Een koningin vindt haar hart terug; Onafhankelijk Toneel speelt Händels opera Rodelinda

Na het succes van 'L'Incoronazione di Poppea' waagt het Onafhankelijk Toneel zich opnieuw met het Combattimento Consort aan een barokopera. Händels 'Rodelinda' vereist hoogstandjes van de zangers, maar een goede stem is niet genoeg. “Als de zangers het niet snappen voel je ze ongelukkig worden.”

Rodelinda van Georg Friedrich Händel door Opera O.T. en Combattimento Consort Amsterdam. 18 en 20/9 Stadstheater Zoetermeer; 29/9 Schouwburg Groningen; 2/10 Stadsschouwburg Utrecht; 4/10 Koninklijk Theater Carré Amsterdam. Daarna in 1999 in Roosendaal (15/4), Maastricht (18/4), Amersfoort (23/4), Rotterdam (27/4, 29/4 en 1/5), Arnhem (5/5) en Breda (7/5).

In het repetitielokaal van het Onafhankelijk Toneel, op een steenworp van de Rotterdamse Euromast, klinkt barokmuziek. Enkele toeschouwers op een provisorisch podiumpje beginnen mee te wiegen op de driekwartsmaat. Een blankhouten decor dat oogt als een maquette van een Romaans bouwwerk, reikt tot de nok. Er hangt een doek aan met een bloedrode afbeelding van een man met sjerp, een machthebber zo te zien. Eronder is een poster opgeprikt met zwart-wit foto's van vermisten. Voor een poort met pilaren staan zangers, de een in een modern grijs kostuum, een ander in een camouflagepak. Achter hen twee zwijgende figuren in het zwart met bijlen en bivakmutsen. De sfeer is grimmig, maar slaat om als een van de zangers met een stapel kranten het toneel opbeent en een met hoofddoekje en regenjas getooide vrouw met een kinderwagen komt aanrollen.

Het is de eerste doorloop met piano van de vierde operaproductie door het Onafhankelijk Toneel, voor de gelegenheid omgedoopt tot Opera OT om verkeerde associaties te voorkomen. Want het Onafhankelijk Toneel maakt tussen toneel- en balletproducties door volwaardige opera's, met een beroepsorkest en geschoolde operazangers en veel aandacht voor de theatrale kant. In dit geval is er een internationale cast gecontracteerd van zes relatief jonge zangers met acteertalent, onder wie twee countertenoren met zeer uiteenlopende stemtypen. De regie is in handen van Mirjam Koen en Gerrit Timmers, de muzikale leiding wordt verzorgd door Jan Willem de Vriend. Zijn orkest, het Combattimento Consort Amsterdam, komt er later bij.

Op het programma staat Rodelinda, beschouwd als een van de belangrijkste opera's van Georg Friedrich Händel (1685-1759), met heerlijke barokmuziek en vele hoogstandjes voor de zangers. Het is de tweede co-productie van het OT met Combattimento. Eerder deden zij samen L'Incoronazione di Poppea van Monteverdi, waarmee zelfs Massachusetts werd aangedaan. Net als nu ontwierp Gerrit Timmers toen een ingenieus, draaibaar decor van populierenhout. Destijds ging het om een reconstructie op schaal van het oude Rome. OT en Combattimento hadden al lang plannen om een Händel-opera te doen. Maar om niet meteen na 'Poppea' weer met een barokopera te komen stond voor het vorige seizoen The Rake's Progress van Stravinsky geprogrammeerd, die in 2000 in reprise gaat. In 2001 staat weer een moderne opera op het programma, gecomponeerd door Louis Andriessen op een libretto van Arthur Japin, schrijver van de bestseller De zwarte met het witte hart.

Psychologie

Dirigent Jan Willem de Vriend is lyrisch over Händels opera. “We schrokken ervan hoe fantastisch compleet en veelomvattend de muziek is. Bovendien weet Händel als geen ander de psychologie van de personages muzikaal uit te beelden. Daarin is hij te vergelijken met Mozart en Monteverdi. Rodelinda is soms ontroerend, maar heeft ook platte, leuke momenten, wat zich soms uit in het gebruik van dissonanten of van motieven tegen elkaar. Händel verwerkte thema's die mensen in zijn tijd precies begrepen. Zo had de kerk in de zestiende eeuw de sarabande, een Spaanse dans met een snel en wulps ritme, verboden. Händel verwerkt dat ritme toch, maar op een rustige, langzame manier. Hij gebruikte ook de echo als symbool van onbeantwoorde liefde. Als Rodelinda haar doodgewaande man terugvindt hoor je een hartritme: ze heeft haar hart terug.

