Zweden mogen niet meer voor liefde betalen

In Zweden is prostitutie vanaf 1 januari verboden. De nieuwe wet stelt alleen de klant van een prostituee strafbaar. “We kunnen niet langer accepteren dat mannen seks kopen.”

STOCKHOLM, 17 SEPT. Een meisje met paars geverfde haren stapt in een mosgroene Volvo stationcar. Ze overlegt met de chauffeur en na een paar minuten rijdt de auto weg. Het is rustig op de Malmskillnadsgatan in Stockholm, de lunchtijd is net voorbij. Een paar verregende duiven vliegen op als een man in een driedelig pak voorbijrent en verdwijnt in een van de sombere kantoorkolossen aan weerszijden van de straat. In een plantsoentje voor het Sergel Hotel trotseren een paar mannen en vrouwen bij de krullerige gietijzeren bankjes het druilerige weer.

De Malmskillnadsgatan geldt als de meest criminele plek in Zweden, al is daar op het eerste gezicht niet veel van te merken. Vrouwenhandel, zwart geld en drugshandel komen hier samen. De paar honderd meter straat vanaf Sergelstorg is de enige in de Zweedse hoofdstad waar prostituees zichzelf min of meer openlijk aanbieden. Nog wel, want op 1 januari treedt in Zweden een wet in werking die alle vormen van betaalde seks verbiedt. Zelfs onderhandelen over de prijs wordt dan als een misdrijf beschouwd.

“Een feministische wet” noemt het sociaal-democratische Kamerlid Inger Segelström de wet, die op haar initiatief in mei door de Riksdag, het Zweedse parlement, werd aangenomen. “In Zweden kunnen we niet langer accepteren dat mannen seks kopen”, aldus Segelström. “Nee, dat heeft niets met moralisme te maken. Prostitutie gaat niet over seksuele moraal, maar over macht.” De wet zou er volgens haar heel anders hebben uitgezien als parlement en regering niet voor bijna de helft uit vrouwen zouden hebben bestaan. Het vernieuwende vindt Segelström dat niet de vrouwen, maar alleen de mannen strafbaar zijn - juist dat maakt de wet in haar ogen feministisch. “Als we dat niet hadden gedaan, dan zou de politie uitsluitend de vrouwen hebben aangepakt. Maar zij zijn de slachtoffers, ze verdienen bescherming.”

Niet iedereen in Zweden denkt daar zo over. Marianne Westin en Inger Lantz zijn sociaal-werkers. Zij zijn het eens met het uitgangspunt van de nieuwe wet. Ook zij willen prostitutie uitbannen uit de Zweedse samenleving, maar zij zien niets in de methode.

“Je kunt sociale problemen niet weg criminaliseren”, zegt Westin, die bang is dat prostitutie door de nieuwe wetgeving ondergronds gaat en gewelddadiger wordt, waardoor ze de greep erop helemaal verliezen. “Nu al zie je steeds meer pooiers op straat. Dat zal straks alleen maar erger worden, als mannen zelfs al in overtreding zijn wanneer ze met vrouwen op straat onderhandelen over hun diensten.”

Pagina 4: Prostituee 'nooit gewoon beroep'

Marianne Westin en Inger Lantz merken dat het op straat ook voor hen gevaarlijker wordt. “Als pooiers ons tegenwoordig herkennen, halen ze hun hand langs de keel of ze houden een wijsvinger tegen de slaap en halen een denkbeeldige trekker over”, aldus Lantz, die er overigens niet uitziet alsof ze daarvan schrikt.

Een paar keer per week werken Westin en Lantz op de Malmskillnadsgatan. Ze proberen meisjes ervan te overtuigen dat er alternatieven zijn. “Niemand hoeft zich in Zweden te prostitueren uit geldgebrek”, vindt Westin. “Het idee om prostitutie te legaliseren, zoals ze in Nederland van plan zijn, wijzen we af. Het wordt nóóit een gewone baan. We zijn nog geen vrouw tegengekomen die dit werk graag doet. De meesten hebben een lange weg afgelegd, meestal als slachtoffer van geweld, voordat ze de Malmskillnadsgatan opgaan. En het is meestal weer een lange weg om er af te komen.”

