'Verbeter controle zorg zwakzinnigen'

DEN HAAG, 18 SEPT. De hulp voor mensen met een verstandelijke handicap moet regionaal beter worden georganiseerd. Het aanbod aan hulpvormen is gevarieerd, door de bank genomen van redelijke kwaliteit en voorziet in de behoefte van de afnemers. Wel moet er meer extern toezicht komen op de geboden kwaliteit en dient de financiering gestroomlijnd te worden. Nu komt het geld uit meerdere potjes waardoor vaak niet is te achterhalen of het allemaal goed wordt besteed.

Dit concludeert het Utrechtse onderzoeksinstituut NZi dat deze sector voor de Ziekenfondsraad heeft geëvalueerd. Het gaat hierbij om hulp aan mensen met een verstandelijke handicap (en aan hun ouders) die nog thuis verblijven of die begeleid zelfstandig wonen. Het grootste deel van de hulp wordt geboden door sociaal-pedagogische diensten.

De ongeveer 70.000 gebruikers kunnen binnen de ambulante zorg kiezen uit negen clusters van hulpvormen. Het gaat daarbij onder meer om hulp voor ouders bij het oplossen van opvoedingsproblemen bij verstandelijk gehandicapte kinderen, steun bij het zelfstandig wonen van volwassen gehandicapten, 'vroeghulp' bij ouders om vooruitgang bij jonge kinderen met een ontwikkelingsachterstand te stimuleren en psychosociale hulp. Bijna de helft van alle hulpvormen is in de afgelopen vier jaar ontstaan. Door het ruime aanbod is het voor de afnemers vaak niet gemakkelijk te achterhalen welke hulpvorm(en) voor hen tot de beste resultaten leiden, zo wordt geconsteerd.

De wijze waarop veel cliënten (of hun ouders) wegwijs worden gemaakt laat nogal te wensen over. De onderzoekers betreuren dit omdat juist intensieve begeleiding in de beginfase op de wat langere duur de beste resultaten oplevert.

De onderzoekers bepleiten bindende regionale afspraken over de afstemming en bereikbaarheid van het hulpaanbod. Ook het stellen van de indicatie, het geven van voorlichting aan en het wegwijs maken van patiënten in de wereld van de hulpverleners moet regionaal worden gecoördineerd. Dit is vooral nodig nu de hulp aan geestelijk gehandicapten “nog in een ontwikkelingsfase” verkeert. Ook is de sector er nog niet aan gewend om zakelijk en systematisch aan elkaar verantwoording af te leggen. Het is nodig regelmatig het hulpaanbod en de kwaliteit ervan extern te laten beoordelen, aldus het onderzoeksinstituut NZi in zijn rapport aan de Ziekenfondsraad.