“Ook de symboliek van de instrumenten is belangrijk bij Händel. De guitarone gebruikt hij voor de lyrische lijdensaria's, de hobo voor uitdagende en agressievere stukken, de blokfluit voor pastorale scènes. De operabezoekers in die tijd snapten die dingen meteen. Van Händel als persoon weten we weinig. Hij onttrok zich in Duitsland aan de dienstplicht omdat hij niets van geweld moest hebben, maar heeft zich politiek nooit geuit. Hij doet alleen opmerkelijke dingen in de muziek. De boodschap van Rodelinda is dat geweld meer kapot maakt dan goedgemaakt kan worden. Dat is opmerkelijk in een tijd waarin oorlogsgeweld over het algemeen werd verheerlijkt.”

Händel schreef Rodelinda in de periode dat hij in Londen woonde. In een tijdsbestek van een jaar schreef hij daar drie top-opera's: Giulio Cesare in Egitto, Tamerlano en Rodelinda. De première van Rodelinda in februari 1725 was meteen een succes en de bruine, met zilver afgebiesde zijden jurk van de titelheldin Francesca Cuzzoni werd een rage in Londen. Ondanks hun oorspronkelijke succes raakten Händels opera's, hij schreef er zo'n veertig, lange tijd in de vergetelheid. In deze eeuw werden ze herontdekt, het eerst in 1925 met een opvoering van Rodelinda in Göttingen. Daarna vertoonde de belangstelling een golfbeweging, anders dan bij Händels oratoria, die onverminderd populair bleven. De toenmalige Nederlandse Operastichting had de laatste Rodelinda op het repertoire in de seizoenen 1974/75 en 1983/84. De laatste tijd is er weer sprake van een Händel-revival.

Hoofdpersoon Rodelinda is koningin van de Longobarden, het laatste Germaanse volk dat, in 568, Italië binnenviel. Haar man Bertarido is afgezet en men denkt dat hij dood is. In werkelijkheid wacht hij zijn kans af om zich te wreken op de nieuwe heerser Grimoaldo, die met geweld de macht heeft gegrepen. Grimoaldo is verliefd op Rodelinda en wil met haar trouwen, maar zij weigert. Pas als Grimoaldo haar zoontje dreigt te vermoorden geeft ze toe. Op dat moment duikt Bertarido op. Hij wordt gevangen gezet, maar ontsnapt. Weer denkt Rodelinda dat hij gedood is. Gerrit Timmer en Mirjam Koen hebben de opera een open einde gegeven. Er wordt gedreigd met geweld, maar welke kant dat opgaat, laten zij in het midden.

Aan de zangers stelt de opera hoge eisen, niet alleen aan de stem maar ook aan het intellect, vindt De Vriend. “Bij Händel kom je nergens met alleen een mooie stem. Als zangers Händel gaan zingen en ze snappen het niet, dan voel je ze ongelukkig worden.”

Uitputtend

De rol van Rodelinda is lastig en hoort tot de grotere, dramatische operarollen. In 1973 vertolkte Joan Sutherland Rodelinda in het kader van het Holland Festival. De Engelse Sophie Daneman (32), die in Nederland onder andere op het Utrechtse Festival Oude Muziek te horen is geweest, had Rodelinda twee jaar geleden gezongen op een operafestival in Engeland. “Toen was ik er eigenlijk nog iets te jong voor”, vindt ze. Rodelinda beschrijft ze als een temperamentvolle, waardige Italiaanse vrouw, die door alle ellende die haar overkomt het geloof in het leven verliest. “Ze is kwetsbaar, maar ook sterk, trouw en moedig. Kortom, alles wat je zelf hoopt te zijn. Het is een fantastische rol, maar uitputtend, omdat Rodelinda alle mogelijke emoties moet doorstaan. Ik leef me er zo in dat ik er soms niet van kan slapen.”Negen grote aria's neemt Sophie Daneman voor haar rekening. “Dat is erg veel. Bovendien ligt de muziek erg hoog, tegen de limiet van de stem aan, met veel hoge c's achter elkaar. In Engeland zong ik met een orkest van barokinstrumenten, die lager gestemd zijn dan de eigentijdse instrumenten van het Combattimento Consort. Voor sommige dingen maakt dat niet uit, maar er zijn ook delen die ik opnieuw moet instuderen, omdat je met die halve toon verschil op andere plaatsen met stemwisselingen te maken krijgt. We hebben één aria een noot lager getransponeerd. Je merkt dat Händel het niet zó hoog bedoeld had.”

