De Nollen

Het klein houden van grote kunstenaars is een Nederlandse gewoonte: als hun werk veel geld gaat kosten barst de verontwaardiging los (Mondriaan, Brancusi en zo veel anderen), als ze hun recht eisen 'tasten ze hun eigen goede naam aan' (NRC Handelsblad over Struycken), als ze het reproductierecht gerespecteerd willen zien zijn ze geldwolven (vraag Stichting Beeldrecht) en als iemand een subsidie krijgt 'die in geen enkele verhouding staat tot overige subsidies' wordt zijn artistieke betekenis op wankele gronden in twijfel getrokken.

Dit laatste viel te constateren in het artikel van Janneke Wesseling over het project De Nollen van Rudi van de Wint in NRC Handelsblad van 12 september. De Nollen is een uitzonderlijk totaalkunstwerk in wording van een zeer consequent en goed kunstenaar. De reputatie van Van de Wint, net als die van Mondriaan, Struycken en vele anderen, kan wel tegen een stootje, maar het ongenuanceerde nivelleringsdenken dat aan kwantiteit de voorkeur geeft boven kwaliteit, dat gedomineerd wordt door economische overwegingen en uitgaat van een benauwend kunstbegrip, ontneemt er jammer genoeg heel wat glans aan.