Hollands Dagboek: Ed Boelen

Direct na de rellen in de Groningse Oosterparkwijk van 30 december 1997, besloot de gemeente dat er een 'Justitie in de Buurt-kantoor' moest komen. Projectleider Ed Boelen (42) houdt nu spreekuur, behandelt strafzaken en zet extra stadswachten in als dat nodig is.

Woensdag 9 september

Vanochtend met de milieuofficier vertrokken naar Hoogezand. Een vergadering bijgewoond met de milieuambtenaren. Naast mijn werkzaamheden voor Justitie in de Buurt blijf ik belast met mijn vroegere taak: het maken van criminele kaarten en het oplossen van lokale problemen door ter plaatse met andere instanties samen te werken.

Om 10.30 uur ben ik terug in het Justitiegebouw aan het Guyotplein. Ik heb nog wat brieven te maken. Ik hoor dat Hanneke ziek is. Zij doet de ondersteuning en de public relations van JiB. Die ochtend zou de afdeling automatisering nog wat computerproblemen oplossen. Nu vrees ik dat Bert Jan weer is vertrokken omdat hij het pand niet in kon. Ik fiets naar de Goudenregenstraat en tref daar gelukkig Bert Jan aan die al druk bezig is.

Het idee om een Justitie in de Buurt-kantoor in de Oosterparkwijk te beginnen ontstond direct na de rellen van 30 december 1997. In februari dit jaar werd een pand gehuurd in de Goudenregenstraat; een woning die het doelwit was geweest van de rellen. De verbouwing werd gedaan door verslaafden en zwervers die dit een leuke afwisseling vonden van het aanbod werkprojecten van 'Het Twaalfde Huis'.

Ik zie dat Het Twaalfde Huis kennelijk ook bouwvakvakantie heeft gehad. De voor- en achtertuin zijn nog niet bestraat. Het pand biedt een trieste aanblik. Deze week wordt de bestrating afgerond. Volgende week wordt de belettering van de ramen aangepakt zodat het pand meer gaat lijken op een kantoor.

Ik groet de buurvrouw die net haar huis verlaat met haar hond. Zij is 78 en woont al veertig jaar in dat huis. Elke morgen komt ze even naar buiten om me te begroeten. Ze wilde na de rellen zo snel mogelijk verhuizen. Toen ze hoorde dat zij justitie als buurman kreeg, besloot ze toch te blijven.

Ik zet koffie en ga intussen verder met het voorbereiden van dertien strafzaken die ik binnenkort wil afhandelen. Ik posteer mij in één van de kantoorruimtes boven zodat Bert Jan rustig zijn werk kan doen.

Minderjarigen hebben zich in maart, april en mei schuldig gemaakt aan vandalisme, brandstichting en vernielingen in de Oosterparkwijk. Dit heeft geresulteerd in een dik dossier. Beoordeeld dient te worden of de zaken bewijsbaar zijn en of de schade die is ontstaan te wijten is aan bepaalde handelingen van de daders. In dat geval kan schadevergoeding in plaats van straf worden opgelegd.

Om 13.15 uur meldt zich een bewoner die de politie wil spreken. De twee wijkagenten houden elke woensdagmiddag spreekuur in JiB.

Ik heb de indruk dat mijn spreekuren minder frequent worden bezocht. Ik houd zelf twee dagdelen per week spreekuur. Tot nu toe heb ik maar een paar bewoners op die spreekuren gezien. Hanneke en ik hebben ons best gedaan om JiB te promoten middels de wijkkrant. Ook mogen de bewoners gewoon eens langskomen om kennis te maken.

Ik zoek ook zelf het contact door elke middag door de wijk te lopen en de mensen aan te spreken. Vorige week heb ik deelgenomen aan een manifestatie van welzijnsinstellingen. Ik had daar een stand met voorlichtingsmateriaal. Ik probeer zoveel mogelijk mijn gezicht te laten zien en aanspreekbaar te zijn. Misschien wil ik iets te snel resultaat zien.

De wijkagenten komen om 13.30 uur. Ze komen regelmatig op bezoek tijdens hun ronde door de wijk. Deze contacten zijn erg belangrijk om op de hoogte te blijven.

Ik woon de vergadering bij van de personeelsvereniging en eet onderwijl een gevulde koek. Vandaag is het pastadag thuis, mijn grote passie, zodat een beetje honger wel goed uitkomt.

