Moord tussen de struisvogels; Anna Abrahams over haar documentaire 'Tropengraf'

Op een struisvogelfarm op Curaçao werd in 1913 een dode man aangetroffen. Geruchten genoeg, maar de moord werd nooit opgelost. Anna Abrahams maakte een documentaire over 'de man in de waterput'.

Tropengraf, een West-Indische overlevering van Anna Abrahams gaat in première op zo. 27 sept. (Rembrandt 3, 20.00u) en wordt daarna nog vertoond op ma. 28 (Studio, 9.30u) en wo 30 sept. (Studio, 20.00u). Na het Nederlands Film Festival wordt Tropengraf gedistribueerd door het Nederlands Filmmuseum en vertoond door de VPRO.

Het is best mogelijk om in te zien waarom iemand bereid was om voor haar een moord te plegen. Ida Bernhard ziet er op de foto's uit als een mooie, jonge vrouw. Logisch dat Lodewijk Lens verliefd werd op de Duitse lerares, toen hij haar in 1912 ontmoette op een schip van Egypte naar Italië. Uit Egypte had Lens tien struisvogels meegenomen, waarmee hij op Curaçao een struisvogelfarm wilde beginnen. Een struisvogelfarm beginnen op Curaçao? Het klinkt anno 1998 als een krankzinnig idee. Waarschijnlijk was het dat in 1912 net zo goed, al was het dragen van struisveren toen nog modieus; het bedrijf was weinig winstgevend en ging uiteindelijk failliet.

Toen documentairemaakster Anna Abrahams (35) een jaar of vier geleden op bezoek was bij vrienden op Curaçao zag ze in een museum een foto van Lens' farm. “Ik vond het zo'n maf beeld”, zegt ze. “Wat bezielt iemand om net aan het begin van de moderne tijd - de olieindustrie kwam juist op - die beesten daarheen te brengen?” De bestanddelen van de geschiedenis, die ze daarna met moeite wist te reconstrueren, zijn grofweg gelijk aan die van, bijvoorbeeld, de laatste film van Oliver Stone: geld, overspel en moord. Abrahams: “Veel mensen hebben de afgelopen jaren tegen me gezegd dat ik er een speelfilm van moest maken.”

Tropengraf: een West-Indische overlevering, volgende week te zien tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht, is een zuivere documentaire, maar heeft wel sterk de structuur van een whodunit. Dus begint de film met de moord: op 28 augustus 1913 wordt een Nederlandse man dood aangetroffen in het struisvogelpark Albertine in een buitendistrict op Curaçao. Badend in het bloed ligt hij in een waterput. Vervolgens worden de 'hoofdpersonen' geïntroduceerd. De vermoorde man in de put is Wim Lensvelt, een 25-jarige Nederlander. Hij is de assistent van Lodewijk Lens, de eigenaar van de struisvogelfarm. “Lens en Lensvelt”, zegt Abrahams, “als het een speelfilm was geweest had ik ze namen gegeven die niet zo op elkaar lijken.”

Anna Abrahams maakt documentaires sinds 1989, onder andere over de Van Nelle-fabrieken in Rotterdam (Bouwen voor het licht, 1991) en westerse architecten in de Sovjet-Unie (Sotsgorod - Steden voor de heilstaat, 1995). Samen met Jan Frederik Groot, die het camerawerk voor Tropengraf deed, bestiert ze het productiebedrijfje Rongwrong.

Abrahams verzette zich in eerste instantie tegen het idee een film te gaan maken over een moord. Eigenlijk moest de documentaire gaan over Lodewijk Lens en zijn beweegredenen om struisvogels te gaan fokken op Curaçao. De eerste keer dat Abrahams, Groot en geluidsvrouw Bibi de Bruijn naar het Caraïbische eiland gingen om opnamen te maken, wisten ze niet eens de identiteit van de vermoorde. “Toen bleek dat die moord nog een grote rol speelde,” zegt Abrahams. “Alle ouderen die we spraken, wisten van 'de man in de put'.” Blijkbaar had de moord indertijd grote indruk gemaakt op de betrekkelijk kleine - 30.000 mensen grote - gemeenschap die Curaçao toen was. De moord was nooit opgelost. Na een jaar intensief onderzoek werd het onderzoek in 1914 gestaakt. Een beloning van het destijds enorme bedrag van duizend gulden voor de gouden tip had niet mogen baten.

