Israeliërs vrezen eigen raket

Israels nieuwste anti-raket-raket, de Pijl, trof deze week een virtueel doel. Omwonenden van de lanceerinstallatie-in-aanbouw zijn bang voor straling, maar deze onrust luit geen veiligheidsdiscussie in.

TEL AVIV, 19 SEPT. Ergens in een betrekkelijk dicht bevolkt deel van Israel zijn de bewoners in rep en roer over de bouw van lanceerinstallaties voor de Pijl-raket. Deze week trof dit product van nauwe Israelisch-Amerikaanse samenwerking tijdens een proef op het computerscherm doel tegen een denkbeeldige inkomende vijandelijke raket. De trots was groot. Premier Benjamin Netanyahu kondigde aan dat de eerste lanceerinstallatie voor de Pijl over een jaar al operationeel zal zijn.

Na het trauma van de Golfoorlog, toen Irak Tel Aviv met Scud-raketten bestookte, lijkt Israel hard op weg zijn luchtruim af te schermen tegen ballistische raketten. Over niet al te lange tijd, zo melden de media, zal een echte Pijl worden afgeschoten. Die test 'moet' slagen om deze honderden miljoenen guldens verslindende onderneming geloofwaardig te maken.

Voor de bewoners van de plaats waar aan de eerste Pijl-batterij wordt gebouwd, is de gang van zaken rond de raket een nachtmerrie. Niet zozeer omdat dit wapen zelf een doelwit vormt voor een onverhoedse vijandelijke raketaanval, maar wegens de gevaarlijke straling die zou uitgaan van de reusachtige antennes die zullen verrijzen om de Pijl op zijn vlucht naar een raket in de atmosfeer te kunnen sturen en het traject van de vijandelijke raket in computertaal te vertalen. In de Israelische pers hebben de laatste tijd nogal wat verhalen gestaan over kankerverwekkende straling van antennes die onder andere voor de moderne draagtelefoons zijn neergezet.

Nadat de Israelische radio de onrust onder omwonenden van de lanceerinstallatie van de Pijl had gemeld, is het onderwerp niet meer aangeroerd. Israel is nog lang niet toe aan een openbaar debat over gevoelig geachte veiligheidskwesties. Israeliërs staan voor dergelijke zaken als gedisciplineerde soldaten in de houding. Zelfs de Knesseth, het parlement, wordt buiten spel gezet. Ook over Israels veronderstelde atoombewapening is nooit een debat gehouden.

Daarbij is het echter gebleven. Als het over veiligheid gaat, of wat daar voor doorgaat, worden op het hoogste politieke en militaire niveau sedert 1948 beslissingen genomen waarop de burgers geen invloed hebben. Het ontbreken van dit debat geeft de 'veiligheidselite' grote invloed op de keuze van wapens die aansluiten bij de door dezelfde elite bepaalde veiligheidsdoctrine. Het balletje wordt dus op de eigen speelhelft gespeeld en dat geldt ook voor de enorme kosten die ermee gemoeid zijn.

Enkele van de grove fouten of vergissingen zijn bekend geworden. In de jaren tachtig ontwikkelde Israel tegen een kolossale kostprijs de Lavie-straaljager. Uiteindelijk werd dit project door de Amerikanen afgeschoten, onder meer omdat ze op de markten in Zuid-Amerika en Azië geen Israelische concurrentie wensten. Omdat er zoveel Amerikaanse componenten in de Lavie zaten, had Washington recht van veto op de verkoop. Voor de Pijl, een anti-raket-raket, geldt hetzelfde. Washington moet voor export uitdrukkelijk toestemming geven. Israelische analisten voorzien nu al dat Washington zich op de internationale wapenmarkt niet door de met Amerikaanse steun ontwikkelde Pijl-raket van Israel wil laten overtroeven. In de VS wordt ook hard gewerkt aan een dergelijke raket.

Israelische analisten stellen dat de kapitalen die in de Pijl worden geïnvesteerd in feite weggegooid geld zijn omdat de raket Israel geen absolute veiligheid kan geven. Als er ook maar één ballistische raket met een atoomlading door het Pijl-schild stormt, is het project waardeloos. Volgens deze analisten is het voor de vijand niet zo'n kunst om een op Tel Aviv af te vuren raket uit te rusten met een instrument dat hem voortdurend van koers laat veranderen zodat de Pijl er geen vat op heeft.

Militaire analisten wijzen er op dat de ontwikkeling van de Pijl de militaire doctrine op zijn kop zet. Israel ontwikkelde een formidabele luchtmacht omdat het militaire adagium dat “aanval de beste verdediging is” heilig was. Met het Pijl-project stelt Israel zich defensief op. Zou het niet beter zijn om strijdmethodes tegen de vijandelijke afvuurinstallaties van raketten te ontwikkelen? Of tactische atoomwapens te produceren of perfectioneren?

Aan het Pijl-project kleven enorme geo-politieke problemen. Er van uitgaande dat interballistische raketten vanuit het Oosten (Iran, Irak, Pakistan) zullen worden afgevuurd, ligt het voor de hand dat ze ten oosten van Israel, bijvoorbeeld boven Jordanië, worden onderschept. Zo'n inkomende raket kan ook op de Westelijke Jordaanoever vallen, of in Israel zelf. De inkomende raket wordt weliswaar uit koers geschoten, maar kan in haar vrije val een ander doel in Israel treffen.

Dat zijn enkele van de problemen die voorzichtig door kritische analisten aan de orde worden gesteld. De oplossing van het Palestijnse vraagstuk is voor deze analisten in Israel van groter belang voor 's lands veiligheid dan de strategische ideeën van Netanyahu.