Gymnasiast met kermisgebit; Drie romans van Vestdijk verfilmd

Gelezen wordt hij niet meer, maar ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag werden drie romans van S. Vestdijk verfilmd. Of het zal helpen om het kasplantje van de Nederlandse literatuur weer op de leeslijst te krijgen, valt nog te bezien.

De drie Vestdijk-verfilmingen gaan op 25 sept. op het Nederlands Film Festival in première. Ook wordt op die dag in het kader van de gesprekkenreeks 'In the picture' gediscussieerd over het verfilmen van Vestdijks romans. Het glinsterend pantser wordt op di. 6 okt. vertoond (VARA, Ned. 3, 20u23); De ziener op ma. 12 okt. (NPS Ned. 3, 23u15); Ivoren wachters op zo. 18 okt. (VPRO, Ned. 3, 20u30). Bij De Bezige Bij verscheen een verzamelpaperback met de drie romans, 725 blz, fl 39,90.

Een schrijver van naam komt op bezoek bij zijn oude jeugdvriend en treft daar diens dochter, een meisje van zeventien. Ze raken met elkaar in gesprek, over school en literatuur. 'Bijna iedereen heeft een boek van U op de lijst', zegt het meisje met gegeneerde bewondering. 'Oh... jij niet?' raadt de schrijver.

- Ik kon er niet doorheen komen... Ik heb een uittreksel.

- Als het maar een goed uittreksel is.

- Wilt U het lezen?

- Nou, weet je wat? Ik schrijf er zelf wel een.

- Echt? Met alles wat U bedoelt en zo?

- En hoe je het moet zien in verhouding met de andere boeken van de schrijver.

- Die ken ik niet.

- Ik verzin wel iets zodat het lijkt alsof je ze wel gelezen hebt.

In de recente verfilming van S. Vestdijks beroemde roman Het glinsterend pantser (1956) is deze dialoog onderdeel van een running gag. Regisseur Maarten Treurniet en scenarioschrijver Jan Blokker lieten zich inspireren door het autobiografische karakter van het boek en maakten van de hoofdpersoon een Vestdijk-achtige - dat wil zeggen niet al te hippe - schrijver die met verfrissend cynisme zijn enigszins stoffige reputatie becommentarieert. 'Ik heb voor Adri opgeschreven waar mijn boeken over gaan', zegt de schrijver (Gijs Scholten van Aschat) bij een volgende gelegenheid tegen de ouders van het meisje; 'dan hoeft ze ze niet te lezen.' En tegen het einde van de film wordt de grap afgemaakt door en passant te melden dat Adri (Ricky Koole) voor het bewuste uittreksel niet meer dan 'een zesje' heeft gekregen.

De humor snijdt aan twee kanten, tenminste voor de kijker die weet wie model stond voor Adri Duprez in Het glinsterend pantser: Mieke van der Hoeven, de latere mevrouw Vestdijk die sinds de dood van haar man in 1971 over zijn literaire reputatie waakt. Maar de ondertoon van de scènes is tragisch. Een eeuw na zijn geboorte, in het jaar dat drie van zijn romans voor televisie verfilmd zijn, geldt S. Vestdijk als een schrijver die zelfs niet meer in de vorm van uittreksels gelezen wordt. Hij is verdwenen van de leeslijsten op de middelbare school, van zijn 52 romans ligt nog geen kwart in de (betere) boekhandel, en zelfs zijn grootste fans moeten concluderen dat zijn werk 'geen referentiepunt [meer is], hoeveel definitief lijkende uitspraken en ideeën er ook in zijn verwoord' (Kees Fens vorig jaar in de Volkskrant).

Wat een verschil met 1975, toen voor het eerst een roman van Vestdijk voor de televisie werd bewerkt. De Vestdijkkring kon bogen op meer dan zevenhonderd leden, en ter gelegenheid van de vijfdelige serie De koperen tuin deed de NCRV een landelijk onderzoek naar de bekendheid van de man die jarenlang de Nederlandse kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur was geweest. Ruim zeventig procent van de ondervraagden wist dat hij een schrijver was en twintig procent (!) had wel eens iets van hem gelezen. Nog geen kwart eeuw later kon de Vestdijkkring niet eens genoeg leden bij elkaar krijgen om zichzelf op te heffen.

