Boven de jansaliegeest uitgestegen; De familiezin van First Floor Features

Laurens Geels en Dick Maas besloten dertien jaar geleden dat het maken van films anders moest. Inmiddels maken de rebellen zelf de dienst uit. Op het Nederlands Film Festival wordt een programma gewijd aan hun bedrijf First Floor Features.

In een retrospectief worden de meeste hierboven genoemde door First Floor Features geproduceerde films vertoond. Op zaterdag 26 september zal Philip Freriks 's avonds in 'De talkshow' spreken met Geels, Maas en gasten.

Een dozijn lange speelfilms voltooide de productiemaatschappij First Floor Features, geleid door Laurens Geels en Dick Maas, sinds 1985. Daartoe behoren een van de grootste commerciële successen in de geschiedenis van de Nederlandse film (Maas' Flodder, 1986), de eerste twee, in binnen- en buitenland hoog aangeschreven films van Alex van Warmerdam (Abel, 1985 en De Noorderlingen, 1992) en Oscarwinnaar Karakter (Mike van Diem, 1997). De afgelopen twee jaar ging het Gouden Kalf voor de beste lange speelfilm naar een First Floor-productie: de jeugdfilm Lang leve de koningin! (Esmé Lammers, 1995) en Karakter. De dertiende film, ook bestemd voor de jeugd, De rode zwaan van Martin Lagestee, wordt nu afgewerkt en komt volgend jaar in de bioscoop. Volgens Geels zal dit voorlopig de laatste Nederlandstalige film van First Floor zijn en gaat het bedrijf zich voornamelijk oriënteren op de internationale markt. Het eerste voorbeeld van die nieuwe benadering wordt Do Not Disturb, een vanaf volgende maand in Nederland op te nemen actiethriller van Dick Maas met een internationale rolbezetting. Het Nederlands Film Festival wijdt dit jaar een speciaal programma aan de films van Geels en Maas, op een cruciaal moment in de ontwikkeling van een bedrijf dat zich altijd ten doel heeft gesteld het anders aan te gaan pakken in Nederland.

Al bij de eerste presentatie van First Floor Features in 1984 bliezen ze hoog van de toren. Voor de productie van Van Warmerdams Abel was een driemanschap verzameld, dat meedeelde weinig op te hebben met de tot dan toe ontplooide activiteiten ter bevordering van een Nederlandse speelfilmindustrie. De naamgeving van de in Basement Holding gebundelde activiteiten verwees direct naar De lift, de succesvolle horrorthriller die Dick Maas (1951) een jaar eerder voor producent Matthijs van Heijningen had geregisseerd.

Maas werd algemeen beschouwd als een groot talent dat lastig communiceerde met de buitenwereld en in interviews steeds maar herhaalde dat je voor een boodschap bij Albert Heijn moest zijn. Het babbelen kon de introverte Maas voortaan overlaten aan zijn twee zakelijke partners. Laurens Geels (1947) kende Alex van Warmerdam uit zijn tijd als zakelijk leider van de theatergroep Hauser Orkater, maar had ook ruime ervaring in het filmbedrijf als rechterhand van bioscoopexploitant Piet Meerburg en secretaris van de Nederlandse Bioscoopbond. De derde partner, Robert Swaab, bracht het niet veel verder dan de set van Abel; nog voordat de film in 1985 uitkwam, was hij na een zakelijk conflict al uit het bedrijf van Geels en Maas verdwenen.

Popzanger

De eerste jaren van First Floor Features vertoonden alle kenmerken van een jongensdroom. Ik hoor Matthijs van Heijningen nog schamperen na de eerste persconferentie van Geels, Maas en Swaab dat ze 'iets met een popzanger schijnen te willen doen' (vermoedelijk verwijzend naar Maas' videoclip voor Golden Earring). De branie van de uitdagers van de gevestigde orde werd aanvankelijk ruimschoots beloond door het publiek, dat zowel van het met een Gouden Kalf bekroonde Abel een hit maakte als in nog veel grotere getale naar de strapatsen van de familie Flodder kwam kijken. De op Amerikaanse leest geschoeide productiewijze van Flodder had aanvankelijk de selectiecommissie van het Productiefonds de wenkbrauwen doen fronsen, maar de populistische humor van Maas, zijn gedetailleerde controle over ingewikkelde stunts en een geheel in de studio nagebouwde villawijk deden de meeste kritiek verstommen. Ook de grotendeels in de Amsterdamse grachten gesitueerde actiefilm van Maas Amsterdamned (1988) deed het goed aan de kassa, maar werd niet helemaal het internationale succes waar de producenten op gehoopt hadden.

Rond 1990 realiseerden Geels en Maas twee lang gekoesterde ambities, al pakten die geen van beide helemaal goed uit. In 1991 opende in Almere First Floor Factory, een eigen studiocomplex dat ook voor andere gebruikers uit binnen- en buitenland beschikbaar was. De klandizie viel echter tegen en na veel strubbelingen werd de studio eigendom van de NOB, al zetelt First Floor Features er nog steeds als huurder.

Ook de andere poging van Geels en Maas om een internationale rol te spelen liep in eerste instantie op niets uit. First Floor's twee eerste Engelstalige films met internationale acteurs hadden Nederlandse regisseurs. Wings of Fame (1989) van Otakar Votocek en The Last Island (1990) van Marleen Gorris waren heel behoorlijk gemaakte, licht excentrieke films, die echter in Nederland noch daarbuiten een publiek wisten te vinden. De twee Nederlandstalige films uit 1991, Roland Beers My Blue Heaven en Orlow Seunke's narcistische Oh boy! bleken pijnlijke flops.

