Een klassieke geniale gek; John Forbes Nash (1928)

Sylvia Nasar: A Beautiful Mind. A Biography of John Forbes Nash Jr. Simon and Schuster, 459 blz ƒ 63,75

AAn het eind van de jaren veertig publiceert een jonge Amerikaanse wiskundige een briljant artikel van niet meer dan twee pagina's. Op zich niets bijzonders, al is dat ene artikel voldoende om op te kunnen promoveren. Het betekent namelijk een doorbraak voor het vakgebied van de speltheorie, de dan nog jonge tak van de wiskunde die zich bezig houdt met de manier waarop individuen, bedrijven of landen met elkaar de competitie aangaan.

Bijna vanzelfsprekend staan alle gerenommeerde universiteiten te dringen om hem in te lijven. Nog voor zijn dertigste wordt hij hoogleraar op het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston en wordt hij beschouwd als een van de grootste wiskundigen van het moment. Maar dan knapt er iets. Hij krijgt last van waandenkbeelden en wordt uiteindelijk op last van zijn naaste familieleden opgenomen in een psychiatrische inrichting, waar paranoïde schizofrenie wordt geconstateerd. Hoewel hij in perioden van helderheid nog wel werk produceert, lijkt aan een briljante carrière een voortijdig einde te zijn gekomen. Meer dan dertig jaar later treedt echter plotseling een spectaculaire verbetering op in zijn geestelijke toestand en wordt hij zelfs genezen verklaard. Net op tijd, want begin december 1994 mag John Forbes Nash naar Stockholm om daar uit handen van de Zweedse koning de Nobelprijs voor Economie in ontvangst te nemen.

Het is een modern sprookje, dat onlangs door Sylvia Nasar, redacteur economie van de New York Times werd opgetekend. In A Beautiful Mind vertelt ze het ongelooflijke levensverhaal van de deze geniale wiskundige, waarmee ze voor hem een prachtig monument heeft opgericht.

'Mijn start als een wettig erkend individu vond plaats op 13 juni 1928 in Bluefield, een klein plaatsje in West-Virginia.' Zo begint Nash zijn eigen Nobel-biografie. Zijn vader werkt als ingenieur en het gezin geniet een betrekkelijk zorgeloos bestaan. Op de middelbare school valt hij op door arrogantie, onvolwassen gedrag en sociale onaangepastheid. Hij wordt voortdurend gepest. Alleen omdat zijn jongere zusje hem af en toe op sleeptouw neemt, heeft hij nog wat contact met leeftijdgenoten.

Pas op de universiteit wordt zijn wiskundig talent ontdekt: hij geeft zijn scheikundestudie op en kiest voor de prestigieuze wiskundefaculteit van Princeton University om zijn academische loopbaan te beginnen. Samen met de knapste wiskundigen van de Verenigde Staten kan hij zich daar volledig aan onderzoek wijden. Zelfs temidden van een toch ongewoon stel jonge studenten valt Nash uit de toon, niet alleen door zijn atletische bouw en uiterlijke schoonheid, maar ook door zijn onconventionele studiemethoden. Hij woont nauwelijks colleges bij, bombardeert zijn hoogleraren voortdurend met allerlei vragen en bedenkt zijn eigen bewijzen en theorema's door in diepe concentratie en met de schouder voortdurend contact houdend met de muur rondjes te lopen in de hal op de tweede verdieping.

Wanneer in 1944 John von Neumann en Oscar Morgenstern hun Theory of Games and Economic Behavior publiceren, raakt Nash geïntrigeerd door de mogelijkheden die de speltheorie biedt om meer inzicht te krijgen in de rol die het gedrag van individuen in de economie speelt. In zijn eerste grote artikel - over het zogenaamde bargaining problem - laat hij zien hoe rationeel menselijk gedrag, dat economen tot dan toe als het exclusieve domein van de psychologie hadden beschouwd, systematisch kan worden geanalyseerd.

Von Neumann

Met zijn volgende werk in 1950 maakt hij definitief school, als hij erin slaagt de resultaten van Von Neumann te generaliseren. Deze ging uit van zogenaamde zero sum games tussen twee spelers: het verlies van de een is de winst van de ander. Nash daarentegen introduceerde het begrip samenwerking, omdat zelfs tijdens een oorlog de betrokken partijen daar allebei voordeel van kunnen hebben. Via een ingenieus argument bewijst hij dat er altijd een evenwicht zal ontstaan, waarin geen enkele speler zijn resultaat kan verbeteren door een alternatieve strategie te kiezen. Door deze uitbreiding wordt de speltheorie van het ene moment op het andere praktisch toepasbaar, niet alleen in de economie, maar ook in de politiek en zelfs in de evolutiebiologie.

Nash houdt er in elk geval een positie binnen de Rand Corporation aan over, de Amerikaanse denktank die zich tijdens de Koude Oorlog bezig houdt met het ontwikkelen van strategieën en tactieken voor een komende (atoom)oorlog. Hij wordt er volledig vrijgelaten om zijn speltheoretische onderzoek voort te zetten. Maar door omstandigheden valt het hem steeds moeilijker om zich volledig aan zijn wetenschappelijke werk te wijden. De Korea-oorlog breekt uit en hij slaagt er maar net om aan de dienstplicht te ontsnappen.