Kasplantje

Het fijnste kasplantje van de Nederlandse literatuur, zo mag je S. Vestdijk wel noemen. In een poging om ter ere van zijn honderdste geboortedag (17 oktober) een nieuw publiek met zijn werk te laten kennismaken, werden maar liefst drie van zijn psychologische romans verfilmd. Behalve Het glinsterend pantser van Maarten Treurniet gaan op het Nederlands Film Festival ook de schoolromans De ziener (regie: Gerrit van Elst) en Ivoren wachters (Dana Nechushtan) in première; in de weken daarna worden de drie avondvullende speelfilms op televisie uitgezonden, door respectievelijk de VARA, de NPS en de VPRO. De Bezige Bij brengt de drie romans in één laag geprijsde band uit. De toekomst zal leren of middelbare scholieren over een jaar of twee inderdaad anders over Vestdijk spreken dan de leerlingen in Ivoren wachters over zijn achttiende-eeuwse collega Justus van Effen: 'Een vervelende schrijver uit een hoogst vervelende eeuw. Wie leest hem nog?'

Vestdijk-verfilmers, van Wim Verstappen (Pastorale 1943, 1978; Het verboden bacchanaal, 1981) en Frans Weisz (Op afbetaling, 1992) tot de drie regisseurs van nu, hebben het in de regel niet makkelijk. De nauwgezette psychologiseringen, de innerlijke monologen van de hoofdpersonen, de traag uitgesponnen plots en de soms stijve dialogen zijn allesbehalve klaar voor gebruik, terwijl de grootste aantrekkingskracht van Vestdijk, zijn monumentale kurkdroogkomische stijl, in een scenario automatisch verloren gaat. Een nog groter probleem is het karakter van de hoofdpersonen, die soms van een andere planeet lijken te komen. De dirigent die in een monster verandert als hij met seks wordt geconfronteerd (Het glinsterend pantser), de gymnasiast die zijn gebit ruïneert door 'okkernoten' open te bijten (Ivoren wachters), de voyeur die vooral geniet van het moment waarop hij ontdekt wordt (De ziener) - door middel van de kloeke zinnen van Vestdijk worden het round characters, maar zie ze in een eigentijdse film maar eens geloofwaardig te maken.

Harde ingrepen zijn onvermijdelijk, en zo kon het gebeuren dat Gerrit van Elst er in De ziener voor koos om zowel het verhaal als de perversie van de hoofdpersoon aan te dikken. In Vestdijks roman uit 1958, naar mijn smaak de meest dynamische en ontroerende van de drie die nu verfilmd zijn, is de glurende Le Roy een dubbelzinnige figuur: afstotelijk door zijn 'seksuele ondeugd', zielig door zijn lege leven als gefrustreerd moederskindje, maar uiteindelijk niet onsympathiek. Door het schrijven van anonieme lasterbrieven brengt hij zelfs een lelijke lerares Frans ('commensaal' in zijn ouderlijk huis) en een verlegen leerling nader tot elkaar - een plotwending die sommige Vestdijkkenners heeft doen opperen dat de 'ziener' een soort schrijver is, een fantast en superpsycholoog die de werkelijkheid naar zijn hand probeert zetten maar daar slechts gebrekkig in slaagt.

Bij Van Elst is Le Roy een monster zonder waardigheid, door acteur Porgy Franssen gestalte gegeven als een kruising tussen Van Kootens Vieze Man en de Klokkenluider van de Notre Dame. Hij kickt op harde seks en niet zomaar op zoenende paartjes, wat hem begrijpelijker maakt voor de televisiekijker in het post-Büch tijdperk, zonder de identificatiemogelijkheden te vergroten. Hetzelfde extremisme paste Van Elst toe op de Franse lerares (die van een waardige 'lelijkerd' veranderde in de mooie Carine Crutzen) en de burgers van de provinciestad waar het verhaal zich afspeelt (merendeels karikaturen). De geest van Vestdijk is in de verfilming van De ziener zeer diffuus, al heeft Van Elst de landerigheid van de jaren vijftig-sfeer goed weten te treffen.