Niet alleen hadden de oudere mensen die de documentairemakers spraken op Curaçao gehoord van de moord, meestal zeiden ze meteen ook wel een idee te hebben wie de moordenaar was. De verklaringen verschilden, maar in alle gevallen was er sprake van overspel. Lensvelt deed het met Maria, het verenmeisje, en werd vermoord door haar boze minnaar, zeiden sommigen. Nee, zeiden anderen, hij sliep met de vrouw van de baas, Lens, die getrouwd was met de Duitse lerares die hij varend op de Middellandse Zee had ontmoet. Lens zou iemand betaald hebben om Lensvelt uit de weg te ruimen, en zelf een slaapmiddel in de thee van de assistent gedaan hebben om het werk van de moordenaar te vergemakkelijken.

Verklaringen

In Tropengraf worden de verklaringen van indirecte getuigen, zoals de kleinzoon van de 'districtsmeester' die de moord destijds onderzocht en de huidige bewoners van de farm, afgewisseld met informatie uit schriftelijke bronnen, zoals brieven van Lens en Lensvelt.

“Lensvelt schrijft aan zijn zus dat hij het ontzettend saai vindt op Curaçao”, vertelt Abrahams. “Hij was een beetje een dandy. We weten niet precies wat er met hem aan de hand was, maar duidelijk is in ieder geval dat hij niet wilde deugen. Hij was naar de koloniën gestuurd om een man te worden. Zijn vader, die directeur was van de Koninklijke Beschuitfabrieken Lensvelt Nicola in Den Haag, had aandelen gekocht in de struisvogelfarm zodat hij hem naar Curaçao kon zenden. Daar zat hij in een uithoek op het eiland, met een baas die een stuk ouder was. Elke avond dezelfde gesprekken. Je kunt je heel goed voorstellen dat hij toen achter de vrouwen aan is gegaan en dat er iemand kwaad is geworden.”

Het is lastig een documentaire te maken over een gebeurtenis waar niemand nog uit eerste hand over kan vertellen. Archiefbeelden van Curaçao waren bovendien schaars. Maar Abrahams had één groot geluk. Vlakbij de vroegere struisvogelfarm Albertine heeft zich enkele jaren geleden een Zuid-Afrikaan gevestigd die opnieuw struisvogels is gaan fokken (voor het vlees, niet voor de veren zoals destijds). Op die nieuwe struisvogelfarm konden de makers van Tropengraf, toen ze voor de tweede keer naar Curaçao gingen, mooi beeldmateriaal verzamelen ter ondersteuning van de voorgelezen fragmenten uit brieven en andere schriftelijke bronnen. Tropengraf laat zien dat struisvogels net zo fotogeniek kunnen zijn als erkend schattige dieren als zeehonden of panda's. Al doen struisvogels nooit wat je wilt, zegt Abrahams. “Eindeloos hebben we gewacht tot er één een ei legde. Dat gebeurde ook. Maar later bleek dat dat shot overbelicht was.”

Echt ensceneren was er overigens niet bij. Abrahams: “Het had voor de hand gelegen wat met jurken of veren te doen, maar we hebben er heel bewust voor gekozen om dat niet te doen. Het is zo'n weird verhaal. Daarom moet je er constant op hameren: dit is echt.”

Abrahams wilde de moordgeschiedenis gebruiken om iets te vertellen over de verhoudingen tussen blank en zwart op koloniaal Curaçao. Het was niet de bedoeling in de documentaire een dader aan te wijzen. Abrahams: “Stel je voor dat je iets vindt. Hoe zouden de betrokken families dan reageren? Dan grijp je zelf in in de geschiedenis.” Toch wordt de behoefte van de kijker aan een goede afloop wel enigszins bevredigd. Aan het slot van de film is er duidelijk de suggestie van een oplossing, al wordt de veronderstelde dader zekerheidshalve alleen met zijn bijnaam aangeduid.