Premier Römer (Antillen) wil voorbereidende cursus voor Nederland-gangers; 'Je moet het IMF niet als heilig zien'

Premier Suzy Römer van de Antillen moet in haar land veel, vooral financiële, problemen oplossen. Ze ijvert ervoor de uitstroom van Antillianen naar Nederland te beperken.

DEN HAAG, 18 SEPT. “Zolang er op onze eilanden kinderen met honger naar school gaan, hoeft een gevangene niet een cel voor zichzelf te hebben.” Dat zegt premier Suzy Römer van de Nederlandse Antillen, die momenteel in Den Haag op bezoek is. Ze vindt het bedrag (75 tot 100 miljoen gulden) dat Nederland de komende jaren beschikbaar wil stellen voor renovatie en uitbreiding van het cellencomplex Koraal Specht “te veel van het goede”.

Römer meent dat een deel van dat geld beter kan worden besteed aan andere “nijpende problemen”. “Bovendien moet ik wat Koraal Specht betreft rekening houden met de ons omliggende eilanden”, vervolgt Römer. “We moeten geen paradijs worden voor criminelen. Het is een goed iets dat de gevangenis beantwoordt aan de normen, maar laten we haar zo simpel en eenvoudig mogelijk houden.”

Römer zegt er “alles” aan te doen te voorkomen dat Antillianen in het vervallen en (internationaal) gekritiseerde Koraal Specht terecht komen. Ze vertelt dat justitie de straffen voor drugsdelicten en -geweld heeft verhoogd en dat de overheid “met kracht” werkt aan het voorkomen van misdaad. “Ons laatste idee is een vormingsbrigade. Jonge overtreders krijgen een tweede kans in het onderwijs. In plaats van de gevangenis krijgen ze lessen onder strenge discipline, ja, op een haast militaire leest. Het accent ligt daarbij op vorming en sociale vaardigheden.”

Suzy Römer (40) is een trotse vrouw. Donker pakje, zwart haar met geel-witte lok. Tijdens het gesprek in het Haagse Antillenhuis kijkt ze streng als de Nederlandse bemoeienis met de Antillen aan de orde komt.

Römer verwerpt het door de Amsterdamse wethouder J. van der Aa geopperde idee Antillianen die zich in Nederland vestigen een registratieplicht op te leggen. “Staatssecretaris De Vries van Koninkrijkzaken vindt net als ik dat je met zo'n registratieplicht onderscheid maakt op grond van kleur. Daarmee stigmatiseer je de hele bevolkingsgroep. Je moet de problemen aanpakken in de steden of wijken waar ze voorkomen.” Burgemeester S. Patijn van de hoofdstad - hij klaagt dat Amsterdam heel veel last heeft van “Antilliaanse criminelen” - is voor een soort Gemenebest-paspoort voor Antillianen.

Römer schudt haar hoofd. Daarmee draag je ook geen oplossing aan, meent ze. “De moeilijkheden worden veroorzaakt door een klein deel van de 90.000 Antillianen in Nederland. Dan moet je niet doen alsof de hele bevolkingsgroep lastig is. Toen Nederlandse mariniers dit jaar per legervliegtuig drugs smokkelden vanuit Willemstad, riepen wij ook niet iets van: 'Alle Nederlanders zijn smokkelaars'. We moeten beginnen de mensen op onze eilanden die naar Europa willen, beter voor te bereiden.”

Daartoe treedt per per 1 oktober een Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) in werking, die “op rijksniveau” is gemaakt, door 'Den Haag' en 'Willemstad'. Wie vanuit de Antillen naar Nederland vertrekt, is na aankomst verplicht de zogenoemde inburgeringscursus te volgen, 570 uur voorlichting waarbij aandacht wordt besteed aan de Nederlandse taal en samenleving. Het is onze bedoeling, zegt Römer, Antillianen die naar Nederland willen ook thuis beter op dat vertrek voor te bereiden. In een voorlichtingscentrum krijgen ze binnenkort “een cursus in de sfeer van onderwijs, taal en kennis van de Nederlandse maatschappij”. “Misschien besluit zo iemand na die informatie gewoon op de Antillen te blijven”, zegt Römer.

De uitstroom van Antillianen is het gevolg van de slechte economische situatie op de eilanden, weet ook Römer. Op de Antillen (200.000 inwoners) zijn 14.000 werklozen en per jaar komen er volgens Römer “vijfhonderd tot zevenhonderd” bij. “Over vier jaar hebben 16.000 tot 17.000 mensen dus een baan nodig om op nul te komen”, zegt de premier. “De speerpunt van onze regering is de economie bevorderen. Dat moet in het bijzonder gebeuren in het bankwezen, de handel, het transport en het toerisme.”

Römer realiseert zich dat het “niet eenvoudig” zal zijn de werklozen aan de slag te krijgen, omdat ze laag zijn opgeleid. Ze zegt dat “88 procent” van hen een LBO-opleiding heeft, “of minder”. Werk, werk, werk is ook het motto van de regering-Römer. “De remedie tegen zo veel inactieven is goede randvoorwaarden scheppen voor nieuwe bedrijvigheid.” Ze zegt bezig te zijn de “bureaucratische rompslomp” aan te pakken, onder meer door “snelle noodvergunningen” te verstrekken aan bedrijven die zich op 'de West' willen vestigen.

Römers voorganger, M. Pourier, vertelde in januari dat de schuldenlast van de Antillen - 2,5 miljard gulden - “onaanvaardbaar hoog” was. Hij probeerde met “onvermijdelijke saneringen bij de overheid, het afstoten van rijkstaken en de invoering van zes procent omzetbelasting” te gaan voldoen aan de eisen van de Internationaal Monetair Fonds (IMF). Römer zegt dat de schulden thans “rond de 2,3 miljard” liggen. De premier meent dat de hoge tekorten te maken hebben met de aard van het land.

“Elk eiland moet een luchthaven, een brandweer, drinkwater, scholen en medische voorzieningen hebben. Je hebt een heel duur huishouden. Vanaf de jaren tachting hebben we een enorme financiële terugval gehad, toen de belastingverdragen met de VS over de offshore wegvielen. Shell vertrok, dat scheelde óók veel aan belastingen. Dat alles kostte de staatskas 500 miljoen per jaar, op een begroting van twee miljard.”

Achtereenvolgende regeringen hebben geprobeerd het tekort aan te pakken door bezuinigingen en fiscale maatregelen. Römer: “Nogmaals, mijn kabinet meent dat je op de eerste plaats de economische basis van het land moet verbeteren. Met saneren, zoals onder Pourier, maak je nog grotere problemen. We willen het Internationaal Monetaire Fond als adviseur, niet als leider. Onder Pourier speelde het IMF een voorname rol, maar het begrotingstekort is niet kleiner geworden, de belastingdruk hoger en de economie is verschrompeld.”

“Het IMF moet je niet als heilig beschouwen”, aldus Römer, die bij haar aantreden dit voorjaar in Nederland een representant van de upperclass werd genoemd. Tot haar ergernis. “Ik ben de jongste uit een gezin van zes. Vader was manager in een hotel, hij stierf toen ik vijftien was. Moeder bleef met vier kinderen achter en had slechts een half pensioen. We waren arm, maar als de hele omgeving arm is, valt dat niet op.”