Brazilië: dweilen helpt niet meer

De Braziliaanse reus wankelt in de internationale financiële storm. De campagne voor de aanstaande presidentsverkiezingen is daarmee veranderd in een referendum over de vraag of het neo-liberale economisch model van president Cardoso nog wel werkt. “Dit gaat regelrecht naar de afgrond.”

RIO DE JANEIRO, 18 SEPT. “Deze crisis gaat niet voorbij, hij is nog maar net begonnen”, zegt de linkse presidentskandidaat Lula da Silva. Streng kijkt hij in de camera. “Nu pas wordt duidelijk wat de politiek van wilde privatisering en afhankelijkeid van buitenlands kapitaal voor Brazilië betekent.”

In beeld verschijnen de cijfers van de huidige Braziliaanse bloeding. In één maand tijd vluchtte een derde van de totale deviezenreserve het land uit. De beurs kelderde met veertig procent, en de opbrengst van de grootste privatisering uit de geschiedenis blijkt niet eens genoeg om een tiende van de renteaflossingen te betalen. Lula roept op tot een 'diepgaand debat' over het economisch model, zoals dat vier jaar geleden door president Fernando Henrique Cardoso werd geïntroduceerd.

De verkiezingscampagne ging vlak voor de Rusland-crisis van start. President Cardoso maakte zijn stabiele Braziliaanse munt, de real, tot inzet van de verkiezingen. Het afbreken van barrières voor buitenlands kapitaal en een (overgewaardeerde) koppeling van de nieuwe Braziliaanse real aan de Amerikaanse dollar. Dat was de basis van zijn 'Plan Real' waarmee hij vier jaar geleden de Braziliaanse superinflatie bedwong. “Dankzij de stabiele real is mijn werkster op vakantie naar Europa kunnen gaan”, vertelde Cardoso nu trots.

De linkse oppositie had kritiek op de sociale offers en de hoge werkloosheid die het gevolg waren van de nieuwe Real-politiek van Cardoso. Maar ze konden er niet omheen. De bevolking was enthousiast en bleef bereid een prijs te betalen voor het vertrouwen dat het geld in zijn portemonnee de volgende dag nog evenveel waard was.

Lula, de oud-vakbondsleider werd door zijn campagneleiders 'opgeschoond' en in een pak gestoken. Zijn baard gekortwiekt, en de tradionele rode vlaggen vervangen door witte. Zo verscheen de linkse presidentskandidaat in de eerste verkiezingsspotjes. Hij deed gematigd en weloverwogen, om de kritiek van de regeringspartijen te pareren dat 'links wel mooie ideëen kan spuien maar niet regeren'.

Nog geen tien dagen later brak de crisis uit. Rusland stortte in, en Brazilië -de grootste groeieconomie van Latijns-Amerika - kwam onder vuur te liggen. Terwijl de beurs naar beneden tuimelde en het geld met miljarden tegelijk het land uitstroomde, probeerde Cardoso de gemoederen te sussen. “Niets aan de hand. Een bijstellinkje van de wereldmarkt. Maar ons land blijft gezond.”

Inmiddels moeten Cardoso en zijn ploeg elke dag nieuwe dweilen uitgooien om de totale leegloop van buitenlands kapitaal - en daarmee de val van de real - te voorkomen. Eerst waren het nog kleinere maatregelen, zoals het opheffen van de belastingplicht over kortlopende buitenlandse investeringen. Inmiddels zijn de grofste middelen uit de kast gehaald. Vorige week trok de centrale bank de rente op. Eerst naar dertig, en nu naar vijftig procent. De hoogste rente van het continent.

De regering schiet hiermee in haar eigen voet. Zelf moet zij nu ook deze peperdure rente betalen over de financiering van het overheidstekort. Ondanks alle bezuinigingen groeide dat tekort in het afgelopen jaar van 4,9 tot 7 procent. De enige manier om straks niet ten onder te gaan aan de renteaflossingen, is opnieuw een fikse bezuinigingsronde. En, bezuinigen in verkiezingstijd is niet populair.

Ook op straat zijn de gevolgen van de crsis te merken. De winkels zijn zonder klanten. Ondanks de borden 'knal-uitverkoop' staat de eigenaresse van boutiek Compulsive nagellakkend achter haar toonbank. “De mensen houden het geld in hun zak”, zegt ze schouderophalend. Ook de huishoudapparatenzaak even verderop straalt een zondagse rust uit.

Sinds de stabilisering van de munt konden veel Brazilianen eindelijk een ijskast of televisie op afbetaling kopen. Maandelijks werd er dan een bedrag van je credit-card afgeschreven. Nu adviseren de huishoudrubrieken in de kranten alle aankopen te staken. “Met deze hoge rente is het beter uw ijskast te verkopen, dan ook maar één real schuld te hebben staan”, schreef de Jornal do Brasil dit weekend in zijn familiebijlage. Bedrijven schroeven hun productie omlaag en sturen werknemers de straat op.

De productie van personenauto's is al voor de helft teruggedraaid. Anderen, zoals de projectontwikkelaar Odebrecht, schorten hun investeringen op. De linkse oppositie heeft inmiddels haar rode vlaggen weer gehesen.

Openlijk klagen ze het fundament van de politiek van Cardoso aan: de overgewaarde koppeling van de real aan de dollar en de nadruk op het binnenhalen van buitenlands kapitaal. “De president heeft het land overgelegeverd aan de wurggreep van buitenlandse speculanten”, zegt Lula.

Brazilië is het enige land in Latijns-Amerika met een grote linkse oppositie. Onder de paraplu van de de sociaal-democratische Partij van de Arbeid van Lula (PT), hebben verschillende linkse partijen een bondgenootschap gevormd voor de verkiezingen van 4 oktober.

Voor het eerst sinds het aantreden van neo-liberale presidenten op het continent wordt er nu in Brazilië een grootscheeps debat gevoerd over de voors en tegens van het neo-liberalisme. Politici, economen, maar ook sportmensen en musici bemoeien zich ermee. “Het wordt tijd dat de macht bij het volk komt in plaats van bij de internationale geldmarkt”, zei de Braziliaanse zanger Caetano Veloso tijdens een benefietconcert voor Lula.

Opmerkelijk is echter dat het voorstel van links geen devaluatie van de (dure) Braziliaanse real bevat. “Dat zou op dit moment zelfmoord zijn”, zegt de opsteller van Lulas economisch program, de econoom Guido Mantega. Ook wil Lula niet terug naar de tijd van gesloten economieën en staatsbedrijven. “Het gaat erom de economie weer aan te zwengelen, met een nadruk op landbouw, export en industrie”, stelt Mantega. Eén van de kernpunten is een radicale fiscale hervorming, waardoor ook de rijken belasting betalen. Links stelt ook een importbeperking op luxe artikelen voor. “Als de Verenigde Staten nog steeds de import van ons sinaasappelsap en onze cellulose verbieden, waarom kunnen wij dat dan niet met gelijke munt betalen door de import van bepaalde luxe-producten uit de VS te beperken?”, zegt Mantega.

Intussen zit ook de socioloog Cardoso niet stil. Vorige week lanceerde de president een nieuw concept: 'solidaire globalisering'. De gevolgen van de wereldwijde economie zijn soms inhumaan, stelde Cardoso. Daarom moet de globalisering nu 'gehumaniseerd' worden. Een eerste stap in die richting zou de oprichting door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn van een speciaal reservefonds, dat in tijden van financiële storm zoals nu de stabiliteit van de Latijns-Amerikaanse munt moet garanderen. “Hij wil maar niet van zijn real-politiek af”, schampert de oppositie over dit voorstel.