Verbod Frans ministerie; Coca-Cola mag Orangina niet kopen

ROTTERDAM, 18 SEPT. Het Franse ministerie van Financiën verbiedt voorlopig de verkoop van het Franse frisdrankmerk Orangina aan Coca-Cola. De frisdrankproducent zou met Orangina een te groot marktaandeel in Frankrijk krijgen.

Het Amerikaanse Coca-Cola (met onder meer de merken Fanta en Sprite) heeft een aandeel van ongeveer 37 procent in de frisdrankmarkt, Orangina een aandeel van ongeveer 8,5 procent.

Coca-Cola maakte in december vorig jaar bekend dat het voor ongeveer 1,7 miljard gulden Orangina zou kopen van het drankenconcern Pernod-Ricard. De omzet van Orangina was vorig jaar ongeveer 600 miljoen gulden.

Het Franse ministerie baseerde zijn beslissing op een onderzoek van de Franse anti-mededingingsautoriteiten. Met name Pepsico, de aartsrivaal van Coca-Cola, had geprotesteerd tegen de overname van Orangina. Het Franse bedrijf verzorgt voor Pepsi het bottelen, de verkoop en de distributie voor de horeca-markt. Die contracten zouden door Coca-Cola worden opgezegd. In praktijk zou dat er volgens Pepsi op neerkomen dat Coca-Cola een monopolie krijgt op de horeca-markt in Frankrijk. Pepsi heeft onlangs Orangina aangeboden om de bestaande contracten te vernieuwen en verbeteren.

Zowel Coca-Cola als Pernod-Ricard maakten gisteren bekend dat ze zullen blijven proberen de verkoop af te ronden. De discussie tussen Coca-Cola en de Franse overheid zou gaan over twee punten. Ten eerste de definitie van de horeca-markt. En ten tweede de periode waarin Coca-Cola zich aan door de overheid opgestelde regels zou moeten houden om concurrenten toegang te blijven geven tot de markt.

Coca-Cola heeft al eerder problemen gehad met de Franse overheid. Vorig jaar kreeg Coca-Cola een boete na een klacht van Orangina over oneerlijke concurrentie.

Coca-Cola had juist deze week al onderhandelingen afgerond met de werknemers van Orangina. De Amerikaanse producent heeft de werknemers beloofd om de huidige werkgelegenheid - en de 35-urige werkweek - te garanderen tot het jaar 2000.

Voor Pernod-Ricard betekent het uitstel van de verkoop dat het drankenconcern voorlopig nog niet in de positie is om zelf grote acquisities te doen, zoals het concern had aangekondigd.