Ideaal bij zwangerschap

Ivan Östholm, Drug Discovery - a pharmacist story, Swedish Pharmaceutical Press, Stockholm

Enkele maanden geleden werd in de VS bekendgemaakt dat het geneesmiddel Thalidomide weer op de markt gebracht wordt. Het zou onder strikte medische begeleiding worden verstrekt aan sommige epileptici en andere patiënten bij wie gangbare medicijnen niet helpen. Geen wereldschokkende mededeling als men niet weet dat Thalidomide de werkzame stof is van het geneesmiddel dat in Nederland bekendheid verwierf onder de merknaam Softenon. De Softenon-affaire is een drama zonder weerga in de geschiedenis van de farmacie, een drama met vele lessen. Wat was de Softenon-affaire? In maart 1961 zag de jonge Duitse jurist Karl Schulte-Hillen de pasgeboren dochter van zijn zuster. Zij had geen armen. Haar handjes zaten direct aan haar schouders en misten duim en wijsvinger. Om zijn eigen vrouw, die hoogzwanger was, niet van streek te brengen, zweeg hij thuis over het misvormde kind. Zes weken later beviel zijn vrouw van een zoon, ook zonder armen.

Omdat beide kinderen dezelfde afwijking hadden, vroeg Schulte-Hillen zich af of deze een erfelijke oorzaak had, maar in zijn familie vond hij niets. De dokter die bij de bevalling had geholpen, zei hem kalmerend: “Alle ouders van misvormde kinderen zoeken naar externe factoren. Maar geloof me, het heeft geen zin naar oorzaken te zoeken.”

Maar Schulte-Hillen gaf niet op. Hij dacht dat een geneesmiddel misschien de afwijking veroorzaakt had en raadpleegde de geneticus prof.dr. Lenz, hoofd van het kinderziekenhuis in Hamburg. Het leek Lenz onwaarschijnlijk dat een geneesmiddel de afwijking veroorzaakt had. In die jaren bestond de zekerheid dat ongewenste stoffen de foetus niet konden bereiken - de placenta zou een onneembare barrière vormen.

Toen Schulte-Hillen aan zijn zuster vroeg of ze een geneesmiddel had gebruikt tijdens haar zwangerschap, herinnerde zij zich dat ze twee nachten een kalmerend middel had ingenomen, dat ze van een kennis had gekregen. Het was Contergan dat zonder recept bij de apotheek te koop was. Contergan was de Duitse merknaam voor Thalidomide.

De jurist wist al dat zijn vrouw Contergan had gekregen van haar zuster in de nacht dat ze beiden bij het doodsbed van hun vader zaten. De jurist vond nog vier gevallen van mismaakte kinderen van wie de moeders in de vroege zwangerschap Contergan hadden gebruikt.

Toen professor Lenz dit van Schulte-Hillen hoorde, bood hij hem zijn hulp aan. Hij nam contact op met enkele ziekenhuizen. Toen hij zestien gerapporteerde gevallen had van aangeboren afwijkingen waarbij de moeder Contergan had gebruikt, belde hij op 15 november 1961 dr. Mückter, directeur onderzoek van Chemie-Grünenthal dat in Duitsland Contergan verkocht. Hij vroeg hem Contergan meteen uit de markt te nemen. Maar Mückter was zeer sceptisch en weigerde zijn firma te vragen de verkoop ervan te stoppen.

Op 19 november sprak Lenz op een congres van kinderartsen over het sterke vermoeden dat er zestien misvormde kinderen geboren waren uit moeders die een bepaald middel hadden gebruikt. Hij vertelde niet welk middel. Hij besloot met de waarschuwing: “Elke maand dat we niets doen betekent dat er 50 tot 100 misvormde kinderen geboren zullen worden in West-Duitsland.” Na de lezing vroeg een collega hem: “Bedoel je Contergan? Mijn vrouw gebruikte het en kreeg een misvormd kind.”

Op 20 november legden Lenz en Schulte-Hillen hun vermoeden dat Contergan aangeboren afwijkingen veroorzaakte voor aan de gezondheidszorgautoriteiten in Hamburg. Vertegenwoordigers van Chemie-Grünenthal weigerden het middel van de markt te halen. Wel zou er een etiket komen met 'Niet gebruiken bij zwangerschap'.

Op 26 november kwam de krant Welt am Sonntag met het bericht over de bevindingen van Lenz, die zonder zijn medeweten waren verkregen. Dezelfde dag nam Chemie-Grünenthal het middel uit de handel, elf dagen na het telefoongesprek tussen Lenz en Mückter. Andere landen volgden snel, maar Japan stopte de verkoop pas in de zomer van 1962. Het aantal kinderen met aangeboren afwijkingen door Contergan in West-Duitsland is geschat op 5.000, en in de hele wereld op bijna 10.000.

Thalidomide werd ooit bedacht door Ciba, die geen werking vond bij proefdieren en het onderzoek stopte. In 1958 ging Chemie-Grünenthal er mee verder. Die zag evenmin effect bij dieren, en bracht het op de markt als anti-epilepticum. Het bleek als zodanig weinig werkzaam, maar het gaf wel slaap. Daarna werd het als slaap- en kalmeringsmiddel verkocht. Het medicament bleek veilig en men kon er geen zelfmoord mee plegen. Het werd het populairste slaapmiddel in West-Duitsland en bleek ook nuttig als antibraakmiddel, ideaal tijdens zwangerschap.

Uit dierproeven was nooit een ongewenste bijwerking gebleken. Pas toen een Britse onderzoeker het - geruime tijd na de Softenon-affaire - aan een wit 'Nieuw-Zeeland-konijn' gaf, werden voor het eerst aangeboren afwijkingen bij een dier gevonden. Veel hogere doses, toegediend aan andere soorten dieren, hadden geen effect.

De Softenon-affaire is een schoolvoorbeeld van hoe moeilijk het is om veilige geneesmiddelen te ontwikkelen. En daarnaast: hoe moeilijk is het een waarneming te geloven, als deze niet past in de heersende opvattingen. Was het ook daarom geen dokter, maar een jurist die ongehinderd door 'wetenschap' de waarheid ontdekte?