Delfland zette gemalen stil

Het Hoogheemraadschap Delfland moest tijdens de wateroverlast in het Westland een kleine ramp accepteren om een veel grotere te voorkomen.

DE LIER, 19 SEPT. Niemand weet het op de minuut precies, maar zondagnacht om een uur of één nam het Hoogheemraadschap Delfland een drastisch besluit. Een aantal van de poldergemalen werd stilgezet. “Als we dat niet hadden gedaan, zouden kernen als De Lier, Schipluiden en 's Gravenzande helemaal onder zijn gelopen”, zegt tuinder Koos Verbeek, tevens lid van het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap.

Hij werd de afgelopen dagen geconfronteerd met woede en onbegrip van collega-tuinders die niet lang na het stopzetten van de polderbemaling hun kassen onder water zagen lopen. “Minstens een halve meter en alles is kapot”, hield een kweker hem op een bijeenkomst in het veilinggebouw van The Greenery in De Lier geemotioneerd voor.

Delfland is het dichtst bebouwde en -bevolkte waterschap van Nederland, met de meeste mensen en bedrijven op een hectare. Dit gebied heeft ook het hoogste percentage verhard oppervlak van Nederland. Het water blijft nergens staan, verdwijnt direct in de sloten of ander oppervlaktewater. Verbeek blijft van mening dat het in die zondagnacht echt niet anders kon. Het Hoogheemraadschap moest een ramp van relatief beperkte omvang accepteren om een veel grotere te voorkomen.

Tijdens de langdurige buien in het weekeinde werken de 120 poldergemalen in het gebied tussen Den Haag, Delft en Rotterdam aanvankelijk op volle kracht. Ze pompen het water naar de boezem, de ruimere afvoer (vaarten en kanalen zoals de Nieuwe Waterweg) door en rond het gebied, waar vervolgens vijf grotere gemalen het 'wegslaan' naar zee. Maar de zee is al bijzonder hoog en de noordwesterstorm (windkracht 8) stuwt het water nog meer op. Door die enorme tegenkracht loopt de capaciteit van de grote boezemgemalen met twintig tot dertig procent terug.

De vaarten en kanalen van de boezem, door de hevige regenval toch al behoorlijk gevuld, raken steeds voller. Dijkgraaf P. Zevenbergen en zijn dagelijks bestuur moeten een beslissing nemen. De meldingen van de machinisten in de gemalen over de hoge waterstanden, de signalen van het dijkleger worden steeds verontrustender. “We kunnen niet uitmalen”. Op deze manier doorpompen blijkt niet langer verantwoord, anders raakt een flink deel van de dijken en kades in het boezemgebied beschadigd. Of erger, loopt het water eroverheen. Alle lager gelegen kernen zullen dan worden getroffen. Het besluit valt om een deel van de kleinere gemalen in de graslandpolders te stoppen. “Niet in de gebieden waar kassen staan, daar zijn we gewoon door blijven pompen”, zegt Verbeek.

Delfland is verantwoordelijk voor een gebied van 41.000 hectare met 4.000 glastuinbouwbedrijven. De maatregel treft toch nog meer tuinders en particulieren dan verwacht, waarna het Hoogheemraadschap besluit om dan maar een groot poldergebied zonder bebouwing onder water te zetten. Achteraf blijkt 400 hectare van het Westland te zijn ondergelopen en zijn volgens tuinbouworganisatie LTO alleen daardoor al enkele honderden kwekers gedupeerd.

Volgens Verbeek lieten de extreme omstandigheden het waterschap geen andere keus. Hij noemt de uitzonderlijk zware regenval. “In de afgelopen jaren vonden we vier centimeter water al extreem veel. Nu is er in twaalf uur elf tot veertien centimeter gevallen. Bovendien was dat nogal plaatselijk, elders viel weer minder. We moesten dus in die korte tijd een hoeveelheid water wegwerken die gelijk staat aan een zesde van wat er in een heel jaar valt”, aldus Verbeek.

Nadelig was ook dat het al over een langere periode had geregend. “In een periode van droogte zie je dat het grondwater in de bodem tussen twee boezemwaters hol gaat staan, er vormt zich als het ware een kuil. Na een natte tijd zie je de ondergrond bol staan. Het verschil kan twintig tot wel vijftig centimeter zijn”, rekent Verbeek voor. Ook hierdoor verliest het waterschap tijdens het weekeinde een behoorlijke hoeveelheid aan opvangcapaciteit. Daarnaast leiden de vele forse waterbassins die de kwekers naast hun kassen hebben staan om regenwater op te vangen voor het besproeien van hun producten, deze keer tot overlast. Na een normale zomerperiode zijn ze half vol of bijna leeg, nu lopen ze na korte tijd over. Het gevolg is dat nog eens veel water in het oppervlaktewater terechtkomt. Maar dat kon eigenlijk al niks meer opnemen.

De vraag of de dijken hoger moeten, en de kanalen en sloten dieper, is volgens Verbeek niet aan de orde. “Als we deze hoeveelheden in het oppervlaktewater willen opvangen hebben we dijken nodig van twee meter tachtig hoog. In ons gebied ligt 7.000 kilometer aan watergangen, iedereen mag zich dus proberen voor te stellen hoe het er hier uit gaat zien, de kosten laat ik dan maar buiten beschouwing”, zegt Verbeek.

Tussen de kassen slepen medewerkers van Hoogheemraadschap met brandweerlieden de noodpompen nog iedere dag van de ene naar de andere ondergelopen plek. Het waterpeil wordt 'kalmpjes aan' verlaagd om dijken, wallen en kades zoveel mogelijk te sparen.