Rick snapt het niet

De nieuwe staatssecretaris van cultuur en mediazaken, Rick van der Ploeg, snapt het niet. Het is toch onzin, opperde hij vorige week op het Nationaal Omroepcongres, om zo'n groot onderscheid te blijven maken tussen de publieke en de commerciële omroep? Het zou toch veel beter zijn, ging hij verder, om de commerciële zenders een volwaardige plaats te geven in het omroepbestel? Zou het bijvoorbeeld niet een goed idee zijn ook RTL4, RTL5, Veronica en SBS6 toegang te geven tot de subsidiepotten van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties?

De staatssecretaris snapt, kortom, niet waarom de commerciële televisie in dit land niet dezelfde status zou kunnen krijgen als die in Engeland heeft. Hij vind het, zo bleek uit zijn woorden, een vergaande vorm van hypocrisie dat de spraakmakende goegemeente in dit land zijn neus ophaalt voor de Nederlandse commercie, maar wel pap lust van de prachtige dramaseries en documentaires die de Engelse commerciële zenders ITV en Channel Four produceren. Waarom zou niet ook de Nederlandse commercie kwaliteit kunnen maken?

“Ik wil bezien welke mogelijkheden er zijn om de programmering van de commerciële omroepen interessanter te maken”, zei Van der Ploeg. Ze zullen hem zien aankomen. Ze hebben niets met hem te maken; twee van de vier hoeven zich niet eens aan de Nederlandse mediawet te houden omdat ze gevestigd zijn in de brievenbusmaatschappij Luxemburg. Ze weten heel goed wat ze hun kijkers moeten voorzetten - en dat is in elk geval niet de kwaliteitsprogrammering die de staatssecretaris voor ogen staat. Die scoort niet.

Dat dat in Engeland heel anders ligt, komt omdat men daar niet lijdelijk heeft zitten wachten tot de commerciële televisie via een buitenlandse omweg binnen zou komen. De zenders met reclame staan daar al sinds het begin onder strenge overheidscontrole. Letterlijk is vastgelegd dat er genoeg eigen drama en eigen documentaires op hoog niveau moeten worden uitgezonden. Om een sterk voorbeeld te noemen: ITV wil al jarenlang zijn journaal van tien uur 's avonds opschuiven naar de vroege of de late avond, maar krijgt daarvoor geen toestemming van de controlerende Independent Television Commission. En eens in de vijf jaar wordt geëvalueerd of de commerciële stations nog voldoende kwaliteit bieden - wie onder de maat blijft, verliest zijn zendmachtiging. In de praktijk is dat al diverse malen gebeurd.

Kom daar eens om in Nederland. Hier kunnen de zenders doen wat ze willen. Geen mens, en ook geen staatssecretaris, die daarop invloed kan uitoefenen. Zelfs als Van der Ploeg zijn woorden in daden zou omzetten, als de dertig miljoen gulden die hij jaarlijks uit de STER-opbrengsten in het Stimuleringsfonds stort ook wordt opengesteld voor de commerciële zenders, zal blijken dat niet één programma-voorstel voor subsidiëring in aanmerking komt. De commercie is niet geïnteresseerd in documentaires over Varèse of Verkade, en evenmin in dramaseries als Oud geld of Zwarte sneeuw. De commercie moet geld verdienen, en dat lukt niet met programma's die geen massaal publiek trekken.

De staatssecretaris kan hoog of laag springen - het zijn de commerciële omroepen zelf, die het onderscheid in stand houden. Aan subsidie hebben ze niets, kijkcijfers moeten ze hebben.