Homoseksualiteit

Gerrit van Elst is de enige van de drie Vestdijk-regisseurs die zijn film niet naar een andere tijd heeft verplaatst. Hij kon ook moeilijk anders; het door hem vertelde verhaal over verstikkende kleinburgerlijkheid was te zeer verbonden met de jaren vijftig om het te kunnen actualiseren. Van een dergelijk probleem hadden Maarten Treurniet en Jan Blokker geen last. Het glinsterend pantser, het veelgeprezen eerste deel van Vestdijks trilogie over de dirigent Victor Slingeland, draait om tijdloze zaken: jaloezie tussen jeugdvrienden, een geheim uit het verleden, de fricties tussen burgerman en kunstenaar, latente homoseksualiteit en gefrustreerde heteroliefde. De film kan zich zonder kunstgrepen afspelen in het heden, zij het met uitgebreide flashbacks naar de zilveren jaren zeventig. De schrijver typt zijn volzinnen op de computer, er rijden in Doorn wat meer auto's dan in 1956, en zoals gewoonlijk in Vestdijk-verfilmingen is de seks is wat explicieter - wat al blijkt uit het feit dat de door beide hoofdpersonen begeerde Tante Stan (Loes Wouterson) niet voorleest uit Guy de Maupassant maar Markies de Sade.

Treurniets Glinsterend pantser concentreert zich terecht op het thrillerelement dat Vestdijk zijdelings in de roman opvoerde: waarom pleegde Tante Stan zelfmoord, wat had Victor Slingeland daarmee te maken, en wat bezielt de beroemde dirigent om zo honds met vrouwen om te gaan? De filosofische uitweidingen over het wezen van het schrijverschap ('men leeft voortdurend naast zichzelf (-) als het ware dwars door zichzelf heen') en over de rivaliteit tussen 'de creatieve en de reproducerende kunstenaar', zijn vakkundig uit het script geschreven. Hun plaats wordt ingenomen door oppervlakkige terzijdes als 'Kunst betovert' en 'Schrijvers hebben geen fantasie.'

Aan de kwaliteit van de film Het glinsterend pantser doet dat weinig af. Niet alleen door de keuze van de hoofdrolspeler (Scholten van Aschat) sloot Treurniet aan bij de zes jaar oude Weisz-bewerking van Op afbetaling: hij filmde even zorgvuldig en mooi, en in hetzelfde langzaam-maar-zekere tempo. Wie tegenover Scholten, Koole en Wouterson ook Thom Hoffman, Tamar van den Dop en Victor Löw ziet acteren, heeft het gevoel dat hij naar een mengeling van Oud geld en Zwarte sneeuw zit te kijken. Superieur Hollands televisiedrama, maar ook een beetje braaf; niet omdat de bedaarde beelden begeleid worden door de klanken van een jazzy vibrafoon, maar omdat de rafelrandjes van Vestdijk - heus hij had ze - zijn weggepoetst.

Wat Treurniet (1959) en Van Elst (1947) niet durfden, deed de Israelisch-Nederlandse regisseuse Dana Nechushtan (1970). Samen met scenarioschrijver Theo Nijland gooide ze een beroemde Vestdijkroman volledig op de schop. In zekere zin had ze het makkelijk, want Ivoren wachters (1951) is niet Vestdijks beste en zeker niet zijn toegankelijkste roman. Het pseudo-Griekse drama over één misstap en twee daaropvolgende moorden komt tergend langzaam op gang en heeft een overhaast en onbeholpen Agatha Christie-achtig einde. Dodelijker is de stijl, die volzit met alles waarvan de moderne scholier gruwt: lange samengestelde zinnen, lange citaten in vreemde talen, studentikoze archaïsmen en moeilijke, latineske woorden. Een bewerker moet wel hakken en zagen; verfilming is misschien wel het beste alternatief voor een 'hertaling' (die tegenwoordig boeken als Dik Trom en De Kameleon ten deel valt).

