Amsterdam krijgt interviews nazi-terreur

AMSTERDAM, 19 SEPT. Het Joods Historisch Museum in Amsterdam krijgt de beschikking over gefilmde interviews met overlevenden van de nazi-terreur. Het museum heeft daarover overeenstemming bereikt met de eigenaar van de videobanden, de Survivors of the Shoah Visual History Foundation. Ook met instellingen in Frankrijk Nieuw-Zeeland zijn dergelijke afspraken gemaakt.

Het gaat alleen om de 1.064 videobanden die op Nederlandse bodem zijn geproduceerd. De ruim 46.000 banden die de afgelopen jaren op andere plaatsen van de wereld zijn opgenomen, blijven voorlopig voor Europa onzichtbaar.

Het interviewproject is een initiatief van de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg. Met het geld dat hij verdiende aan zijn film Schindler's list (1994) zette hij de stichting op die vervolgden uit de Tweede Wereldoorlog - joden, zigeuners, Jehova's getuigen of homoseksuelen - en hun redders wereldwijd liet interviewen.

Deze zomer verklaarde Michael Berenbaum, directeur van de Survivors of the Shoah Visual History Foundation, dat alle banden in Los Angeles waren. Alle banden moeten nu worden overgezet op de computer en gecatalogiseerd op trefwoorden, plaatsnamen, data, namen, onderwerpen en zinsneden. Het wachten is voorlopig op een nieuwe financiële injectie. De eerste 45 miljoen dollar zijn bijna op, voor de volgende fase is naar schatting 50 miljoen dollar nodig. Aan vertaling van de niet-Engels gesproken banden kan dan nog niet eens worden gedacht, zegt een woordvoerder van de stichting. Net zo min als aan wereldwijde toegankelijkheid van de banden. Binnen afzienbare tijd zullen ze, gedigitaliseerd en wel, alleen te zien zijn in het Simon Wiesenthal Centrum in Los Angeles, het Fortunoff Video Archief op de universiteit van Yale, in het Museum of Jewish Heritage in New York en in het US Holocaust Memorial Museum en in het Yad Vashem museum in Israel.

Directeur Berenbaum laat via zijn woordvoerder weten dat de stichting zich verplicht voelt het materiaal ook op andere plaatsen te verspreiden en dat “Europa hoog op onze lijst staat. Maar niets is nog zeker.”

Daar heeft het Joods Historisch Museum in Amsterdam geen genoegen mee genomen. “Het is Europese geschiedenis”, zegt Ralph Levie, die als directiesecretaris van het museum het contact met de stichting in Los Angeles onderhoudt. “De weerslag ervan hoort ten minste óók in Europa te zien te zijn. En het zou toch heel wrang zijn als dat pas gebeurt, wanneer de geïnterviewden er zelf niet meer zijn.”

Twee weken geleden hebben het museum en de stichting overeenstemming bereikt over een compromis. Het Joods Historisch Museum krijgt de in Nederland geproduceerde videobanden. Er zijn wel voorwaarden aan gesteld. Zo mogen de banden hier niet worden gekopieerd en niet ter beschikking worden gesteld voor documentaires.

Op dit moment benadert het Amerikaanse hoofdkantoor alle 1.064 in Nederland geïnterviewden om hun toestemming voor die overdracht te vragen. Levie verwacht dat sommigen zullen weigeren. Zoals sommigen ook al hun eigen band aan het museum ter beschikking hadden gesteld. De banden zelf worden niet voor 1999 in Amsterdam verwacht.

Steven Spielberg presenteerde vorige week, op een middelbare school in Berlijn, een cd-rom met de eerste Amerikaanse interviews. Diezelfde dag kreeg hij van de Duitse president Roman Herzog het Bondskruis van Verdienste voor zijn werk om de herinnering aan de jodenvervolging levend te houden.