De Waarheid

De affaire-Clinton werpt opnieuw de vraag op in hoeverre de mens de morele plicht heeft de waarheid te spreken. Het antwoord op die vraag is van belang voor de beantwoording van twee andere vragen: hoe verwerpelijk is het dat Clinton meineed heeft gepleegd en in hoeverre pleegt aanklager Kenneth Starr met de publicatie van allerlei intieme details inbreuk op de privacy van de president en van Monica Lewinsky?

Veel wijst er op dat Starr dezelfde opvatting huldigt als Immanuel Kant die in zijn essay Over het vermeende recht om uit menslievendheid te mogen liegen de stelling verdedigt dat de mens altijd de waarheid moet spreken. Kant geeft ook een voorbeeld van wat er gebeurt als je met dit imperatief gaat schipperen.

Stel je hebt iemand op bezoek, die vertelt dat hij vermoord dreigt te worden. Dan gaat de buitenbel. Je loopt naar de deur en daar staat de man over wie je zojuist hebt gehoord dat hij de potenti‰le moordenaar is. De potenti‰le moordenaar vraagt nu of je iemand op bezoek hebt. Wat doe je?

Kant vond dat je ook hier de waarheid moet spreken. Hij verdedigde zijn extreme standpunt met de volgende hypothese. Stel nu eens dat de bezoeker zijn lot niet afwacht en probeert het huis via het achterraam te verlaten. Ondertussen is de potenti‰le moordenaar om je huis heen gelopen om jouw ontkenning te controleren. Wat hij daar ziet, geeft hem de gelegenheid de bezoeker alsnog te doden en dan ben jij uiteindelijk medeschuldig aan dit resultaat.

Deze uitleg van Kant is niet erg bevredigend. Waarschijnlijker was het scenario dat de potenti‰le moordenaar jou aan de deur opzij had geduwd, naar binnen was gerend en jouw bezoeker had doodgeschoten, voordat hij had kunnen vluchten. Dan was jouw verantwoordelijkheid voor de moord nog groter geweest dan in het eerste geval. De filosoof Van Peursen heeft erop gewezen dat Kants opvatting van de waarheid als consequentie heeft dat hij in de Tweede Wereldoorlog joden had moeten aangeven.

"Is Anne Frank thuis?"

"Jazeker!"

Kant vond weliswaar dat je ook de plicht hebt om een moordenaar de toegang tot je huis te weigeren, maar anders dan zijn hypothetische moordenaar die keurig om het huis heen was gelopen, zou de SD, denk ik, gewoon recht op zijn doel zijn afgegaan.

In het geval van Clinton gaat het niet om leven en dood, maar om de oude vraag hoe eerlijk je moet zijn bij overspel. Het was van Clinton natuurlijk ongelooflijk stom om als president, dus praktisch voor het oog van de wereld, vreemd te gaan. In die stommiteit zit natuurlijk een moreel element, zoals de kapitein van de Titanic zonder het te willen ook verantwoordelijk was voor de ondergang van zijn schip.

Maar mocht Clinton, toen het eenmaal was gebeurd, er over liegen? Hier strijden twee tegenovergestelde verantwoordelijkheden met elkaar: de private verantwoordelijkheid tegenover zijn vrouw en zijn minnares, en de publieke verantwoordelijkheid tegenover de staat. Welke van de twee weegt het zwaarst? De verantwoordelijkheid tegenover Hillary weegt zeer zwaar. Simon Carmiggelt vertelde altijd openlijk aan zijn vrouw als hij een slippertje had begaan, maar toen dat slippertje een keer Renate Rubinstein bleek te zijn, keek zijn vrouw toch bijzonder zuur. Er zit in die seksuele openheid een sadistisch element. Als je het geheim weet te houden, is niet-vertellen de manier om niemand pijn te doen.

De verantwoordelijkheid tegenover Monica weegt minder zwaar. Intussen is gebleken dat zij de president op allerlei manieren heeft gechanteerd toen hij het had uitgemaakt. Zij bleef bellen, wilde een baantje en zij heeft gedreigd de affaire aan een nog grotere klok te hangen. Wie chanteert, verliest voor een belangrijk deel zijn of haar morele gelijk.

Maar juist in de verantwoordelijkheid tot Monica zit hem de crux van het morele probleem. De Verenigde Staten kunnen zich geen president permitteren die chantabel is. Dat is gewoon een gevaarlijke situatie, die bovendien in strijd is met elk democratisch belang. Daarom heeft Kenneth Starr gelijk. Weg met deze president. Impeach hem!