GEZOCHT: TOPROEIERS MET OVERGAVE

Op een brainstormsessie in Noordwijk staat morgen de toekomst van het Nederlandse roeien in het algemeen en die van de mannen acht in het bijzonder centraal. “Het was voorbarig te roepen dat de acht niet naar Sydney gaat”, zegt oud-toproeier Nico Rienks. Een comeback sluit hij niet uit.

Op initiatief van roeisponsor Pink Elephant komen morgen vier betrokkenen bijeen om te bekijken wat de kansen zijn om alsnog een Holland Acht klaar te stomen voor de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Een vertegenwoordiger van Pink Elephant, voorzitter Tjark de Vries van de Commissie Top Roeien (CTR), directeur Erik Ruts van de Nederlandsche roeibond, beoogd bondscoördinator en oud-coach van de Holland Acht René Mijnders en Nico Rienks, 'slag' van de Holland Acht die twee jaar geleden olympisch goud won in Atlanta. “Een reddingsactie voor de acht? Zo mag je het wel noemen”, zegt Rienks op het kantoor van zijn Arbodienst. “Maar dan moet het wel een acht zijn met uitzicht op een olympische medaille.”

Zondag, op de laatste dag van de WK roeien in Keulen, waar de Nederlandse vrouwen dubbeltwee zilver won en de (niet-olympische) vrouwen vier zonder brons, sprak CTR-voorzitter De Vries het doodvonnis uit over de acht. Deze boot had zich niet gekwalificeerd voor de WK. De vier met stuurman die daaruit was gevormd, roeide wel in Keulen maar presteerde slecht. Reden voor de CTR een punt te zetten achter het project van bondscoach Kris Korzeniowski, die uit de media vernam dat zijn acht niet meer bestond.

Rienks: “De uitspraak dat de acht op z'n gat lag, was een beetje voorbarig. Als de roeiers beslissen dat zij in een acht gaan zitten, dan kan de CTR of Tjark de Vries nog zo hard roepen, maar dan is er toch gewoon een acht?”

Op de Bosbaan, het nationale trainingscentrum, is Rienks nog een vertrouwde verschijning. Hij fietst wel eens mee langs de baan, het afgelopen jaar voer hij een keer of vijf mee met de mannen acht. “Ik roei niet zo vaak meer, één keer in de week gemiddeld, met Niels van der Zwan, met Ronald Florijn of met Henk-Jan Zwolle. In het voorseizoen zag ik daar nooit een andere ploeg trainen dan de vrouwen dubbeltwee, Eeke van Nes en Pieta van Dishoeck. Dan denk ik, of die jongens uit de acht roeien op zulke ongelukkige tijden of ze roeien gewoon nooit. Dat laatste is dus zo, want iedereen mag thuis roeien.

“Ik weet precies hoe het gaat. Als ik vroeger thuis mocht 'ergometeren', zei ik soms dat ik geërgometerd had, maar dan had ik mooi een rustdag genomen. In elk geval was ik veel minder fanatiek dan wanneer ik met anderen ergometerde. Als roeier, zeker in de acht, moet je er elke dag zijn en ook in een tweetje stappen en naast mekaar over het water gaan en je optrekken aan de rest. Dit jaar was telkens het argument van de roeiers dat ze niet goed genoeg zijn in de twee. Maar als niemand kan 'tweeën' heb je vier tweetjes die het niet kunnen en dan ga je allemaal toch ongeveer even hard. Kun je een boel conditie mee opdoen. Er wordt gezegd dat Kris te hard is. Nee, hij is juist te soft. Hij moet keihard eisen dat die jongens naar de baan komen. Anders hoepel je maar op.”

Rienks ontkent dat het Nederlandse roeien er nu veel slechter voorstaat dan in het verleden. Hij mist alleen een vechtersmentaliteit bij een groot deel van de roeiploeg. “Het is niet zo dat men na het teleurstellende WK nu denkt: 'nog een paar stapjes en dan gaan we weer twee seconden harder en dan nog en paar stapjes en dan gaan we weer drie seconden harder'. Er is bij veel roeiers weer een houding van: 'volgend jaar zien we wel weer waar we staan'. Het is jammer dat er in de acht vergeleken bij vorig jaar heel erg veel is veranderd.

