De oude moraal van een moderne fabel

Ian McEwan: Amsterdam. Jonathan Cape, 178 blz.

Het beeld dat van Amsterdam wordt gegeven in recente Britse romans is niet bepaald zoals de VVV het graag zou zien. John Irving en Irvine Welsh tonen in hun laatste boeken de stad als toneel van prostitutie, moord en verregaand moreel verval. De Engelse schrijver Ian McEwan noemde zijn achtste roman Amsterdam en voert de stad op als een plek waar artsen zo gemakkelijk euthanasie plegen dat ze de patiënt zelfs niet hoeven te onderzoeken - als er maar genoeg geld tegenover staat.

Het grootste deel van de korte roman speelt zich niet af in Amsterdam, maar in Londen. Het begint bij de begrafenis van Molly Lane, die bezocht wordt door een aantal van haar voormalige minnaars. Twee van hen, Clive Linley en Vernon Halliday, zijn elkaars beste vrienden; een ander is minister van Buitenlandse Zaken Julian Garmony. Molly, 'restaurant critic, gorgeous wit and photographer', was getrouwd met George, die geminacht werd omdat hij zich haar overspeligheid liet welgevallen.

Clive Linley is componist, bezig met de 'Millennial Symphony', in opdracht van de regering. Vernon Halliday is hoofdredacteur van The Judge, een noodlijdende linkse krant. De dood van Molly brengt voor hem een onverwacht voordeel: er komen foto's tevoorschijn die ze heeft gemaakt van Garmony, minister van Buitenlandse Zaken en beoogd premier van Groot-Brittannië, in vrouwenkleren. Molly's weduwnaar George biedt de foto's aan Halliday aan, die geen moment twijfelt: hij koopt de foto's om ze te kunnen publiceren. De morele vraag of dat geoorloofd is - The Judge is een fatsoenlijke krant, geen tabloid - doet voor hem niet terzake. Met de foto's kan hij in één klap twee vliegen slaan: de oplage van zijn krant doen stijgen en een eind maken aan de politieke carrière van iemand die hij als een gevaar voor het land beschouwt.

Linley en Halliday leven in heel verschillende werelden: de componist is wereldvreemd, leest geen kranten en kijkt geen televisie. Hij merkt niets van de commotie rond de foto's. Als Halliday hem zijn mening vraagt, komt hij lijnrecht tegenover zijn vriend te staan: hij vindt publicatie moreel verwerpelijk. Bovendien is het een vorm van verraad tegenover Molly, die de foto's maakte. Zij had geen problemen met Garmony's travestie en ze zou niet gewild hebben dat de foto's op zo'n manier gebruikt zouden worden. Het leidt tot een hevige ruzie tussen de vrienden.

Ook Linley komt voor een moreel dilemma te staan. Om inspiratie voor zijn symfonie, zijn meesterwerk, te krijgen, maakt hij een bergwandeling in het Lake District. In de bergen gebeurt wat hij had gehoopt: hij hoort in zijn hoofd opeens de melodie die de symfonie boven zichzelf zal doen uitstijgen. Maar net als hij de noten wil opschrijven, ziet hij hoe een vrouw wordt lastiggevallen door een man. Hij staat in dubio: hij zou haar moeten helpen maar weet zeker dat hij in dat geval de melodie kwijtraakt. Hij besluit het gegil te negeren, loopt weg en probeert te redden wat er te redden valt van de vlaag van goddelijke inspiratie.

Terug in Londen vertelt hij het voorval aan Halliday, die even later beseft dat Clive het heeft over de beruchte 'Lakeland rapist'. Hij spoort Linley aan om naar de politie te gaan om de verdachte die inmiddels is gearresteerd te identificeren. Linley weigert, omdat hij het te druk heeft met het eind van zijn symfonie, die hij een paar dagen later moet inleveren. Halliday belt dan zelf maar de politie en stuurt ze naar zijn vriend. De wederzijdse irritaties lopen zo hoog op dat de beide mannen elkaar dood wensen - en dan komen de Amsterdamse euthanasie-artsen in beeld.

Het wel erg onwaarschijnlijke einde, met euthanasie-op-bestelling, is knullig en bederft een roman die interessante vragen oproept over morele dilemma's en vriendschap. Het is een luchtiger McEwan dan we gewend zijn van beklemmende boeken als The Cement Garden, The Comfort Of Strangers en The Child In Time. Hij geeft een licht satirisch beeld van de Engelse pers en politiek, en neemt in de figuur van de componist Linley ook de ijdele kunstenaar op de hak die zich als genie boven het dagelijks leven verheven voelt. De beschrijving van de redactievergadering waarin Halliday zijn journalisten probeert bij te brengen dat de stukken sappiger en sensationeler moeten, is vermakelijk. Ondanks protesten drijft Halliday door dat er een reportage over een Siamese tweeling moet komen. 'Friday please. Page three. Now, moving on. Lettice. This eight-page chess supplement. Frankly, I'm not convinced.'

Op de binnenflap wordt de roman omschreven als een eigentijdse moralistische fabel. De les is dat hoogmoed en morele arrogantie worden afgestraft. Niet alle middelen zijn geoorloofd om een doel te bereiken, of dat nu plat en egoïstisch is - krantenverkoop die moet stijgen wil, de Beethoven-achtige status die Linley als componist wil - of verheven - de toekomst van Groot-Brittannië die gered moet worden van een foute politicus, een symfonie die de mensheid optimisme voor de volgende eeuw zal geven.

De afbeelding op het omslag, een pistoolduel tussen twee heren, herinnert aan een vervlogen tijd waarin fabels in de mode waren. Het is jammer dat McEwans poging een eigentijdse versie van zo'n fabel te maken, niet helemaal geslaagd is. In plaats van euthanasie in Amsterdam was een mooi ouderwets duel in Parijs misschien een beter idee geweest.