Italiaans

De dag na de pianorepetitie staat een grote vrachtwagen voor de deur. Het decor wordt in delen ingeladen en overgebracht naar Zoetermeer waar op 18 september de première plaatsvindt. Zangers lopen in en uit. Voor hen is de dag gewijd aan de controle van hun uitspraak van het Italiaans, zoals de dag erna is gereserveerd voor de recitatieven en de 'bottlenecks'.

Bas-bariton Frans Fiselier (38) is de enige Nederlander onder de zangers. Hij is de hard-liner Garibaldo, een ambitieuze militair en 'de slechterik' in het stuk. Net als zijn buitenlandse collega's is hij vol lof over de organisatie van het OT. De totale kosten van de opera bedragen ongeveer een miljoen gulden. Rijk, gemeente, VSB-fonds en het Fonds voor de Podiumkunsten hebben extra subsidie verleend.

“Het is een heerlijke productie waarin goed en serieus wordt gewerkt en in korte tijd veel tot stand komt”, zegt Fiselier, voor wie dit de vierde OT-productie is. “Dat komt door de goede planning. Bij de meeste operahuizen krijg je op het allerlaatste moment een rooster, hier weet je alles ruim van te voren. Je hoeft nooit lang te wachten. Maar wat ik vooral waardeer is dat ze erg open staan voor de eigen inbreng van de zangers. Iedereen kan met ideeën komen, daar wordt serieus naar geluisterd.”

Terwijl de tafel gedekt wordt voor het gezamenlijke avondeten van de traiteur, schuift de jonge countertenor Ryland Angel aan. Angel, nog geen dertig jaar geleden 'op St. Cecilia's Day' geboren in Bristol, babbelt opgewekt over zijn carrière. Wat begon in het jongenskoor van de kathedraal leidde via een voltooide rechtenstudie, baantjes als popmuzikant, fotomodel en 'christelijk vrijwilliger' in een Parijse gaarkeuken tot zijn huidige succes als countertenor.

Zijn rol is die van de verdreven koning Bertarido, door Händel geschreven voor een lage castraat. Doodstil werd het in de repetitieruimte toen Angel zijn aangrijpende aria 'Con rauco mormorio piangono' zong. Daarin roept Bertarido de beekjes op om in zijn verdriet te delen, omdat hij denkt dat Rodelinda hem heeft bedrogen. Tijdens de aria zijn videobeelden te zien van oorlogsgeweld in een arcadisch landschap. Angel zingt ook de bekendste aria uit de opera, 'Dove sei, amato bene', die in de Engelse versie 'Art thou troubled, music will calm thee' een van de succesnummers van Kathleen Ferrier was.

“Mijn stem is heel wendbaar”, vertelt Angel en laat ter illustratie wat riedels horen: hoog en laag, strak en met vibrato. “Ik bereid me altijd heel goed voor. Ik begin met een lange mentale voorbereiding, waarin ik de muziek bestudeer en de expressie erbij bedenk. Pas na twee of drie weken begin ik met zingen. Ik geloof erg in studeren.” De samenwerking tussen de twee regisseurs betitelt hij als 'an amazingly good double act'. “Mirjam en Gerrit werken goed en efficiënt samen, als twee stel ogen die elkaar aanvullen. Wat de een niet ziet, ziet de ander. En, wat belangrijk is, ze maken dat wij op het podium echte mensen zijn met echte menselijke gevoelens. Liefde, vriendschap, pijn, haat, bedrog, alles zit erin.”

Mirjam Koen en Gerrit Timmers hebben de opera in het heden geplaatst, in 'een tijdloos nu', zoals zij het noemen. “We hebben voor Rodelinda gekozen niet alleen vanwege de mooie muziek maar ook om het onderwerp”, zegt Timmers. “De opera heeft een ondertoon van geweld. De figuren en de gebeurtenissen zijn universeel, net als bij Shakespeare. Het gaat over outsiders, emigranten die de macht grijpen. Maar ook over de standvastigheid van de liefde.”

Koen: “Rodelinda overkomt bijna alles twee keer. Als ze aan het eind opnieuw haar man verloren denkt te hebben, heeft ze geen kracht meer om verder te leven. Ik kan me zo goed voorstellen dat als dingen zich steeds maar opstapelen, je die kracht niet meer opbrengt. Ik las net over vrouwen in door de Talibaan bezette gebieden in Afghanistan. De dapperste, strijdbaarste vrouwen daar zijn in korte tijd uitgeblust, in wrakken veranderd, omdat elke mogelijkheid tot leven hen ontnomen is. Daarom vind ik het verhaal van Rodelinda zo goed. Het relateert aan dingen die nog dagelijks gebeuren.”