Elektriciteit van kippenmest; Beschrijf je plattelandservaring

Stuur je plattelandservaring aan NRC Handelsblad, Kinderpagina, Paleisstraat 1, 1012 RB AMSTERDAM. Zet duidelijk je naam, leeftijd (maximum leeftijd: 14 jaar) en adres in de brief. Zet op de enveloppe PLATTELAND. Stuur in voor 10 oktober 1998.

Je staat 's ochtends op en het is nog donker: je draait het licht aan. Als je aangekleed bent krijg je een eitje bij het ontbijt. Twee keer heb je dan iets van de kip gekregen, die ochtend. Tenminste als je in Zuid-Nederland woont, en de plannen van zeshonderd kippenboeren doorgaan. Want dit is hun plan: ze willen dat er stroom wordt gemaakt van kippenmest. Dat kan, als je die droge kippenpoep verbrandt. In een speciale stroomcentrale kan je de mesthitte omzetten in elektriciteit - zoals er nu ook stroom wordt gemaakt door kolen te verbanden.

In Engeland heb je al twee elektriciteitscentrales die volledig op kippenmest draaien. De lampen in de omgeving daar branden dus op kippenstroom. Omdat die pluimvee-stroomcentrales in Engeland een succes zijn, willen de kippenboeren in Noord-Brabant ook zoiets proberen. Ze zijn gaan praten met de bazen van elektriciteitscentrales in de buurt.

De kippenboeren of pluimveehouders kunnen nu al jaarlijks 300.000 ton kippenpoep leveren. Om een centrale draaiende te houden heb je tenminste 250.000 ton nodig. Mest is er dus genoeg. Eigenlijk is er teveel mest in Nederland - en teveel mest op het land maakt de grond zuur. Dat is slecht voor het milieu. Daarom vinden de Zuid-Nederlandse kippenboeren het plan voor zo'n verbrandingscentrale zo goed: zo kan er op een milieuvriendelijke manier elektriciteit gemaakt worden.

Een van de zeshonderd kippenboeren die meedoen aan het kippenstroomplan is Jan Wijnen uit Odiliapeel in Noord-Brabant. Hij heeft een grote kippenfokkerij. Als de kippenboeren niet minder mest maken, zullen ze minder kippen moeten fokken van de regering. Daarom is dit een oplossing voor pluimveehouders die toekomst biedt. “Ik geloof er heilig in”, zegt hij in het blad voor scholen over land- en tuinbouw in Nederland, het Kleine Loo (september 1998).

Volgende week gaan honderden schoolkinderen kijken op boerderijen, kippenfokkerijen, varkenshouders en land- en tuinbouwers. Dan wordt namelijk in het hele land de zogenoemde Week van het Platteland gehouden.

Dat betekent niet alleen bezoekjes aan boerderijen, waar kinderen uitleg over het boerenbedrijf krijgen, of fietstochten door het platteland. Op woensdag 23 september gaan van Friesland tot Limburg verschillende schoolklassen 's ochtends een kijkje nemen op verschillende boerderijen, en dan krijgen ze ook een stevig boerenontbijt. Want melk, brood, kaas, ham en jam - het komt allemaal van het Nederlandse platteland. En als het niet van het Nederlandse platteland komt, dan komt het van het buitenlandse platteland - zoals de cacao voor de chocoladehagel en de maïs voor de cornflakes.

Als je met je klas of op een andere manier meedoet aan de Week van het Platteland, volgende week, stuur ons dan een kort verslagje van wat je deed. Beschrijf wat je raar, leuk of interessant vond. Een foto of tekening erbij is ook leuk. Beschrijf je belevenissen op het platteland. Misschien woon je op een boerderij en vind je dat veel leuker dan in de stad wonen. Daarover mag je ook schrijven. Meer dan 300 woorden (dertig regels tekst van elk tien woorden) mag je inzending niet zijn. Als er leuke inzendingen zijn, drukken we die af op de Kinderpagina.