Toneelstuk van Camus in de stilte van het museum

Voorstelling: Caligula van Albert Camus door Needcompany. Regie: Jan Lauwers. Met: Dirk Roofthooft, Viviane de Muynck, Grace Ellen Barkey e.v.a. Gezien: 15/9, Muhka, Antwerpen. Herhaling 18 t/m 20/9 in Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Inl. (010) 441 94 71.

De Belgische theatermaker Jan Lauwers en zijn groep Needcompany ensceneerden Caligula, het toneelstuk van Albert Camus, vorig jaar in opdracht van de Documenta in Kassel. De voorstelling werd in een museum gegeven want Documenta is nu eenmaal een beeldende kunst-manifestatie. Dat was dus niet meer dan een praktische omstandigheid, maar Lauwers geeft er in een toelichting meteen maar een op maat gesneden theorie bij, althans wat vaagheden over de stilte in het museum. (Waarvan 'we de idee' overigens 'opnieuw moeten bekijken').

Dankzij die in theaters kennelijk afwezige stilte is Caligula nog steeds uitsluitend in musea te zien, en vanaf vanavond driemaal in het Rotterdamse Boijmans Van Beuningen.

Toen ik de voorstelling begin deze week in het Antwerpse kunstcentrum Muhka bezocht, leek het alsof Botho Strauss' Trilogie des Wiedersehens uit 1977 werkelijkheid werd. In een hel verlichte zaal was een zwerm doorgewinterde artbirds neergestreken die - dank zij de in een V-vorm opgestelde stoelen - na afloop met een stijve nek en rug dankbaar applaudisseerden voor een zeldzaam lege en pretentieuze vertoning. Spelers en publiek hielden elkaar grotelijks voor de gek. De poedelnaakte keizer, die zich overigens niet liet zien, kon in zijn vuistje lachen.

Een zogeheten reading heeft Lauwers van Camus' filosofische tractaat in disguise gemaakt, vertrouwend op de kracht van podiumpersoonlijkheden als Dirk Roofthooft en Viviane de Muynck. Die zijn kennelijk zo radiant dat, afgezien van een lange tafel met wat waterkannen erop, ieder rekwisiet en iedere vorm van mise-en-scène achterwege blijven. Hun op enkele stemverheffingen na reliëfloze tekstbehandeling wordt verondersteld genoeg signalen te bevatten om zicht te bieden op een interpretatie van de regisseur - waaruit, hoe zot zijn visie ook zijn mag, zijn drijfveren zouden moeten blijken.

Maar van interpretatie laat staan inspiratie is niets te merken. Het is would be avantgarde, dat wil zeggen pretentie en meer niet. Een meisje doet tussendoor een dansje, een muzikant speelt eens wat. En verder zitten de spelers hoogst verwaten achter een tafel interessant en diepzinnig te zijn. Verwaten is het, en brutaal, om het publiek op deze manier lastig te vallen. Maar die overweging lijkt de laatste van Lauwers' zorgen.