MOEDER GEIT/SCHAAP BEPAALT SEKSUELE VOORKEUR VAN ZONEN

De moeder heeft een grote invloed op de sociale en seksuele voorkeuren van haar zonen, maar niet op die van haar dochters - tenminste bij geiten en schapen. Dit blijkt uit een ingenieus experiment van Britse cognitiewetenschappers en Zuid-Afrikaanse biologen waarbij kleine geitjes direct vanaf hun geboorte werden opgevoed door een schapenmoeder en kleine schaapjes door een geitenmoeder (Nature, 17 september). Eenmaal volwassen bleken de geitenbokken die door schapen waren opgevoed een duidelijke voorkeur voor sociale omgang en paring met schapen te hebben, zelfs nadat ze 3 jaar uitsluitend onder andere geiten hadden verkeerd. Bij de rammen die door geiten waren opgevoed, deed zich dezelfde voorkeur voor de soort van hun stiefmoeder voor. Bij de vrouwelijk geiten en schapen was die voorkeur veel kleiner en verdween na een paar jaar.

De onderzoekers concluderen uit dit sekseverschil dat de moeder veel groter invloed op haar zonen heeft dan op haar dochters, maar sluiten niet uit dat de halsstarrigheid van de mannelijke voorkeur wordt veroorzaakt door een veel geringer sociaal aanpassingsvermogen. In totaal werden dertien schapen (acht mannetjes en vier vrouwtjes) en acht geiten (vier mannetjes, vier vrouwtjes) omgewisseld.

Tijdens hun jeugd konden de geitjes en lammetjes vrijelijk omgaan met hun eigen soortgenoten, zodat ze eenmaal volwassen goed in staat waren om op voet van gelijkheid met soortgenoten te verkeren. Hun wijze van spelen en lichaamsverzorging leek wel op die van hun (andersoortige) stiefmoeder. Maar hun agressie- en eetpatroon bleef 'eigensoortig', net als de wijze van klimmen en blaten. Het effect op de mannetjes kon ook veroorzaakt kon worden door de sterke band die jonge tweeliggertjes en -lammetjes onderling hebben, maar die mogelijkheid werd uitgesloten door een tweede experiment waarbij tweelingen van verschillend geslacht (tien geitjes, acht lammetjes) onder dezelfde omstandigheden werden opgevoed. De voorkeur van de mannetjes voor omgang met een vrouwtje van de soort van hun stiefmoeder bleek hetzelfde te blijven, de veel kleinere impressie op de vrouwtjes ook.

De auteurs suggereren dat de invloed van de moeder op de sociale en seksuele keuzen van hun zonen ook bestaat bij andere zoogdieren, mogelijk ook bij mensen. Bij makaken was eerder in een veel beperkter onderzoek al een zelfde effect gevonden. Net als bij mensen het geval is vormen schapen en geiten een belangrijke emotionele band met hun moeder, en net als bij mensen is het gezicht (c.q. de snoet) een invloedrijke factor bij de (seksuele) aantrekkingskracht. De onderzoekers zwijgen overigens over de volkswaarheid dat menselijke mannen een vrouw zoeken die op hun moeder lijkt, al noemen ze wel de freudiaanse theorie van het Oedipuscomplex.