Een mislukt Afrikaans feestje in Mauritius

In Mauritius werd deze week de jaarlijkse top van de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC) gehouden, een beweging die de Europese Unie als voorbeeld ziet, maar door oorlog en ruzie sterk is verdeeld.

PORT LOUIS, 18 SEPT. Het was een zielig gezicht: de Mauritiaanse president Cassam Uteem zat maandagavond moederziel alleen achter een rijk gevulde tafel. De gastheer bleef zitten met zijn feestelijke banket, aangericht ter ere van de veertien leden van de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC). De andere dertien staatshoofden en regeringsleiders kwamen niet naar de dis omdat ze de hele avond ruzieden over de oorlog in Congo.

Mauritius kon het maar moeilijk begrijpen, zoveel kostelijk voedsel dat de heren politici aan zich voorbij lieten gaan. Geen wonder, de kleine subtropische eilandnatie in de Indische Oceaan, is nog maar drie jaar lid van de gemeenschap en weinig gewend. Want gedurende de achttien jaar dat SADC bestaat, hebben zich binnen de organisatie scherpe tegenstellingen geopenbaard, die de eetlust van de leiders bedierf. De scheidend voorzitter van de SADC, de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela, zei in zijn slotrede dat de gemeenschap “gericht blijft op het oplossen van problemen”. Die woorden kwamen nadat de deelnemende leiders acht uur lang onafgebroken hadden vergaderd over Congo, zonder tot een gemeenschappelijk standpunt te kunnen komen. De Congolese president Laurent-Désiré Kabila, gesteund door zijn militaire bondgenoten Robert Mugabe (Zimbabwe), Sam Nujoma (Namibië) en Eduardo dos Santos (Angola) poogden de andere lidstaten over te halen tot een hard standpunt: de in augustus begonnen opstand tegen Kabila moest zonder reserves worden veroordeeld. Maar de anderen bepleitten overleg met de rebellen.

De achterliggende gedachte is dat een kern van SADC-leden voor problemen in de regio niet langer een oude 'Afrikaanse oplossing', met machetes en kogels, wenst na te streven, maar een nieuwe, via de dialoog. Gastspreker sir Ketumile Masire, de voormalige president van Botswana, een van de verlichte staten, uitte in Mauritius ongezouten kritiek, zelfs op geestverwant Zuid-Afrika. “Het is een plicht voor de regeringen in de regio dat ze verantwoordelijkheid nemen voor een neergang van de levensstandaard van hun inwoners. De tijd dat we apartheid en kolonialisme daarvan de schuld konden geven is voorbij. Wij moeten collectief en individueel diep nadenken om te voorkomen dat Afrika de risee van de wereld wordt”, aldus Masire.

Daarmee roerde Masire de kern aan van de problematiek van de SADC, die in 1980 juist ontstond als een verzetslinie van de zogenaamde frontlijnstaten tegen (neo-) kolonialisme en de Zuid-Afrikaanse apartheid. Ironisch genoeg heeft de opheffing van de apartheid, in 1994, de organisatie beroofd van een gemeenschappelijke vijand, terwijl de aandacht plotseling verschoof van Zuid-Afrika naar oorlogen en conflicten binnen andere SADC-landen, met name Angola en Zimbabwe. Bovendien leverde de toetreding van het nieuwe, door het ANC bestuurde Zuid-Afrika, niet de wapenbroeders op waar de oude garde onder aanvoering van Mugabe op had gerekend. Mandela toonde zich vanaf het begin een groot pleitbezorger van democratie en mensenrechten, en op economisch terrein van vrijhandel en integratie.

Zuid-Afrika, met zijn 40 miljoen inwoners, overrompelde SADC op economisch gebied. Ineens was de organisatie een land rijker dat met zijn bruto nationaal inkomen van 130 miljard dollar (in 1995) de andere landen ver achter zich liet. Angola, Botswana, Lesotho, Malawi, Mauritius, Mozambique, Namibië, Swaziland, Tanzania, Zambia, Zimbabwe en de twee in 1997 toegetreden staten de Seychellen en de Democratische Republiek Congo, waar in totaal 150 miljoen mensen wonen, hebben opgeteld slechts een inkomen van 40 miljard dollar. Maar na aanvankelijke reserves tussen 1994 en 1996 stonden de andere lidstaten de laatste twee jaar toe dat Zuid-Afrikaanse bedrijven hun leidende rol in de regionale economie te gelde konden maken.

Op politiek gebied broeide er echter te zelfder tijd een groot verschil van mening tussen Zuid-Afrika en Zimbabwe over de rol van het zogenaamde Orgaan voor Politiek, Defensie en Veiligheid van de SADC. Deze commissie, ontstaan in 1992 en voorgezeten door Mugabe, kan zelfstandig beslissingen nemen op het terrein van regionale militaire vraagstukken. Zuid-Afrika was daar mordicus tegen en vond dat de hele SADC zich over vrede en veiligheid zou moeten buigen. De militaire interventie van Zimbabwe, Angola en Namibië, vorige maand aan de zijde van Kabila in de Congolese oorlog, werd door Mugabe in zijn hoedanigheid van 'orgaan-voorzitter' opgevoerd als een SADC-interventie. Zuid-Afrika wilde daar aanvankelijk niets van weten, maar ging daar twee weken geleden alsnog mee akkoord in een poging vredesoverleg op gang te brengen. Dat lukte niet, de bijeenkomst in Victoria Falls, begin vorige week, werd een mislukking.

Vandaar dat Zuid-Afrika in Mauritius weer in het 'tegenoffensief' ging en aan de SADC wist te ontlokken dat alleen overleg mét de rebellen én democratische verkiezingen kunnen leiden tot vrede en stabiliteit in Congo. Maar Mugabe wist ook nu 'zijn orgaan' te behouden. In het slotcommuniqué van Mauritius stond deze week in een cryptische verwijzing dat de kwestie van het orgaan 'nader zal worden bekeken' door het secretariaat van de SADC, die het onderwerp opnieuw zal agenderen.

De vraag is nu of de SADC met al deze tegenstellingen en oorlogen SADC wel levensvatbaar is. De nieuwe voorzitter voor een jaar, Mauritius, denkt van wel. “Hoe lang heeft Europa er niet over gedaan om eenheid te krijgen”, aldus minister van Economische Ontwikkeling Manou Bheenick, “men moet ons tijd geven.” Bheenick voorziet op termijn een samensmelting van SADC met andere blokken in Afrika tot een Afrikaanse Economische Gemeenschap.

Mandela toonde zich de nuchterheid zelve. Toen hem in Port Louis werd gevraagd of hij wel eens droomt van een vreedzaam Afrika, antwoordde hij: “Het is gevaarlijk dromen te dromen.”