Pensioengeld

De Nederlandse Bond van Pensioenbelangen wil proefprocessen beginnen tegen pensioenfondsen die overtollig vermogen uitkeren aan werkgevers (NRC Handelsblad, 9 september). Dat werkgevers en werknemers de hoogte van de te betalen premie wensen aan te passen gelet op het toegenomen vermogen van deze fondsen, is te billijken.

Twijfelachtig is of te billijken valt, dat besluiten worden genomen, die er op gericht zijn het overtollig vermogen uit te keren aan werkgevers.

Als uitvloeisel van gesloten arbeidsvoorwaardenovereenkomsten zijn pensioenpremies betaald en in een daartoe bestemd fonds gestort, waarmede het een wezenlijk onderdeel vormt van de overeengekomen beloning c.q. loon. De daaruit te trekken consequentie kan geen andere zijn dan dat pensioen als uitgesteld te betalen loon dient te worden aangemerkt.

Het pensioenfonds heeft daarbij geen andere functie dan het als een goed huisvader beheren van het bijeengebracht vermogen. De feitelijke eigenaren van het vermogen zijn zij die aan de vorming van dat vermogen hebben bijgedragen c.q. de premiebetalenden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat verzet komt van de zijde van de gepensioneerden, die wezenlijk hebben bijgedragen aan de vermogensvorming, doch die bij manipulaties als bovenomschreven eenvoudig buitenspel worden gezet. Voorts is het bedenkelijk dat in deze over de vakbonden kan worden gezegd: “Ze waren er bij en keken er naar”, waaruit de vraag voortvloeit welke zin het lidmaatschap van een vakbond voor een gepensioneerde heeft.