij vraagtekens bij de Zalm-norm, die volgens Melkert “met gezond verstand” moet worden gehanteerd. Hoewel de voormalige minister van Sociale Zaken geen scherp ideologisch profiel heeft, toont Melkert hiermee een glimp van het vertrouwen van de sociaal-democratie in de rol van de overheid.

Het door Melkert voorzichtig nagestreefde herstel van het primaat van de politiek lijkt zich uit te strekken tot de internationale economie, die op dit moment de schokgolven uit Azië en Rusland ondergaat. Ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is een typische niet-politieke regelkamer, die wereldwijde crises moet bezweren met redelijk gestandaardiseerde recepten. Melkert riep Zalm op met een duidelijke politieke boodschap naar de jaarlijkse IMF-vergadering te gaan. “Het blijft een merkwaardig schouwspel om de minister van Financiën na doorgaans krachtig en onverschrokken optreden in eigen land steeds weer zonder duidelijke agenda naar Washington te zien afreizen.”

De verantwoordelijke minister voor Economische Zaken, VVD-vice-premier Jorritsma, die in grote lijnen het beleid van haar voorganger heeft overgenomen, lijkt de politieke greep op de markt juist al weer te verminderen. De nog jonge waakhond voor de concurrentie, de Nederlandse Mededingingsautoriteit, wordt wat haar betreft geheel zelfstandig. De minister en dus ook de Kamer verliest hiermee veel politieke invloed op de ordening van de markt.

In Paars-II lijken de verschillen tussen rood en blauw zo meer zichtbaar te worden dan in Paars-I.