God huilt ook om Finland

Leena Lander: Laat de storm komen. Vertaald uit het Fins door Marja Leena-Hellings. De Wereldbibliotheek, 317 blz. ƒ 39,50

Een klein meisje staat aan de rand van de vijver. Dat is het laatste beeld van haar, het staat geëtst in de herinnering van een vrouw. Daarna wordt het meisje gevonden, dood; ze is verdronken. Maar is ze werkelijk verdronken, of is ze vermoord?

Het antwoord daarop stelt de Finse schrijfster Leena Lander (1955) meer dan driehonderd bladzijden uit. Haar boek, Laat de storm komen, is een zeldzaam gaaf voorbeeld van een werk, uitsluitend gedragen door de stijl. Dat betekent iets vreemds: er gebeurt van alles en tegelijk gebeurt er niets. Lander werkt met cursiveringen om de rode draad van het dode meisje vast te houden. Haar boek begint dan ook cursief: 'Het kind, tenger en blond, staat midden op het erf, stil, bewegingloos. Wat wil je, kleine? Ik wil dood.'

Het boek is geschreven vanuit het vertelperspectief van een jonge vrouw, de kleindochter van de ouders wier kindje doodgaat. Haar grootmoeder Vida Harjula leefde in de jaren dertig, ze is excentriek, vrijgevochten; ze is haar tijd ver vooruit. Ze is getrouwd met de voorman van een Finse kopermijn in het dorp Olkikumpu. Op de dag dat haar tweede kind wordt geboren, sterft haar eerste kindje Aino. De kleindochter, journaliste Iiris, gaat op onderzoek uit naar de wederwaardigheden van de dood van Aino.

Het beeld van de grootvader als mijnwerker is de metafoor die de roman beheerst. De hoofdstukken heten dan ook 'lagen', net zoals de aarde uit geologische lagen bestaat waar de mijnwerker zijn grondstoffen delft. Elk hoofdstuk krijgt een motto mee uit geologische en mineralogische leerboeken. Het eerste motto, afkomstig uit een handboek uit 1643, bevat in de kiem de hele romna. Er staat: 'In de aarde en in steen zit veel onbekends. Maar omdat alle metalen gezocht en gevonden dienen te worden moet men geen minachting voor dit zoekwerk hebben, doch het juist waarderen en in ere houden. De wil en de hartstocht voor mijnbouw moet men zeker niet kleineren, maar juist aansporen, aangezien die hartstocht vergeleken kan worden met de hartstocht die jonge mannen naar jonge meisjes drijft of die de bij naar de bloem drijft om daar water en honing uit te zuigen.'

Leena Lander beschrijft het speurderswerk van Iiris in het verleden alsof zij een mijnwerker is in de duistere diepten van de aarde. In dit zoeken naar het leven van haar intrigerende grootmoeder lijkt Laat de storm komen op het boek Anna, Hanna en Johanna van Marianne Frederiksson. Maar Lander schrijft symbolischer, poëtischer. Van haar figuren krijgen we vooral veel gedachten en emoties te lezen, minder de handelingen. De innerlijke monoloog is haar favoriete methode. Gelukkig zijn de mensen in haar boek niet, er gaat veel weemoed en droefheid schuil in hun onvermogen gelukkig te worden. Haar Iiris denkt: 'Laat God huilen als hij daartoe in staat is. Wat is de mensheid anders dan een ongelukkige filmserie die God heeft geschapen om zichzelf te vermaken? Een oneindig lijkend vervolgverhaal dat zichzelf herhaalt. Aflevering na aflevering, generatie na generatie; een rauw, protserig, sentimenteel knoeiwerk vol roddels en hartstochten, wrede misdaden die menselijke vergissingen genoemd worden.' Er zit veel ontroering in dit boek, allereerst door de intieme band die tussen de moeder en het dode dochtertje wordt gecreëerd. Ook de speurtocht van Iiris naar het verleden van haar grootmoeder heeft een sterke emotionele betekenis. In die vrouw ontdekt zij een ongewoon wilskrachtige en individuele levenshouding. De kleindochter heeft moeite met al die veroverde vrijheden van de vrouw, net zoals de kleindochter in Anna, Hanna en Johanna. Haar rol van journalist is dan ook een dekmantel om meer van het leven te begrijpen. In een sterk geschreven, spannende passage gaat ze naar de mijn van haar grootvader, nu plek om kernafval te dumpen, om daar met de directie te spreken. Ze ziet dat het werk van haar vader zinloos is geworden.

Aan het slot keert de cursivering van het begin terug: Waarom wil het kleine meisje dood? Omdat er een 'rotgod' is die haar moeder dood heeft gemaakt. Dat is vreemd, want de moeder leeft nog. Dan blijkt het meisje eigenlijk het verbeelde tweelingzusje van hoofdpersoon Iiris Harjula te zijn. Als zij haar weer terugvindt, dat vindt ze ook haar jeugd terug. Het meisje is het beeld van haar verloren jeugd.

Laat de storm komen is geladen met symboliek. In de vertaling van Marja-Leena Hellings komen de poëtische en zelfs mythische aspecten van de roman mooi tot leven. De verhaallijn is niet de essentie van het boek; het is vooral door de weergave van haar gedachten, hoe ze associatief hun weg volgen, dat dit boek zijn waarde krijgt.