Uri Tzaig

De geest ontspant door vermaak, en wat is er meer ontspannen dan een spelletje? Een stijve nek en opgetrokken schouders verdwijnen bij een partijtje squash, Lingo of Mens-erger-je-niet. Het spel elimineert het stressvolle competitie-element, dat wil zeggen het doet er zogenaamd niet toe of je wint of verliest. Het is wél de bedoeling dat je je aan bepaalde regels houdt. Spel-regels. Zonder regels geen spel.

Tempo van Uri Tzaig. Te zien t/m 25 oktober in De Vleeshal, Lange Noordstraat 1, Middelburg. Di t/m zo: 13-17.00 u, twee voorstellingen per dag: om 14.00 en 16.00 u. Later dit jaar in Galerie Mot & Van den Boogaard, Rue A. Dansaertstraat 46, Brussel, tel. +32 2 514 10 10.

Dat dit geen contradictie is wordt voelbaar in de videofilm The Universal Square (1996) van de Israëliër Uri Tzaig die vorig jaar op Documenta X werd vertoond. In de film spelen twee voetbalteams tegen elkaar met twee ballen. Door die extra bal is het voetballen voor zowel de spelers als de toeschouwers vervallen tot een ontregelde wedstrijd. Een spel waarin alles kan, doet je bloeddruk niet bepaald stijgen. Het gemeenschappelijke concentratiepunt, en daarmee de gedeelde vreugde of smart, is verdwenen. Het spel splijt zich in tweeën, of verwordt tot een verzameling van een heleboel één-tweetjes - iedereen zal er z'n eigen draai aan geven, probeert er (opnieuw) een systeem in te ontdekken.

In Tzaig's nieuwste videofilm Tempo (1998) komt ook een aantal ongewone spelletjes voor. Twee mensen die een soort damspel doen met peper- en zoutvaatjes op een formica tafel, of twee anderen die beurtelings gekleurde knikkers op een siliconen bord leggen. Helemaal begrijpen doe je het niet, maar Tzaig geeft je ook maar één minuut de tijd om er naar te kijken. De scènes vormen een onderdeel van een één uur durende film, zestig sequenties van elk een minuut. Een legertje Chinese vrouwen doet Tai Chi op een grasveld. Een brommer crosst over een idyllisch bospaadje. Moment van stilte op een kruispunt tijdens de herdenking van de Zesdaagse Oorlog in Israël. Een musicerende organist van het draaiende restaurant in de Fernsehturm in Berlijn. Schommels die door de harde wind heen en weer waaien. Het zijn statische, registrerende shots van ogenschijnlijk terloopse gebeurtenissen, zo nu en dan versterkt met muziek van de Amerikaan Arto Lindsay. Een helder concept dat een mooie film kan opleveren - als Tzaig zich tenminste aan de spelregels houdt.

Dat doet hij niet. Hij tart de door hemzelf opgestelde voorschriften door de film te beginnen met een zoekend, rommelig gefilmd shot van de omgeving waar de aanslag op Rabin plaatsvond. Hij doorbreekt de opeenstapeling van vluchtige gebeurtenissen met bijvoorbeeld bewakingscamera-beelden van een duidelijk geënsceneerde overval in een winkel, alsof deze anderssoortige beelden iets te betekenen hebben. De pogingen om niet verstrikt te raken in zijn eigen regels maken de film minder sterk. De ritmische kwaliteit van de poëtische beeldencollage wordt daardoor net zo verstoord als het van oorsprong eenduidige voetbalspel in The Universal Square. Net als bij het voetballen gaat het niet om het bagatelliseren van de spelregels, maar juist om het uitblinken binnen die gestelde regels.