Brood

Voor de bakkerswinkel staat een fles ammonia. Helemaal rood met een rood etiket. De kleuren knallen je tegemoet. Wat doet die fles daar? Hij staat een beetje opzij van de ingang, net of iemand hem heeft verloren. Er zit geen deuk in het plastic. De fles moet nieuw zijn.

Wat is die geur toch sterk. In de winkel ruik ik nog een zweem ammonia. Na mij gaat een jongen de zaak in. Hij zingt en neuriet een prachtig lied.

't Is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente Probeert hij voor te dringen? Al zingend loopt hij naar het andere eind van de glazen toonbank. Een vrouw voor me vraagt aan een andere vrouw hoe lang het nou geleden is. Uit het gesprek begrijp ik dat ze elkaar kennen van school. De ene vrouw gaf Engels en de andere zat bij haar in de klas.

Ik probeer niet meer naar hen te luisteren. Wat zal ik nemen? De maanzaadbroodjes en vloerkadetjes liggen er zo vers bij.

'Wanneer merkte je het nou van de ammonia?', vraagt de leerling.

'Hier in de winkel', zegt de lerares. 'Net gekocht, maar in m'n tas moet er iets scherps tegenaan zijn gegaan.'

Ze opent de tas en houdt hem een beetje omhoog zodat de leerling een wolk ammonia kan ruiken. Ik heb al besteld en afgerekend. De jongen van de tandartsassistente komt vlak na mij de zaak uit.

Hij ziet de uit de winkel gezette fles ammonia en staat stil. Net als ik heeft hij hem al eerder gezien. Hij kijkt even de winkel in. Het gesprek van de twee vrouwen heeft hij niet kunnen horen. Hij stond er te ver vanaf. Nu kijkt hij als een straatdief vlug naar links en rechts. En dan, met een vlugge greep, heeft hij de fles te pakken.

Is hij thuis iets aan het schilderen? Dat moet haast wel. Bij het schoonmaken van het houtwerk was vast de ammonia op. En toen stond daar ineens die fles. Zomaar op straat. Hij heeft de lekke fles al in de zak van het brood gedaan, loopt rustig door en neuriet nog steeds dat lied. De tandartsassistente moet hem maar troosten, als hij het brood van ammonia thuis heeft uitgepakt.