Donderdag

Om 9.00 uur komt de gebiedsofficier van justitie met zijn secretaris op bezoek. Ik zet vast koffie. De gebiedsofficier is eindverantwoordelijk voor de werkzaamheden die Hanneke en ik verrichten aangaande het afdoen van strafzaken vanuit JiB. We maken afspraken over hoe we te werk willen gaan. Mijn vraag is met name hoe ik, zonder al te veel het gangbare bedrijfsproces op het OM te verstoren, aan mijn strafdossiers kan komen. Met de gebiedsofficier maken we afspraken over de wijze van afdoening. Dergelijke afspraken zijn ook gemaakt met de jeugdofficier van justitie.

De afdoening van strafzaken richt zich met name op minderjarigen en JiB biedt de mogelijkheid binnen de wettelijke regels creatief om te gaan met straffen. Snel reageren staat voorop. Afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming heeft geleid tot een werkwijze die aanmerkelijk afwijkt van de gangbare. De kinderen en hun ouders komen in het JiB-kantoor om de beslissing van de strafzaak te horen. Indien dit leidt tot het uitvoeren van een werk- of leerstraf volgt direct het intakegesprek met de Raad voor de Kinderbescherming. Deze houdt dan zitting in het bovenkantoor in JiB.

De werkstraf wordt uitgevoerd in het Oosterparkwijk zelf. Inmiddels zijn afspraken gemaakt met de woningstichting, de speeltuinvereniging en een school over de mogelijke werkprojecten.

Tijdens de middagpauze doe ik mijn dagelijkse ronde door de wijk. Het is een echte oude volkswijk, met mensen die niets moeten hebben van beloftes en mooie woorden. Ze willen daden zien en ik geef ze gelijk.

Ik spreek wat vissers bij de vijvers langs de Oliemuldersweg en bezoek het Jongerencentrum Oosterparkwijk. Dit centrum wordt grondig gerenoveerd. Een deel van de jeugd uit de wijk hielp daaraan mee tijdens de vakantie. Ik ken al veel jongeren bij naam en van gezicht. Helaas zal ik enkelen daarvan binnenkort terugzien als ik de afloop van hun strafzaak aan hen zal mededelen. Ik zal bij een aantal jongeren echter sterk rekening houden met hun inzet bij de renovatie van het Jongerencentrum.

Dit is de kracht van JiB. Je kent de mensen en hun situatie uit de processen-verbaal en de voorlichtingsrapporten. Je houdt rekening met afspraken die je eerder met ze hebt gemaakt. Met mij valt te onderhandelen en ik kan maatwerk leveren, ook in negatieve zin als de situatie daartoe aanleiding geeft.

In het Treslinghuis (wijkgebouw) tref ik een aantal welzijnswerkers. Ze zijn aan het eten en ik mag aanschuiven. Het blijkt dat er elke donderdagmiddag een dergelijke lunch georganiseerd wordt waar iedere welzijnswerker in de wijk aan mag deelnemen. Ik beraad me op mijn positie en voel me gedeeltelijk welzijnswerker, dus ik geef me ook op.

Ik ben op tijd terug voor het spreekuur. Voor de deur word ik aangesproken door een bejaarde vrouw die een oplossing zoekt voor het tuinonderhoud. Ze kan dit zelf niet meer doen en heeft ook geen gereedschap.

Ik twijfel nu toch wat aan mijn rol. Er wordt van mij verwacht dat ik op het gebied van openbare orde en veiligheid een regiefunctie in de wijk vervul. De mensen die ik spreek dwingen me steeds in de richting van een sociaal werker. Deze wijk heeft echter al een zeer goed netwerk van welzijnsinstellingen. Ik merk dat ik er moeite mee heb deze mensen met lege handen te laten zitten. Ik waag er een telefoontje aan en zorg dat de bejaarde vrouw maandelijks iemand op bezoek krijgt die kosteloos haar tuin zal bijhouden. Verwijzing is ook een taak van JiB.

Een ondernemer komt op het spreekuur en klaagt over de jeugd die zich (nog) steeds hinderlijk ophoudt bij haar bedrijf. Wijkbewoners blijven daardoor weg. Haar omzet loopt aanzienlijk terug en ze voelt zichzelf ook niet meer op haar gemak. Ze is duidelijk aangeslagen en ziet geen uitweg meer. Ook hier merk ik weer dat ik slechts kan luisteren en ik voel met haar mee. Ik ben geen politieagent (meer) die de groep uiteen kan jagen. Ik neem me voor dit probleem weer aan te kaarten bij de buurtagenten.

Vrijdag

Ik heb voorlichting gegeven aan jongeren van het Dagtrainingscentrum. Het volgen van dat leerproces van het Leger des Heils vervangt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. De discussie die volgde vanuit de groep wierp mijn voorbereiding in de war. Er kwamen heel andere onderwerpen aan de orde dan waarop ik me had voorbereid. Waarom bepaalt de officier van justitie dat de ene zaak wel en de andere niet naar de rechter gaat? Het woord klassejustitie viel en er werden verwijten gemaakt over de willekeur bij de beslissingen. Het werd een levendige discussie waardoor de toch wat vijandige opstelling van het begin snel verdween.