Palingdood

In Ivoren wachters bewoog Vestdijk zich op het terrein van F. Bordewijk, die met Bint (1934) de definitieve middelbare school-roman had geschreven. Het gymnasium waarop de voorlijke leerling Philip Corvage in botsing komt met de steile docent Nederlands F. Schotel de Bie is een school zonder tucht, maar wel een die eenzelfde dreiging uitstraalt. Om zijn inspiratiebron te eren voorzag Vestdijk zijn personages van uitzinnige Bordewijk-namen (Perelaar, Van Schevichaven, Palingdood) en van dito gebitten. Zoals H. Br. Corstius ooit opmerkte in een column over de roman: 'Op elke pagina vind je een tand, een kies, een kaak, een kauw, een mond.'

Ivoren wachters heeft iets karikaturaals, en zo wilde Dana Nechushtan het duidelijk ook verfilmen. Daarom situeerde ze het verhaal in de jaren zeventig - de seventies van Kreatief met kurk wel te verstaan, want het bruin-oranje universum van galerijflats, grote boxen, pullovers en wilde haardossen komt over als een gedroomde werkelijkheid. Haar hoofdrolspeler, Stijn Westenend, heeft een zwart kermisgebit en een blonde Koos Koets-pruik, terwijl ook de andere acteurs (Roef Ragas als Schotel de Bie, Joop Doderer als Philips rochelende oom, Tom Jansen als de niet in het boek figurerende vader van Philip) larger than life zijn. In de scènes met Philip Corvage is de cameravoering wild, alsof de brave gymnasiast zwaar onder de drugs zit. En de soundtrack, met hits als 'Stairway To Heaven', 'Foxy Lady' en 'Whole Lotta Love', is even ruig als cliché.

Zoals Vestdijks Ivoren wachters doordrenkt is van de klassieke cultuur, zo heerst in Nechushtans verfilming de popcultuur van de jaren zeventig. Haar credo zou afkomstig kunnen zijn uit Het glinsterend pantser, waarin Vestdijks alter ego schamper opmerkt dat men 'op de hoogte' moet zijn: 'zit men niet in het schuitje van deze seconde, dan is men achter, dan telt men niet meer mee.' Zo maakte ze Ivoren wachters - the movie tot een geslaagde stijloefening en zonder twijfel tot de avontuurlijkste Vestdijkbewerking die ooit gemaakt is. Als literatuur en cinema vergelijkbaar waren, mocht je zelfs zeggen dat de film beter is dan het boek. Maar het is de vraag of een experiment als dit de aandacht voor de honderdjarige Vestdijk zal aanwakkeren. Geeft Dana Nechushtan de oude schrijver, zoals ze twee weken verklaarde in een interview met Vrij Nederland, “een heel nieuw publiek”?

Ik betwijfel het. In hetzelfde interview spreekt Nechushtan haar bewondering uit voor de Australische Hollywood-regisseur Baz Luhrmann, die van Romeo + Juliet een sprankelend moderne videoclip maakte die de MTV-generatie kennis liet maken met 'de oude taal van Shakespeare': “Daar ben ik gewoon jaloers op, had ik dat maar gemaakt. Het swingt de pan uit.” Maar Vestdijk is geen Shakespeare, die schreef voor het theater en nooit te beroerd was om zijn plots vol te stoppen met sensationele effecten. En het warrige, onwaarachtige verhaal van Ivoren wachters biedt heel wat minder aanknopingspunten dan de love story van Romeo en Julia.

De leeslijstlustige scholier die na het zien van Nechushtans Ivoren wachters enthousiast de roman ter hand neemt, zal waarschijnlijk niet veel verder komen dan eerste modderige bladzijden - om vervolgens twintig jaar lang geen letter Vestdijk meer te lezen. Dat is jammer, want zo mist hij uiterst coole romans als Else Böhler, Op afbetaling, De ziener en natuurlijk De kellner en de levenden, dat zich door het fantastische karakter uitstekend leent voor de Luhrmann-behandeling. Misschien moet Dana Nechushtan (ter gelegenheid van Vestdijks dertigste sterfdag?) nog een kans krijgen, met een van die 51 andere romans. Want, zoals de schrijver S. pleegt te zeggen in Het glinsterend pantser: 'Alle hout is geen timmerhout.'