Onzichtbaar zwart gat

Bij mevrouw Rika Schut in Dordrecht is ingebroken. Ze was een dagje uit met collega's, kwam thuis, zag in de gang al dat er iets niet in orde was en ontdekte toen dat haar 'computertje' niet meer op haar bureau stond. Het staat in de Volkskrant van 15 september, de rubriek NL waarin 'lezers schrijven over hun huiselijk leven.' Om wat voor computertje het gaat vermeldt ze niet. Een laptop die meteen kon worden meegenomen, een exemplaar van 2000 of 10.000 gulden; in ieder geval haar computertje met een harde schijf waarop het 'meest waardevolle' stond dat ze heeft geschreven. 'Elke nacht opnieuw schiet me iets te binnen dat ik ook kwijt ben.'

Op redacties van de krant staan beeldschermen - geen computers maar terminals - die tot een centraal systeem horen. Daar wordt alles bewaard zolang je wilt. Vraag niet hoe het werkt; over het algemeen goed. Het gebrek bij de oudere terminals is dat je zelf van tijd tot tijd je back-up moet maken; iets dat iedere gewone computer vanzelf doet, zoals we tegenwoordig allemaal weten. Een stuk schrijven en een back-up maken zijn voor mijn hersens twee volstrekt verschillende werkjes. Als je met het ene bezig bent, vergeet je het andere. En nu komt het voor, een heel enkele keer, dat het systeem het laat afweten. Het scherm wordt zwart, of de cursor is niet meer in beweging te krijgen. Dit kan dan weer betekenen dat alles wat je sinds je vorige back-up hebt geschreven, verloren is; zo spoorloos verdwenen alsof het niet is gebeurd. Ik zal niet ingaan op de wanhoop, de stille radeloosheid, enz. Het saldo is een gevoel dat er een paar uur van je leven je zijn afgenomen. Terugleven en alles nog eens overdoen kan niet. Twee uur, vastgelegd in letters, gevormd tot woorden, opgebouwd tot zinnen, geordend in een redenering: foetsie!

Misschien zijn er mensen die een zogenaamd fotografisch geheugen hebben voor wat ze de vorige uren hebben geschreven. Die wil ik graag spreken. Ik hoor er niet bij. Ik weet alleen hoe het schrijf-denken ongeveer in zijn werk gaat, hoe je tot je eigen tevreden verbazing de ene zin de andere uit je vingers ziet komen; of hoe je, tot een heel ander soort verbazing, merkt dat je hersens de kettingreactie hebben gestaakt, zonder je te laten weten waarom of waardoor. Wat ik wil zeggen is dit: ieder proces van schrijfdenken, al heeft het maar een paar minuten in beslag genomen, is onherhaalbaar, en het resultaat is onreproduceerbaar. Een zin die een half uur oud is, of misschien zelfs maar vijf minuten, en in het zwarte gat van de falende electronica verdwenen, komt nooit meer in precies dezelfde gedaante terug.

De computer formaat notebook is, voor wie er gevoelig voor zijn, een zegen van de eerste orde. In een notebook, oppervlak van een A-4tje, dikte twee centimeter, gewicht een kilo of twee, draag je je schrijfmachine, je geheugen, je archief en nog veel meer met je mee, en als het ding een modem heeft ben je nooit alleen op de wereld. Je raakt ermee vergroeid. Ik heb de notebook het sousterrain van de hersenen genoemd; hij is veel meer. Heb je het exemplaar van je uitverkiezing alweer een paar jaar bij je en er dagelijks mee gewerkt, dan is hij het huis van je kloon geworden.

Kleine computers horen tot de meest begerenswaardige 'apparatuur'. Interessant uitziende machientjes die nog altijd de eigenaar een zekere belangrijkheid verlenen, zoals vroeger een camera met een lange telelens of een horloge waarmee je op de maan kon zien hoe laat het is. Bovendien is er een kans dat zo'n ding duur is, al zie je er dat aan de buitenkant niet van af. Kostbare computer. Dat wil er altijd in bij iemand die er geen verstand van heeft.

Zo komt het dat dieven liefhebbers zijn van notebooks als eksters van zilveren lepels. Maar als ze zich van een notebook hebben meester gemaakt, hebben ze niet zomaar een dood ding in handen waarvoor de heler een tiende van de waarde betaalt. Ze hebben het hersenwerk van jaren gestolen, of meer: ze hebben iemand van een geestelijke voortzetting van zichzelf geamputeerd. Van buiten kun je niets aan de bestolene zien, maar als je in zijn hoofd zou kunnen kijken, zou je daar misschien een grillig gevormde ruimte ontdekken - iets als de kust van Noorwegen, stel ik me voor - waar helemaal niets meer is. Dat is er door de dief uitgerukt.

Deze vorm van vernietigende diefstal komt natuurlijk steeds meer voor. Terwijl ik dit zit te schrijven zijn er in de hele wereld alweer 120 of 280 laptops en notebooks gestolen, met hun harde schijven en daarop het kostbaarste waar de dief niets aan heeft. Elke nacht schiet de bestolenen iets te binnen dat ze ook kwijt zijn.

Het is tijd om de wet aan te aan te passen: zo'n diefstal niet meer als diefstal te behandelen maar als een ernstig geweldsmisdrijf.