Ik ga nog even aan bij het JiB-pand en neem de post door. De beloofde grindtegels zijn inmiddels geleverd en opgestapeld achter het huis. Er wordt mij verzekerd dat maandag de bestrating zal beginnen.

Zaterdag

De hele dag regen en ik had me nog wel voorgenomen met mijn zoon te gaan tennissen. De ochtend gaat verloren aan het overdekt boodschappen doen en de bereiding van lasagne. Ik ben de enige die er van eet; mijn vrouw en twee zonen hebben al genoeg aan de geur en eten zoals iedere zaterdag patat.

Zondag

Uitgeslapen en alle kranten van zaterdag uitgebreid doorgespit. Na een stevige wandeling met mijn vrouw breng ik de middag door in het centrum aangezien het koopzondag is in Groningen. Gelukkig schijnt de zon.

Maandag

Ik besluit naar het Guyotplein te gaan en te werken aan de criminele kaart. Op het gebied van jeugd, inbraken, drugs en verkeer dienen criminaliteitsbeelden te worden ontworpen om zicht te krijgen op hetgeen er in het werkgebied van het OM Groningen aan de hand is. Zo kan beter worden bepaald welke maatregelen het OM, de politie en de gemeente moeten treffen om bijvoorbeeld het aantal woninginbraken te verminderen.

's Middags heb ik een afspraak in het JiB-pand. Ik kom doorweekt aan. Zo moet ik de directeuren van de drie reclasseringsinstellingen ontvangen. We overleggen over de wijze waarop we gaan samenwerken. Het overleg is plezierig en de reclassering is enthousiast.

Iedere dinsdagmiddag gaat de reclassering voorlichtingsrapportages opstellen vanuit het JiB-pand. Dit stelt me in de gelegenheid direct contact te onderhouden, snel afspraken te maken over de afhandeling van strafzaken. Zo wordt het pand voor bewoners steeds meer een centrum van waaruit eerstelijnsrechtspleging plaatsvindt.

Dinsdag

Ik heb vanochtend een afspraak in Veendam met de politie / Bureau Halt en winkeliers van een winkelcentrum (Justitie in de Buurt komt naar u toe). Onderwerp is de overlast die de jeugd daar veroorzaakt bij het winkelend publiek.

Tijdens het overleg blijkt dat de extra inzet van stadswachten zijn vruchten heeft afgeworpen. De overlast is nagenoeg verdwenen. We besluiten dat nadere actie niet nodig is en gaan door op de ingeslagen weg.

Ik wip binnen bij de jeugdofficier en bespreek met hem in het kort de afdoening van de strafzaken tegen dertien minderjarigen. Hij gaat akkoord en wil na de afdoening een lijst van de beslissingen.

Die middag nog even langs de Goudenregenstraat gegaan. Een jongen van veertien jaar staat voor de deur en vraagt of hij binnen mag komen. Ik kom hem regelmatig tegen en hij groet me altijd vriendelijk. Hij is erg onzeker en wil graag weten wat hem boven het hoofd hangt. Ik weet van zijn grote vrijwillige inzet in het Jongerencentrum. Mijn mededeling dat ik zijn inzet laat meewegen in de afdoening van de strafzaak fleurt hem helemaal op.

Woensdag 16 september

Er komt een wijkbewoner met een melding. Zijn ex-vriendin wordt mishandeld door een vrouw die in de Oosterparkwijk woont. Volgens de man doet de politie er niets aan. Ik beloof hem de zaak uit te zoeken.

Om 11.00 uur vertrekken Hanneke en ik naar Utrecht. We wonen voor het eerst de bijeenkomst bij van de vertegenwoordigers van de andere vier JiB's in Nederland. De coördinator van het ministerie is ook aanwezig. Er worden ervaringen uitgewisseld. Tegen welke problemen loopt men aan en welke werkzaamheden verrichten de andere JiB's?

De experimenteerfase van JiB eindigt op 1 januari 1999. Vanuit het ministerie vindt een evaluatie plaats. Hebben de JiB's bijgedragen aan een verbetering van de onveiligheidsgevoelens van de burgers? Is de criminaliteit door het snelle ingrijpen gedaald?

Vanuit niets een multifunctioneel justitiepunt opzetten vergt meer tijd dan ik had gedacht. Maar ik ontmoet erg veel mensen van allerlei instellingen en merk bij iedereen een zekere gedrevenheid om de handen in elkaar te slaan en samen te werken aan een betere en veilige samenleving.