Bijlmerramp zal mysterie blijven

Zes jaar na dato gaat de Tweede Kamer vrijwel zeker uitgebreid onderzoek doen naar de nasleep van de Bijlmerramp. Maar nu al staat vast dat de hele waarheid over de El Al-vlucht nooit boven tafel zal komen.

DEN HAAG, 18 SEPT. Terwijl hun collega-parlementariërs gisteravond de Algemene Beschouwingen in de grote zaal volgden, zaten ergens anders in het gebouw de vijf leden van de 'Werkgroep Vliegramp Bijlmermeer' bij elkaar. Daar, in de J.M Den Uyl-zaal, besloten de Kamerleden om te doen wat eigenlijk onvermijdelijk was geworden: het adviseren van een uitgebreid onderzoek naar de Bijlmerramp, waar nodig in de vorm van een parlementaire enquête. Dat is, zes jaar na dato, rijkelijk laat. Niet voor niets erkende werkgroepvoorzitter Th. Meijer (CDA) gisteravond dat de Kamer in het verleden eigenlijk alleen maar “gereageerd heeft op incidenten'. En dat “het nu tijd wordt dat het parlement haar eigen verantwoordelijkheid neemt'.

De Tweede Kamer is sinds de Bijlmerramp op 4 oktober 1992 overspoeld door steeds maar nieuwe feiten, vooral door toedoen van de media. Het resulteerde in talloze Kamervragen, spoeddebatjes en onderzoeken, maar de mist werd eigenlijk alleen maar dikker. Het gisteren gepubliceerde rapport van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) was daarvan weer een goed voorbeeld. Hoewel dat instituut lange tijd heeft volgehouden dat er geen deeltjes verarmd uranium van de ramp-Boeing zijn verbrand, bleek dat nu ineens niet meer te kunnen worden uitgesloten. Zo zijn er veel meer vragen die nieuwe onduidelijkheden genereerden.

Toch dreigde de affaire in 1996 te bezwijken onder een zekere 'Bijlmerrampmoeheid'. Maar de zaak kreeg weer vaart toen bleek dat de Nederlandse onderzoeksautoriteiten op de avond van de ramp niet alle vrachtbrieven hadden opgevraagd. Toen dat vervolgens onder druk van de Kamer wèl gebeurde, bleken de documenten onvolledig en bovendien niet uniform. De toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma, zag zich gedwongen de 'commissie-Hoekstra' in te stellen die specifiek de 'informatievoorziening' rondom de vrachtdocumentatie ging onderzoeken. De uitkomsten, half juli van dit jaar, waren opmerkelijk. Niet alleen bleek nog steeds een aanzienlijk deel van de vracht ongedocumenteerd, ook werd het optreden van de diverse overheidsdiensten “inconsistent' genoemd. En, wat erger was, de commissie-Hoekstra had niet kunnen achterhalen hoe, door wie en waar de ladingdocumenten van de El Al-vlucht waren verzameld. Toen de Kamer het rapport-Hoekstra over de vrachtbrieven eenmaal gekregen had, en alle verdere openstaande vragen ook onbeantwoord bleven, was er eigenlijk geen andere uitweg meer dan een nader onderzoek. Het parlement had op veel onbegrip kunnen rekenen als het, met nog zoveel onduidelijkheden, de zaak had laten rusten.

De onderzoeksopzet die nu wordt geadviseerd (een nader feitenonderzoek, een extern onderzoek naar de vrachtbrieven en de mogelijkheid om mensen onder ede te kunnen horen) biedt interessante perspectieven. Zo kan haarscherp worden gekeken naar de manier waarop de verschillende overheidsdiensten de Bijlmerramp hebben onderzocht. Dat kan een onthutsend beeld opleveren en het zal een winstpunt zijn als de Kamer weet bloot te leggen waarom de Bijlmerramp altijd overgoten is geweest met de zweem van onnodige bureaucratie, arrogantie en geheimzinnigheid. Waarom is er bijvoorbeeld ontkend dat er militaire goederen aan boord waren, terwijl dat later wel het geval bleek te zijn? Waarom nam minister Jorritsma zelf niet meer initiatief om de vrachtpapieren boven water te halen toen daar twijfels over was? Wat was precies de rol van de Rijksluchtvaartdienst?

Tegelijkertijd zijn er grote beperkingen. Zo lijkt het een illusie te hopen dat ooit duidelijk zal worden wat het toestel precies vervoerde. Nog steeds zijn alle vrachtdocumenten niet boven water. El Al heeft al gezegd dat “staatsveiligheidsredenen' het verstrekken van meer informatie over de militaire lading verhinderen. Daarnaast leven er twijfels over de betrouwbaarheid van de ladingdocumenten die, bijna zes jaar na het ongeluk, de afgelopen maanden uit Israel zijn gestuurd. Het lijkt dan ook bij voorbaat vruchteloos om al te veel energie te steken in een extern onderzoek naar de vrachtbrieven, zoals de werkgroep heeft voorgesteld. Ook de cruciale vraag waar de 'voice recorder' met gesprekken uit de cockpit is gebleven zal wel altijd onbeantwoord blijven, evenals de geruchten over betrokkenheid van Israelische geheime diensten bij de Bijlmerramp. Toch raken juist deze aspecten een fundamentele zaak: de positie van El Al op Schiphol. De luchthaven is, wat vracht betreft, het belangrijkste buitenlandse vliegveld voor de Israeli's: een 'draaischijf' voor vluchten van- en naar Amerika en Canada. Formeel is een speciale positie van de maatschappij altijd ontkend, maar er zijn getuigenissen die stellen dat El Al op Schiphol in de praktijk de vrije hand heeft. Toch is het de vraag of een onderzoekscommissie haar vingers aan dit gevoelige punt durft te branden.

Volledig succes is niet bij voorbaat verzekerd. En te vrezen valt dat, ook na een parlementaire enquête, er in de Nederlandse samenleving altijd het vermoeden zal blijven leven dat er 'iets' niet deugde aan de Bijlmerramp.

Het neerstorten van vlucht LY 1862 op 4 oktober 1992 in de Bijlmermeer kent een waslijst aan onbeantwoorde vragen. De belangrijkste zijn: Wat was precies de inhoud van het vrachttoestel? Van 20 ton zijn nog steeds geen papieren beschikbaar. Daarnaast zegt El Al geen informatie te kunnen geven over de militaire lading. Onbekend is hoe, door wie en waar de vrachtdocumentatie op de avond van de ramp is verzameld. Onverklaarbaar is waarom de Cockpit Voice Recorder, met de gesprekken uit de cockpit, nooit is gevonden. Heeft de ramp effect gehad op de gezondheid van bewoners en hulpverleners? Hoe kan bijvoorbeeld 152 kilo verarmd uranium, dat het toestel als balansgewicht in de staart had, zijn zoekgeraakt en waarom is dat feit niet eerder onderzocht? Welke mensen en instanties zijn op de rampplek geweest? Wat was daarbij de rol van inlichtingendiensten? Hoe kan het dat belangrijke gegevens (geluids- en videobanden) verdwenen zijn? De technische vragen over het ongeluk: hing één van de motoren al scheef toen het toestel nog op Schiphol stond? Kloppen de radarbeelden wel? Wisten verkeersleiders dat de twee rechtermotoren waren afgebroken toen het toestel in nood boven Amsterdam vloog? Heeft de afwikkeling van de ramp iets te maken met de positie van El Al op Schiphol?