“Als je de acht wilt redden, moet je met de hele groep scullers en boordroeiers om de tafel gaan zitten en beslissen: we doen het of we doen het niet. Je spreekt nu met elkaar af dat je vanaf half oktober tot maart om vier uur 's middags twee uur traint en vanaf maart van acht tot tien en van vier tot zes. Als je samentraint, krijg je een goeie acht. Het volgende jaar doe je er dan nog een paar schepjes bovenop: naar het buitenland en sommige dagen drie keer trainen. Dat moet je nu vastleggen en dan moeten er geen roeiers meer zijn die zich tussendoor terugtrekken, zoals nu weer met de acht is gebeurd. De tien beste roeiers van Nederland zet je bij elkaar en dan kun je voor Sydney nog een eind komen.”

Het woord is aan de roeiers, onderstreept Rienks. “Het is niet de goeie weg om de bond, de coach of de CTR te laten sturen. Roeiers moeten zelf zo'n beslissing nemen. En daarna moeten ze hulp vragen van buitenaf. Wij hadden de bond ook niet nodig om te presteren. Al was de bijdrage van NOC*NSF nul komma niks geweest, hadden we nog wel een medaille gehaald, misschien ook wel goud. Dat eeuwige gevraag van alles en iedereen, daar kan ik niet tegen.” Dat sommigen met roeien stoppen omdat de sport niet langer met werken of studeren te combineren zou zijn, stuit bij Rienks op onbegrip. “Je moet het gewoon doen, een kwestie van discipline.”

Heeft de nieuwe acht geleden onder de prestatie van de Holland Acht in Atlanta en onder de voortdurende vergelijkingen met de gouden voorgangers? “Waarom zou je er onder lijden? Ik geloof het niet. Vorig jaar wonnen ze op de WK de kleine finale en dat was toch niet echt negatief. Bij ons was het niet alleen de techniek of de goeie boot of de goeie coach. Gemiddeld hadden wij vijftien jaar roeiervaring. Dat is al een enorm verschil.”

Blijkbaar zijn er geen roeiers die het als een uitdaging zien de prestatie van de Holland Acht te evenaren. “En op dat soort jongens zit je te wachten. Als wij eens een keer stil lagen aan de kant, dan hoefde René niet te vragen hoe het ging. Dan begonnen we zelf al te roepen. Maar als Kris aan deze groep vraagt hoe het gaat, zegt niemand wat. Dat is een frappant verschil. Je moet het lef hebben om dingen te durven zeggen. Op een gegeven moment moet iedereen in zo'n boot het idee hebben dat hij iets bijdraagt aan het geheel. Je moet niet roeien voor de coach, wachten tot hij iets zegt en dan pas dingen veranderen. Het moet echt een samenspel zijn.

“Wij waren ook heel serieus. Eén voorbeeld. Een dag voor de time-trial op de Bosbaan moest ik om vier uur roeien. Het was warm die dag en er waren ook jongens van de acht die de ochtend erna een time-trial moesten roeien. Die zaten in de zon te keten. Misschien ben ik een saaie pier, maar als ze in mijn acht hadden gezeten, had ik gezegd: 'doe een beetje rustig aan, ga nu alvast trainen, ga vanavond vroeg naar bed want morgen heb je een belangrijke wedstrijd te roeien'. Ik zou als roeier en als coach niet geaccepteerd hebben dat men daar zo een beetje zat te lanterfanten.”

Volgens Rienks is er in Nederland momenteel te weinig roeitalent om bij de Spelen van Sydney te kunnen mikken op een aantal grote nummers, een dubbelvier, een dubbeltwee en een acht. “Ik denk dat je de meeste kans met een acht hebt. Maar dan wel met Diederik Simon erin, met Michiel Bartman. Tenminste, als ze willen. Die hebben nog een speciale rol. Met name Diederik is fanatiek. Als je met hem afspreekt dat hij elke ochtend om acht uur en elke middags om vier uur op de baan moet zijn, dan is hij er ook.

