Gehuurde tuin

Lavatera olbia Rosea' was de eerste Latijnse plantnaam die ik leerde; ik zie het me nog opschrijven, als een wachtwoord. Op zoek naar een huis in Nederland verbleven we in een huurhuis met een prachtige tuin, waarvan een van de glanspunten deze wondermooie heester was, die nonstop bloeide, de volle vier maanden dat wij daar zaten. Vrienden die op bezoek kwamen praten er nu nog over; het was onvergetelijk. Wat voor tuin we ook zouden krijgen - daar hadden we nog geen idee van - er moest in elk geval zo'n Lavatera in komen.

Het is een flodderig soort struik die sommige autoriteiten classificeren als een kruidachtige plant. Anderen noemen het een 'zachthoutige' heester, om hem te onderscheiden van stuggere types zoals hulst of aucuba. Het hout is zelfs zo zacht dat het net als sommige hydrangea's bij harde wind en regen tijdelijk kan platslaan. De eerste keer dat ik dat zag, in onze gehuurde tuin, dacht ik dat hij door een ramp was getroffen, maar de plant veerde weer op zodra hij was opgedroogd. Lavatera olbia is een plant die het best uitkomt in een zacht briesje: de bloemen zijn oudroze, een prachtige kleur, en ze hebben iets van kleine stokrozen, ze wapperen zo vrolijk in de wind. Hij doet het goed bij de zee, dus wind doet hem vermoedelijk geen kwaad. Het is een liefelijk gezicht, zo'n hele grote die over een muur wuift, terwijl je met je handdoek onder je arm voorbijkomt, op weg naar het strand.

We kregen ten slotte een eigen tuin met zodra het kon een Lavatera er in. In mijn streven naar perfectie kocht ik de modieuze soort, 'Lavatera Barnsley', met witte bloemen met een roze hart. Het is een 'sport' van de gewone soort (hoewel sommigen hem houden voor een hybride van L. thuringiaca), in 1985 door Rosemary Verey aangetroffen in het dorp Barnsley in Gloucestershire. Het is volgens Phillips en Rix (die hem in hun Perennials vermelden - niet in hun boek over heesters) 'een van de mooiste pas ge¨introduceerde planten van de laatste jaren'. Je ziet ze in elk geval in ongelooflijke aantallen, waardoor je je gaat afvragen hoeveel miljoenen van zulke populaire planten er eigenlijk verkocht worden, en ze deden de oude 'Rosea' een beetje achterhaald lijken; te simpel met die ene ouderwetse kleur.

Maar modes veranderen en er klinken nu weer stemmen op ten gunste van 'Rosea'; misschien hebben we te veel Barnsley's gezien. Geen van beide planten wordt erg oud, ze bloeien zich dood na een jaar of vijf, dus je hoeft niet al te lang op verandering te wachten. Sommige Barnsley's muteren ook wel spontaan terug naar effen roze als ze erg te lijden hebben van vorst. Ik heb nog steeds een Barnsley, die het wat magertjes doet, misschien omdat de border meer schaduw heeft dan vroeger - ze houden van zon en nogal droge grond; ik heb ook een andere geprobeerd, 'Burgundy Wine', met een donkerder bloem, maar die vond ik niet aantrekkelijk.

Intussen zijn de bloemen die onze oorspronkelijke huur-Lavatera het dichtst nabijkomen, naar de geest, de eenjarige soort, Lavatera trimestris. Dit jaar heb ik twee cultivars opgekweekt: 'Mont Blanc' en een roze die 'Loveliness' heet. 'Mont Blanc' is zuiver wit, al hebben de knoppen voor ze opengaan een roze weerschijn. Hij is ook aan de lage kant, waardoor zijn naam iets ironisch krijgt. Maar de bloemen hebben iets prachtig papierachtigs, en eenmaal uitgebloeid rollen ze zich op als een hibiscus of een windebloem. 'Loveliness' is veel hoger, met stralend roze bloemen, bepaald overdonderend. Op het zaadzakje staat dat 'Mont Blanc' kan worden toegepast als 'tijdelijke bloeiende haag'. Dat is een aanlokkelijk vooruitzicht; ik zal het volgend jaar proberen. Het zijn de enige bloemen die ik mezelf kan dwingen te plukken; de gedachte ze niet de hele tijd te kunnen zien is onverdraaglijk.

Ze bloeien met een onwaarschijnlijke uitbundigheid, elke stengel schijnbaar met tientallen knoppen die op den duur allemaal opengaan. Dit jaar heb ik het zaad, in plaats van de instructies op te volgen om ze op zaaibakken te zaaien en later uit te planten, eind mei direct in de koude grond gezaaid, en moest een paar angstige weken wachten tot ze opkwamen. Maar dat deden ze en ze bloeien nu al een tijdje, als om te demonstreren dat je niet te veel aandacht moet schenken aan wat er op die zakjes staat.

Lavatera - het klinkt als een oeroude plantnaam - is eigenlijk afgeleid van de naam van J.R. Lavater, een zeventiende-eeuwse Zwitserse arts en natuuronderzoeker. De struik-lavatera komt uit Zuid-Frankrijk, en werd volgens Graham Stuart Thomas in 1570 voor het eerst in cultuur gebracht. Ook de eenjarige lavatera komt uit Zuid-Europa. Maar het echt interessante is de naam olbia. Toen ik in de gehuurde tuin naar de naam van de plant informeerde, dacht ik eerst dat olbia een vergissing moest zijn, het klonk verkeerd. Maar het was mijn eerste Latijnse plantnaam; ik wist niet beter of ze klonken allemaal even raar. Toen ik er meer van te weten was gekomen, vond ik olbia niet raarder meer dan de andere, en nu pas heb ik hem opgezocht.

Het blijkt te betekenen, volgens het botanische woordenboek, van de 'Iles d'Hy`eres', eilanden voor de Cˆote d'Azur. Een daarvan is Porquerolles, waar ik een keer een idyllische dag heb doorgebracht. Het was oktober, volmaakt laat zomerweer, en we hadden het rijk alleen. Het zeewater was zijde-achtig, het zand was warm, het licht helder en schoon, de picknick subliem. En de lavatera's bloeiden - nu ja, ik herinner me ze eigenlijk niet. Ik wist toen nog niets van planten, maar die plantvormige ruimtes in mijn geheugen zijn nu opgevuld met massa's roze Lavatera olbia.