Later, als hij als kid professor in dienst is getreden van MIT begint McCarthy zijn heksenjacht, die Nash dan wel niet direct zelf raakt, maar een aantal collega's in grote problemen brengt. De angsten die deze episodes met zich meebrengen moeten het intreden van zijn psychische stoornis hebben versneld. Daar komt dan nog eens bij dat hij ook in zijn privéleven behoorlijk roerige tijden meemaakt. Zo komt hij erachter dat hij meer dan vriendschappelijke gevoelens koestert voor een aantal mannelijke collega's. Tussen zijn vierentwintigste en zijn negenentwintigste heeft hij met drie van hen een relatie, maar verwekt hij bovendien een kind bij een verpleegster. Ten slotte raakt hij ook nog zijn baan bij Rand kwijt, als hij wordt gearresteerd wegens indecent exposure in een herentoilet. Enige stabiliteit vindt hij uiteindelijk in zijn huwelijk met Alicia, een van de weinige vrouwelijke studenten op MIT, die hem tot op de dag van vandaag trouw zal blijven.

Hoewel hij steeds meer respect heeft opgebouwd onder collega's - Fortune noemt hem bijvoorbeeld een van de 'brightest young stars of methematics' - blijft een vaste betrekking aanvankelijk uit. Daardoor nemen zijn onzekerheid en zijn chronische gebrek aan zelfvertrouwen alleen maar toe. Nash slaat door. Op een morgen wandelt hij de gemeenschappelijke ruimte van de wiskunde faculteit binnen met de New York Times in zijn hand. Hij vertelt zijn collega's dat geheimzinnige machten via voorpagina-artikelen met hem proberen te communiceren en dat hij als enige de code kent. Hij schrijft brieven naar de Verenigde Naties, probeert een wereldregering op te zetten en wijst een prestigieus aanbod van de universiteit van Chicago af op grond van het feit dat hij op het punt staat om Keizer van Antarctica te worden.

Als hij een gevaar voor zijn naaste omgeving dreigt te worden, besluit Alicia samen met zijn zus en zijn moeder om hem te laten opnemen. Een moeilijke beslissing, want ze staat op het punt om te bevallen van hun zoon. Hoewel Nash die eerste keer snel weer vrijkomt, is er een zwarte periode in zijn leven aangebroken. Nog talloze keren zal hij worden opgenomen en blootgesteld aan allerlei behandelingen. Alleen shocktherapie blijft hem dankzij Alicia's ingrijpen bespaard. Zijn gedrag biedt weinig hoop op verbetering. Op een goed moment vertrekt hij zelfs voor een tijdje naar Frankrijk en Zwitserland waar hij politiek asiel aanvraagt. Medicijnen bieden hem af en toe wat momenten van helderheid waarin hij zelfs nog wel wat wetenschappelijk werk doet, maar meestal wordt hij beheerst door zijn waandenkbeelden.

Schim

Terwijl de artikelen uit zijn jeugd steeds meer navolging beginnen te vinden, dwaalt hij als een schim van zijn vroegere zelf - voorovergebogen, verwaarloosd, the Phantom of Fine Hall - door de gebouwen van Princeton University, raadselachtige berichten en formules op borden achterlatend. Voor Alicia is het allemaal te veel, helemaal wanneer hun zoon dezelfde symptomen als zijn vader gaat vertonen. De scheiding wordt weliswaar uitgesproken, maar na verloop van tijd keert ze terug om voor Nash te blijven zorgen.

En dan is het plotseling voorbij. Eind jaren tachtig begint hij weer wiskundige problemen aan te pakken, zoekt hij contact met collega's en wordt hij uiteindelijk volledig genezen verklaard: 'Ik lijk weer logisch te kunnen denken zoals je dat van een wetenschapper mag verwachten.' Zijn grootste triomf moet dan nog volgen. Maar hij krijgt zijn Nobelprijs pas na heftige discussies in het Nobelcomité waar tot op het tijdstip van de bekendmaking-bij wijze van grote uitzondering anderhalf uur later dan normaal - grote twijfel blijft bestaan aan zijn geestelijke toestand. Er zou zelfs even sprake van zijn geweest de hele Nobelprijs voor Economie maar af te schaffen.

Hoewel de archieven waarin alle discussies zijn vastgelegd voorlopig niet opengaan, heeft Nasar een prachtig stukje onderzoeksjournalistiek verricht met het ontrafelen van wat er zich die paar maanden achter gesloten deuren in Stockholm heeft afgespeeld. Het is in meer dan één opzicht het hoogtepunt van een schitterende biografie. Heel subtiel kruipt ze af en toe bijna in de huid van de belangrijkste personen rond Nash om vanuit hun perspectief diens leven te belichten. Het maakt het lezen van het boek tot een belevenis, omdat je volledig wordt meegesleurd in alle hoogte- en dieptepunten. Goed, ze laat af en toe wat steekjes vallen, vooral waar het de natuurkunde betreft waar Nash zich ook mee bezig hield. En wie verwacht na het lezen van dit boek meer inzicht te hebben verworven in de wiskundige problemen die hij wist op te lossen, komt waarschijnlijk bedrogen uit. Dat doet echter allemaal niets af aan het feit dat A Beautiful Mind een uitzonderlijke biografie is geworden van een uitzonderlijk man.