“Diederik zal ook vaak te laat komen, maar hij kan wel anderen aanspreken, dat ze het gewoon moeten doen. Je moet niet gaan zitten wachten tot de coach er wat van zegt. Niels van Steenis zou ook een goeie zijn voor de acht. Maar het is de vraag of hij het lichamelijk zou kunnen trekken. Toch is hij een stabiele persoon. Hij doet in alle wedstrijden wat er van hem verwacht wordt.”

Rienks denkt dat bovengenoemde roeiers onder bepaalde omstangheden willen terugkeren in de acht. “Diederik wil best in de acht terugkeren, maar het moet wel van een bepaald niveau kunnen worden. We weten dat dit niveau er nu niet is. Adri Middag en Derk Fontein zijn ook sterke jongens. Die jongens zijn sterker dan ik. Pepijn Aardewijn heeft ook veel voor het roeien over, hij heeft er zijn leven op ingesteld. Misschien moet hij ook in de acht gaan zitten. Maar ja, hij heeft een andere afspraak, met Maarten van der Linden in de lichte dubbeltwee.”

Rienks wil voorlopig geen roeicoach worden. “De roeiers zien mij nog als roeier. Ik zou een grotere bijdrage hebben als ik zelf nog mee zou doen in de acht. Dat moet dus niet. Hoewel ik dat misschien wel het leukste zou vinden.” De innerlijke strijd bij Rienks is zichtbaar. “Het zou wel een uitdaging zijn. Maar dan denk ik meteen aan Bettine Vriesekoop, schei uit joh. Met pingpong kun je het gewoon even proberen. Met roeien moet je je eerst weer een paar jaar lang het apelazerus trainen.”

Is Rienks niet de aangewezen man om de acht nieuw leven in te blazen, desnoods als roeier? “Dan moet je zelf een heel goed voorbeeld zijn. Ik pleit er juist voor dat roeiers er helemaal voor gaan. Ik zit met m'n werk, daarom zou ik voor de huidige acht geen goed voorbeeld zijn.” De gedachte aan een comeback laat Rienks echter niet los. “Weet je, die keren dat ik met de acht heb meegetraind, had ik de stellige indruk dat ze harder gingen. Toen dacht ik wel eens: waarom vraagt niemand of ik WK's of in in Luzern mee wil roeien? Blijkbaar gingen ze ervan uit dat ik toch nee zou zeggen.”

Maar is een terugkeer nu uitgesloten of niet? “Stel nou eens dat vijf van onze acht zeggen: we stappen er weer in. In dat geval doe ik zo mee. En omgekeerd weet ik ook zeker dat Ronald, Henk-Jan en Niels van der Zwan mee willen doen, als ik weer zou beginnen. Met het risico dat je het niet haalt. Met Michiel en Diederik erbij kunnen we gemakkelijk een hoger niveau halen dan de huidige acht.”

Rienks praat wel eens met de andere jongens over een terugkeer. “In de grappende sfeer, maar ook met het gevoel dat het niet tot de onmogelijkheden behoort. Daar bedoel ik niet mee dat het een dikke kans heeft.” Maar Rienks sluit een rentree niet uit. “Je moet er heel veel voor trainen, twee keer per dag. Heel leuk, maar het mag niet ten koste gaan van een heleboel andere dingen. Als je nou van tevoren zeker zou weten dat het goud oplevert, prima. Maar het zou een afgang zijn als het niks wordt.”

De vraag is hoe je Nederlands beste roeiers bij elkaar krijgt in een acht krijgt. “Misschien kan Mijnders daar wel bij helpen. Maar de roeiers moeten niet vergeten dat René net zo min als Korzeniowski iets kan bereiken als zij niet elke dag op de Bosbaan zijn. Een kwestie van discipline.

“Misschien kan ik een plannetje opstellen voor roeiers met een opsomming van minimale voorwaarden om in een project te mogen stappen. Dus niet eerst een auto krijgen van NOC*NSF en een maandelijkse toelage. Nee, laat eerst maar zien dat je bereid bent je in te spannen. En Kris moet gewoon blijven doen wat hij nu doet. Ik weet niet of hij überhaupt wel in Nederland wil blijven. Maar als een acht een kans heeft, weet ik zeker dat hij daar betrokken bij wil zijn.”