Nieuwe cd van Joshua Redman; 'Jazz maakt altijd gebruik van popmuziek'

Vandaag komt de zesde cd van de Amerikaanse saxofonist Joshua Redman uit. Anders dan zijn vorige cd's, staan op Timeless Tales For Changing Times veel composities van andere musici. “Je kunt ze jeugdfavorieten noemen, maar dit is zeker niet een nostalgisch album”, zegt Redman

Joshua Redman: Timeless Tales For Changing Times (Warner Brothers). Op 25 november speelt Joshua Redman in Paradiso, Amsterdam.

AMSTERDAM, 18 SEPT. Bob Dylans hit 'The times they are a-changing' is een swingend nummer geworden. Jazz-evergreen 'Love for sale' wordt afwisselend in 13/4, 12/4 en 10/4 maat gespeeld in plaats van de gebruikelijke rechttoe-rechtaan 4/4. En 'Eleanor Rigby' van The Beatles begint een nieuw leven als up-tempo ode aan hoop en strijdvaardigheid. Deze nummers staan, naast werken van andere hedendaagse, populaire componisten zoals Irving Berlin, George Gershwin, Stevie Wonder, Joni Mitchell en Prince, op Timeless Tales For Changing Times, de zesde cd van saxofonist en bandleider Joshua Redman (1969), die vandaag uitkomt.

Toen hij zeven jaar geleden afstudeerde aan Harvard, wilde Joshua Redman (1969) zich specialiseren in recht. Voordat hij zich aanmeldde bij de universiteit toerde hij met de band van zijn vader, saxofonist Dewey Redman. In de herfst van datzelfde jaar ontving hij de eerste prijs in de Jazz Saxophone Competition van het Thelonious Monk Institute en bood platenlabel Warner Brothers hem een contract aan. Redmans carrièreplannen wijzigden zich drastisch. In 1993 kwam zijn goed ontvangen debuut-cd uit, die in de volgende jaren gevolgd werd door vier andere opnamen. Verder speelde de saxofonist samen met Pat Metheny, Charlie Haden, Jack DeJohnette en Paul Motion.

Met uitzondering van James Browns 'I got you (I feel good)', speelde de jonge saxofonist op zijn eerdere cd's uitsluitend eigen composities en een enkele 'jazz-standard'. “Ik heb eerst mijn eigen composities verkend en geprobeerd een eigen geluid te ontwikkelen. Door die basis heb ik nu de vrijheid om iets in een andere 'groove' te doen”, zegt Redman over zijn materiaalkeuze. “De nummers hebben stuk voor stuk een rol gespeeld mijn persoonlijke, muzikale ontwikkeling. Je kunt ze jeugdfavorieten noemen, maar dit is zeker niet een nostalgisch album. Het is niet zo dat toen ik op tweejarige leeftijd 'Summertime' hoorde, ik het spontaan in mijn broek deed en nu dat gevoel wil herbeleven. Mijn uitvoeringen van die tien nummers reflecteren wat ze hier en nu voor mij betekenen.”

Redman benadrukt met klem dat het interpreteren van andermans muziek niet gezien moet worden als een vorm van imitatie of kopiëren. “Ik herhaal een idee, maar voeg er iets van mezelf aan toe. Ik maak ze als het ware weer opnieuw. Jazz is altijd al een kwestie geweest van pop introduceren in een andere muzikale taal. John Coltrane's 'My favorite things' is daar een geslaagd voorbeeld van.”

Bij het selecteren van nummers voor de cd, speelden de melodie en kracht van de compositie een belangrijke rol. “Zo'n nummer als 'Eleanor Rigby', over een vrouw die door het raam staart en gelaten alle ellende over zich heen laat komen, ademt droefheid maar tegelijkertijd ook hoop”, vindt Redman. “De geest van het werk vormt de inspiratie voor een vertaling naar mijn eigen idioom. Ik denk wel dat mijn uitvoering intenser en aggressiever is. Deze 'Eleanor Rigby' past in de jaren negentig, waarin men minder snel geneigd is zijn slechte omstandigheden te accepteren zoals dat in het origineel het geval is. Mijn versie roept op dwingende wijze: Eleanor Rigby, laat niet over je lopen en zoek hulp!”

In de aanloop naar de opnames probeerde Redman tientallen nummers uit. Composities van Earth, Wind and fire, The Temptations, The Police en zelfs van grunge-band Soundgarden en reggae-grootheid Bob Marley passeerden de revue. Sommige werden nooit meer dan een aardig idee in Redmans hoofd, voor anderen schreef hij de arrangementen helemaal uit voordat ook die in de prullenbak verdwenen. “De keuze is intuïtief”, volgens Redman. “Cruciaal is dat ik bij het horen van een nummer iets hoor dat er eigenlijk niet is. Dan zit ik namelijk al in de muziek en hoor ik mezelf spelen in dat nummer. In zo'n geval is er een verbintenis, het is inspiratie met een visie.”

Hoewel deze verbintenis maar bij een select aantal nummers optreedt, betekent dit niet dat andere muziekstukken en genres onopgemerkt aan hem voorbijgaan. Redman: “Ik heb laatst de cello-suites van Bach herontdekt. Hij heeft met harmonisch relatief simpele structuren erg mooie en soepel lopende melodieën gemaakt. De regels die daaraan ten grondslag liggen bestudeer ik om mezelf melodisch verder te ontwikkelen. Wat hiphop en rap betreft, ken ik geen directe fusie zoals bijvoorbeeld Steve Coleman. Die werkt met dj's en rappers, maar heb ik het ritmische, de intonatie en 'free flow' van de rap in mijn speelstijl opgenomen.”

De scherpe scheiding tussen traditionele en vernieuwende projecten, die zich vooral in de Verenigde Staten voordoet, is volgens Redman irrelevant. “Natuurlijk zijn er verschillen tussen de muziek van Wynton Marsalis, die probeert de tradities te conserveren, en zo iemand als John Zorn, die ze aan zijn laars lapt”, zegt hij. “Maar de controverse is wel erg opgeklopt en ik denk dat de scheiding een kunstmatige is. Ook mij proberen ze telkens weer in dat continuum te plaatsen, maar ik weiger me aan dit soort categorisering te onderwerpen. Als je over het algemeen bekijkt hoe de jazz zich ontwikkelt, dan zie je dat de muziek alle kanten opgaat. Dat is toch ook goed? Het is toch schitterend dat mensen het gepiep en geknor van een Zorn en de puristische klanken van een Marsalis naast elkaar kunnen horen?”