Voor enige rehabilitatie zorgde in 1992 Van Warmerdams De Noorderlingen, bekroond met de Europese filmprijs en een bescheiden succes, tot in Parijs toe. Daarna besloot Van Warmerdam echter First Floor te verlaten en liet hij zijn volgende twee films produceren door zijn broer Marc. Sindsdien hield First Floor Features zich drijvende met het succes van de Flodder-formule, in twee slappe vervolgfilms van Maas (Flodder in Amerika, 1992 en Flodder 3, 1995) en drie televisieseries. Artistiek succes boekte de maatschappij met Lang leve de koningin! (1995) en Karakter (1997). De Bordewijkverfilming die in Nederland een respectabel bezoekersaantal van 180.000 haalde, kwam echter ondanks de Oscar niet uit de kosten van zeven miljoen gulden. In Amerika bleef de recette ver achter bij de verwachtingen en bij het resultaat van Oscarwinnaars uit voorgaande jaren.

Neerbuigend

De track record, zoals dat in filmeconomische vaktermen heet, van First Floor Features is voor Nederlandse begrippen aanzienlijk, zeker in een periode dat het met de nationale speelfilm over het geheel genomen niet erg goed ging. In de loop der jaren is Geels - Maas schuwt nagenoeg de openbaarheid - zich steeds minzamer en neerbuigender gaan uitlaten over de rest van het Nederlandse filmlandschap. In zijn ogen staat de Nederlandse filmbedrijvigheid nagenoeg gelijk aan datgene wat Almere voortbrengt. Het is eigenlijk een schande dat er commissieleden van het Filmfonds zijn die het wagen af en toe een kanttekening te plaatsen bij een subsidieaanvraag van First Floor. Even onbegrijpelijk zijn kranten die Karakter geen meesterwerk vinden. Liever dan een confrontatie aan te gaan met de domoren die er niets van begrijpen, verkiest Geels een hautain stilzwijgen, een regentesker houding dan de producenten die hij verfoeide ooit aannamen, en discrete diplomatie.

Zo is Geels een van de drijvende krachten achter de lobby die resulteerde in de oprichting van FINE bv, een door het ministerie van Economische Zaken opgerichte investeringsfaciliteit die forse particuliere bijdragen gaat pompen in potentieel lucratieve filmprojecten zonder inhoudelijke toetsing van de kwaliteiten van het scenario. De ambtenaar van Economische Zaken die het FINE-project begeleidt, Gamila Ylstra, die vroeger hoofd Film was van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, staat bekend als iemand die zich sterk laat beïnvloeden door Geels' officieuze adviezen.

Het is niet de enige schakel in het bewonderenswaardige netwerk van vrienden dat de First Floor-familie om zich heen heeft weten te bouwen. Natuurlijk was het toeval dat Rolf Koot, de producent van All Stars die zijn aanvankelijk boven Karakter voor inzending naar de Oscars verkozen film terugtrok, Geels' schoonzoon is. Ook mogen we geen verband leggen tussen de laaiend enthousiaste toon van de recensie van Karakter in de Volkskrant en het feit dat de auteur, Huib Stam, de levenspartner is van Geels' assistente Sara Höhner. Wie dit soort laag-bij-de-grondse suggesties doet, bewijst daarmee te horen tot de kleinzielige Nederlandse jansaliegeest die geniale filmmakers het licht in de ogen niet gunt. Dus wordt er niet over gesproken op het Nederlands Film Festival, of alleen op besmuikte toon, buiten gehoorsafstand van de betrokkenen en van de krantenlezer.

Een uitnodiging aan Laurens Geels om over de positie van First Floor Features in het Nederlandse filmlandschap een gesprek aan te gaan in de kolommen van deze krant, werd ook na langdurige bemiddeling door festivaldirecteur Jacques van Heijningen door zijn eregast afgewezen. Geels had geen tijd, volgens zijn woordvoerster, en geen zin, volgens Van Heijningen, om te praten met de krant die Karakter zo slecht had behandeld. Dat is zijn goed recht, zoals het een journalist vrij staat om kritisch te schrijven over de handel en wandel van personen in de openbaarheid en de voor hun maatschappelijk handelen relevante privérelaties.

First Floor Features is een naar buiten gesloten bedrijf met een hechte interne structuur en even hechte externe verknopingen. De commerciële en ten dele artistieke prestaties van het bedrijf rechtvaardigen enige arrogantie, maar niet alles uit 'Almerica' is per definitie welgedaan. De beste films van First Floor Features zijn nog steeds de twee die Alex van Warmerdam regisseerde, en die hoort niet meer bij de familie. Maas blijft een handige vakman die weet wat het volk wil, het debuut van zijn vrouw Esmé Lammers smaakte naar meer. Mijn hoofdbezwaar tegen Karakter gold ook Oh boy! en de Flodder-vervolgen: een patserige grootheidswaan in de vormgeving, die niet gedragen wordt door de inhoud van de films. Die stijl van filmmaken zou niet de regel moeten zijn in Nederland, waar jonge producenten met bewondering plegen op te kijken naar het savoir faire van de jongens met de gouden handjes.