Wees zuinig op wat is

Zal de herfst van 1998 de geschiedenis ingaan als de herfst van de chaos, zoals de lente van 1989, bijna tien jaar geleden, de lente van het volk uit 1848 in herinnering riep? Vormen de gebeurtenissen die zich thans ontrollen - van de presidentscrisis in Washington tot het dreigende failliet van de staat in Rusland; van de vrees voor een tweede Aziatische schokgolf, om nog te zwijgen van de spectaculaire val van de Latijns-Amerikaanse beurzen, tot de verspreiding van kernwapens in Azië en de dreiging van een mondiaal terrorisme - de schaduwzijde van ons onvermogen onze zege van 1989 te benutten?Als Rusland afstevent op 1917 en de wereldmarkten op 1929, moeten wij dan terug naar 1945 om opnieuw onze internationale instellingen uit te vinden die in hun structurerende, regulerende rol lijken te hebben gefaald - van de Verenigde Naties tot het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank?

In 1989 leek de richting waarin de wereld ging duidelijk: het marxisme had verloren. Europa, verenigd door democratie en een vrije markteconomie, scheen voorbestemd om zijn eigen geschiedenis en geografie weer te gaan bepalen. Het Aziatische continent was ondanks het sinistere incident op het Plein van de Hemelse Vrede, vol hoop en dynamiek en duidelijk op de goede weg. De Verenigde Staten waren kennelijk en in feite de onmiskenbare winnaars van de Koude Oorlog. Het 'einde van de geschiedenis' was in zicht en een 'nieuwe wereldorde' kon eindelijk worden gevestigd.

De huidige desillusies staan op één lijn met de verwachtingen van toen. De Amerikaanse president zit klem tussen eerbied voor beginselen verwoord door achttiende-eeuwse Franse filosofen en de technologische middelen van het eind van de twintigste eeuw: het Internet. Het gevolg is dat Amerika zichzelf van zijn slechtste kant laat zien op een moment dat het steeds minder bereid of in staat lijkt een stabiliserende of regulerende invloed uit te oefenen. Rusland, een land op de rand van de financiële ineenstorting of zelfs de maatschappelijke en politieke chaos heeft moeten teruggrijpen op een sleutelfiguur uit het Sovjet-verleden, Jevgeni Primakov, als een laatste bastion tegen de anarchie. In Azië slaagt Japan er niet in zijn politieke en financiële stelsel deugdelijk te reorganiseren en de situatie daar kan er alleen maar op achteruitgaan. De toenemende kans op een tweede Aziatische schok roept visioenen op van toenemende maatschappelijke onrust en politieke instabiliteit in het hele continent.

Zo'n opeenhoping van gelijktijdige ongunstige gebeurtenissen kan leiden tot een vicieuze cirkel van besmettelijk pessimisme, dat kan omslaan in een zelfvervullende profetie waarbij de verwachting van onheil het onheil teweegbrengt. Onder zulke omstandigheden stelt men zich al gauw de vraag wat er fout is gegaan, en daarna de vraag wat wij fout hebben gedaan, om vervolgens de onvermijdelijke zondebok aan te wijzen. Daarbij is in ons met recht mondiale wereldbestel de verleiding onweerstaanbaar om ook mondiale interpretaties te zoeken.

Sommigen geven het proces van mondialisering de schuld van de wereldomspannende malaise waarin we ons bevinden. Het kunstmatig opleggen van het vrije marktkapitalisme, in combinatie met de excessen van een ongebreidelde democratie, aan landen met een cultuur en historie waaraan zulke denkbeelden vreemd zijn, wordt als hoofdoorzaak beschouwd. Een andere categorie critici acht de principes wel juist, maar vindt dat die verkeerd zijn toegepast. De IMF-voorschriften waren, bijvoorbeeld, wel juist, maar het tempo van uitvoering was volstrekt verkeerd. Medicijnen die maanden zo niet jaren moeten worden geslikt, werden zieke landen in enkele dagen door de strot geduwd.

Wat kan men inbrengen tegen de weeklachten en verwijten van de hedendaagse Cassandra's? Afgewogen, gematigde antwoorden bestaan wel degelijk, maar die vooronderstellen een begrip van de kringloop der geschiedenis, in tegenstelling tot de lineariteit van de virtual reality. Mensen maken geschiedenis, maar zij kennen de geschiedenis die zij maken niet. Niet alleen is het zinloos te speuren naar één enkele alomvattende oorzaak voor de talrijke crises in de huidige wereld; het is bovendien gevaarlijk om toe te geven aan de verleiding het onvolmaakte geheel van controlemechanismen en instellingen dat we thans hebben overboord te gooien. Zonder de Verenigde Staten, zonder het Internationaal Monetair Fonds of de Wereldbank, om nog maar te zwijgen van de VN, zou de wereld van vandaag een nog veel grotere en gevaarlijkere janboel zijn. Het mondialiseringsproces, met zijn onvermijdelijke interactie tussen ogenschijnlijk losstaande verschijnselen, heeft ons meer dan ooit bewust gemaakt van de complexiteit en wederzijdse afhankelijkheid van de wereld waarin we leven. Het is thans niet het moment voor makkelijke simplificatie en zelfkastijding. Op de steeds vaker gehoorde vragen 'Wie heeft Rusland laten glippen?', 'Wie heeft Azië laten glippen?' bestaan geen eenvoudige antwoorden, maar één ding staat vast: vooral de Russen en de Aziaten zijn verantwoordelijk voor hun dagelijkse doen. Het Westen heeft overwegend goed gehandeld, maar met de verkeerde resultaten. Zo was het legitiem om in Rusland Jeltsin politiek en financieel te steunen en als filosofisch motto de zinsnede te hanteren: 'Met Rusland samenwerken als het kan, maar Rusland in toom houden als het moet'. Het vervelende is dat we allen de gevolgen hebben onderschat die een meer dan zeventig jaar durend communistisch experiment op een reusachtig, achtergebleven rijk heeft teweeggebracht. Het zou wel eens kunnen blijken, als een knipoog van de geschiedenis, dat het aantreden van een doorgewinterde Sovjet-leider in Rusland de nodige luwte zal brengen in de hervormingen die onvermijdelijk waren geworden na de laatste crisis van het communisme.

In dezelfde redeneertrant waren ook de opeenvolgende crises in Azië nodig om aan het licht te brengen welke gevaarlijke gevolgen de corruptie, het nepotisme en het ontbreken van slagvaardige regionale instellingen op den duur zouden hebben.

Europeanen moeten de verleiding weerstaan te menen dat de gebeurtenissen elders in de wereld zonder gevolgen voor hen zullen blijven, of dat zij aan de beurt zijn om plaats te nemen op de leiderszetel die de VS vacant hebben gemaakt. Kort geleden leek Europa nog de zwakste, minst dynamische partij in een trilaterale wereld, ingeklemd tussen een dynamischer Azië en een machtiger Amerika. Thans zijn de Europeanen juist bang dat de euro straks te sterk zal blijken tegenover de dollar. De karakterfouten van president Clinton hebben het imago van de VS in de wereld ernstig geschaad en het Amerikaanse vermogen om internationaal op te treden aangetast, althans voorlopig. Helaas maken de vele reële zwakheden van Amerika Europa niet per se sterker.

De mondialisering betekent in wezen maar één ding: dat we meer dan ooit met ons allen in hetzelfde schuitje zitten. Maar dat betekent nog niet dat we niet in staat zijn om de koers te bepalen. Laat ons dus de bestaande instellingen versterken in plaats van ze overboord te gooien en ons nieuwe en betere te dromen.