Perreaults ballet levert vele mooie schilderijen op

Voorstelling: Eironos door Fondation Jean-Pierre Perreault, choreografie en scenografie: Jean-Pierre Perreault, muziek: Bertrand Chénier. Gezien 18/9, Schouwburg Arnhem. Herh. 20/9, Lucent Danstheater. Inl.(070)360 49 30.

Aan het eind van Eironos ondergaat het toneelhuis een laatste metamorfose. Voordien schiep alleen de belichting telkens een andere, niet concreet typeerbare plaats ('eironos'). Nu krijgt 'de dynamische ruimte', ooit een revolutionair concept van scenograaf Josef Svoboda, een letterlijke vertaling. De hoge losse panelen, die gezamenlijk de drie muren van de kijkdoos vormen, schuiven naar elkaar toe en hergroeperen zich. Hierdoor wordt het dansoppervlak kleiner en anders van indeling.

Het is de derde keer dat choreograaf Jean-Pierre Perreault met zijn Fondation, één van de belangrijke moderne dansgroepen van Canada, optreedt in Nederland. Tijdens het Holland Dance Festival van 1989 bracht hij Joe (1983). In 1994 keerde hij terug met La Vita (1993). Eironos is het jongste, twee jaar oude tournee-paradepaardje. Perreault houdt van beeldend theater. Architectonische decors, suggestieve belichting en bij voorkeur grote groepen dansers (in Joe 30, in La Vita en in Eironos 12) zijn de 'personages'. Samen verbeelden zij de moderne wereld. En die ziet er door de bril van Perreault niet roze uit.

Veelal lopend of rennend verplaatsen vijf vrouwen en zeven mannen zich in donkere alledaagse en ouderwetse kleding vooral 'en masse' of paarsgewijs. Het is een voortdurend vormen en verliezen van constellaties, die in combinatie met de scenografie een scala aan mooie schilderijen oplevert. De muziek, een wonderlijke orkestratie van instrumenten en klanken, is soms hypnotiserend minimaal, soms direct dramatisch. De dansers zijn buitengewoon actief, maar ze stralen allesbehalve vrolijke levenslust uit. Ze zijn eerder afstandelijk en wezenloos. Zelden kijkt men elkaar echt aan. Er zijn omhelzingen, maar de omhelsde reageert niet. Een hand in een nek wordt niet gevoeld. Een pietà-achtige houding wordt als steun gegeven maar niet zo genomen. Vaak lijkt het geklik van hakken de enige resonantie van het bewogen innerlijk.

Prachtig zijn enkele terugkerende poses. Een danser pakt het gestrekte been van zijn partner vast als ware het een arm in een vurige stijldans. Licht voorovergebogen staat de danseres eigenlijk in spagaat. Als bevroren in een sprong of tegengehouden in haar vlucht. In eenzelfde beweging kunnen handen zowel aanbieden als verlangend uitreiken. Liggend als een dooie plank op de grond en een crucifix-imitatie maken de depressie compleet, maar zijn op het randje van pathetisch.

Eironos intrigeert door de bizarre verhouding tussen abstractie en realisme en tussen formalisme en expressionisme. Moeite had ik met de lengte van het stuk. Deze is erg lang voor één en dezelfde sfeer en voor een choreografisch patroon dat aan de basis, afgezien van enkele accenten, niet drastisch verandert.