Baskenland tussen hoop en argwaan na ETA-bestand

De vrees bestaat dat Baskische nationalisten, met het ETA-bestand als stok achter de deur, de onafhankelijkheid van Baskenland weer op de agenda willen zetten.

MADRID, 18 SEPT. Het was gisteren extra druk in de oude binnenstad van San Sebastián. De opening van het gelijknamige filmfestival had een groot aantal bezoekers getrokken die zich tegoed deden aan de tapas in de talloze bars of de restaurants met hun Baskische keuken bezochten. Afgezien van de filmliefhebbers bevonden zich onder de bezoekers ook journalisten en politici die zich voor het eerst sinds jaren zonder lijfwacht in de binnenstad waagden.

Baskenland was niet het toneel van euforisch vlagvertoon of juichende mensen op straat. Maar de hoop dat de wapenstilstand van de Baskische afscheidingsbeweging ETA zich zal omzetten in een duurzame vrede is oprecht en wordt door iedereen gedeeld. “Er zal wel weer iets achter zitten, maar laten we de vrede een kans geven”, zo vatte een inwoner van Baskenland de algemene stemming samen.

Niemand binnen en buiten Baskenland twijfelt er aan dat het stopzetten van de geweldsterreur voor onbepaalde tijd te maken heeft met de Baskische regioverkiezingen van 25 oktober. De Baskisch-nationalistische partijen werkten de afgelopen maanden samen met Herri Batasuna, de politieke tak van de ETA, aan de voorwaarden voor de wapenstilstand. Dat werd vanochtend nog eens op de radio bevestigd door de scheidende lehendakari ofwel regiopresident José Antonio Ardanza. De nationalisten als onmisbare vredesstichters, dat doet het goed bij de verkiezingen.

De Baskische nationalist Ardanza, die na bijna veertien jaar als regiopresident de politiek verlaat, zag eerder dit jaar zijn vredesplan mislukken. Zowel de conservatieve partij van premier Aznar als de socialistische partij, goed voor meer dan een derde van de stemmen in Baskenland, wees zijn voorstel om zonder voorwaarden vooraf met de ETA te onderhandelen, van de hand. Eerst moest de terreurbeweging definitief de wapens inleveren, dan kon er gepraat worden.

Na het mislukken van het plan zagen de Baskische nationalisten, Ardanza's PNV voorop, de verkiezingen met weinig vreugde tegemoet. Volgens de voorspellingen was de groei van de Baskisch-nationalistische beweging, die alles bij elkaar op regionaal niveau op ruim de helft van de stemmen in Baskenland kan rekenen, er wel zo'n beetje uit.

In ETA-kring hing de vlag er al evenmin rooskleurig bij. Effectiever politie-optreden heeft de afgelopen jaren zware slagen aan de beweging toegebracht, de complete partijtop van Herri Batasuna verdween in de gevangenis en sinds de brute moord op raadslid Miguel Ángel Blanco trokken steeds meer Basken publiekelijk van leer tegen de terreur van hun veronderstelde bevrijders. Deze zomer probeerden de “gematigde” Baskische nationalisten en de ETA het initiatief weer naar zich toe te trekken. Met succes, want hoewel de zaak geruime tijd werd voorgekookt, bleek de nu aangekondigde wapenstilstand de conservatieve regering in Madrid danig te overvallen.

Minister van Binnenlandse Zaken Mayor Oreja, jarenlang aanvoerder van de conservatieve Basken en voorstander van een harde aanpak van ETA-terroristen, waarschuwde voor een valstrik van de nationalisten. Maar hij moest gisteren met merkbare tegenzin erkennen dat de hoop op vrede is gegroeid. Premier Aznar, die vandaag hals-over-kop terugkeert van een reis naar Zuid-Amerika, verklaarde gisteren vanuit Peru dat hij de ETA vooralsnog niet het voordeel van de twijfel gunt en dat de terreurbeweging zijn woorden eerst maar eens in daden moet omzetten. Niettemin bekende Aznar eveneens dat zich nieuwe mogelijkheden voordoen nu de ETA voor het eerst in zijn geschiedenis zonder expliciete voorwaarden vooraf de wapens neerlegt. In een tot dusver ongekende eendracht sloegen de conservatieve regering en de socialistische oppositie gisteren de handen ineen om een gemeenschappelijk standpunt in te nemen. De zelfgenoegzaamheid op het gezicht van de Baskisch-nationalistische PNV-leider Xavier Arzalluz was voor hen aanleiding genoeg om zoveel mogelijk gezamenlijk op te treden.

Zowel de regering als de oppositie in Madrid willen voorkomen dat er wordt gesleuteld aan de regionale autonomie die nu de basis vormt voor de Spaanse staatsvorm. De vrees bestaat dat de Baskische nationalisten zullen trachten alsnog de onafhankelijkheid van Baskenland op de agenda te zetten, ook al weten ze dat onafhankelijkheid bij de meeste Basken geen enkele prioriteit heeft nu de regio al jaren min of meer op eigen benen staat.

Maar het tijdelijk gestaakte geweld van de ETA als een stok achter de deur opent nieuwe mogelijkheden. Het Baskisch-nationalistisch front zou zich bovendien verder kunnen versterken, waardoor het de niet-nationalisten van zich vervreemdt. Dat brengt het gevaar van de sluimerende tweedeling in Baskenland met zich mee.

Binnen het nationalistische front bestaan ook risico's. Ze mogen dan wel onder de noemer 'Iers overleg' opereren, met Noord-Ierland heeft de situatie in Baskenland nauwelijks iets gemeen. Niet alleen is er in Baskenland maar één partij die geweld gebruikt en is er geen sprake van een 'bezetting', ook ontbreekt een charismatische figuur als Gerry Adams die binnen de ETA een vredesproces zou kunnen aanvoeren. En het 'Ierse overleg' ontbeert het aan voldoende pluriformiteit om een uiteindelijk vredesresultaat te boeken. “Dit is de eerste stap op een lange weg vol met obstakels”, aldus Xavier Arzalluz. Zelfs zijn grootste tegenstander kan de Baskisch-nationalistische voorman alleen maar gelijk geven.