Het grootste probleem vormen tegenwoordig de meisjes uit de Baltische staten. “Die staan op straat met een papiertje waarop is geschreven wat ze te bieden hebben. Dat is hun enige vorm van communicatie, ze spreken geen Zweeds en zelfs geen Engels. Als we ze er al van kunnen overtuigen dat ze beter naar hun land kunnen teruggaan, staan er anderen klaar om hun plaats in te nemen.”

Toch geloven Westin en Lantz in hun lange-termijnaanpak: de vrouwen overhalen uit het circuit te stappen én praten met de mannen. “Politici roepen dat gezinnen beschermd moeten worden en dat het 'gewone' mannen zijn die hoeren bezoeken. Onzin! Ook al hebben ze een poedel en een Volvo, en ook al zijn ze goede vaders, ze zijn níet gewoon, Zo zien ze zichzelf ook niet. Het is een verslaving, ook de mannen zijn slachtoffer.”

Charlotte von Redlich, een ambtenaar op het ministerie van Arbeid, waar de anti-prostitutiewet is uitgewerkt, gelooft niet meer in de 'zachte' methode. “In de jaren zeventig werd al een commissie ingesteld die een onderzoek deed naar prostitutie. De conclusie luidde dat het onwenselijk was, slecht voor vrouwen én voor mannen - omdat het de gezinssituatie verstoorde.” Sindsdien is er van alles geprobeerd om prostitutie te bestrijden: live seksshows werden verboden en er kwam een betere bescherming van prostituees. In 1982, na weer een commissie, volgde een wet die pooiers en huiseigenaren die een pand verhuurden ten behoeve van prostitutie hard aanpakte.

De maatregelen bleken telkens ontoereikend. En omdat Zweedse politici, en vooral de sociaal-democraten, het moeilijk kunnen verkroppen dat er een element in de samenleving bestaat waarop ze geen greep hebben, zijn telkens nieuwe maatregelen verzonnen. “Er is altijd geroepen dat prostitutie zo oud is als de mensheid, dat het al voor Christus bestond, en dat er dus niks aan te doen is”, zegt Von Redlich fel en ze kijkt haar gesprekspartner - een man komend uit het liberale Nederland - argwanend aan. “Dat weigeren we te accepteren. Prostitutie is iets van mannen, het past niet in de moderne Zweedse samenleving, waarin gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen als een groot goed wordt beschouwd.”

In 1994 verscheen het zoveelste rapport van de zoveelste commissie, waarin werd geconcludeerd dat strafbaarstelling - van man én vrouw - de enige remedie was. Het rapport stuitte op veel weerstand. De politie had grote twijfels over het handhaven van de wet (die is voorlopig gerustgesteld met 10 miljoen kronen, 2,5 miljoen gulden, extra voor volgend jaar). Bij het maatschappelijk werk, waar ze dagelijks met de problemen van prostitutie te maken hadden, bestond de angst dat moeizaam opgebouwde contacten in die wereld onderuit zouden worden gehaald. Een meerderheid van de Zweden, zo bleek onlangs uit een enquête in de Dagens Nyheter, gelooft niet dat de wet iets zal oplossen.

Inger Segelström liet zich door de kritiek niet van de wijs brengen. Op het partijcongres van de sociaal-democraten, waar ze als voorzitter van de commissie voor vrouwenzaken haar invloed kon laten gelden, wist ze een aangescherpte versie van het oorspronkelijke voorstel aangenomen te krijgen. Dat voorstel (waarin alleen de prostituant nog strafbaar is) werd door de sociaal-democratische regering opgenomen in een omvangrijke wet over geweld tegen vrouwen.

Dat vorig jaar de risico's van een al te heilig geloof in de maakbaarheid van de samenleving aan het licht zijn gekomen, lijkt Segelström niet te deren. Zweden kwam toen in het nieuws door een sterilisatieprogramma dat tot in de jaren zeventig bestond. Vrouwen uit sociaal zwakke milieus waren zwaar onder druk gezet om zich te laten steriliseren.

Dit voorjaar bleek bij duizenden mensen met een vermoede hersenafwijking, onder wie jonge kinderen, zonder dat zijzelf of hun familie dat wisten, tussen de jaren veertig en zestig een stukje hersenkwab te zijn weggenomen.

Met een verbod op prostititie loopt Zweden volgens Segelström weer voorop. Uit Duitsland zijn ze al langs geweest om de Zweedse situatie te bekijken, vertelt ze enthousiast. En ook Noorwegen, waar dit najaar over het onderwerp wordt gedebatteerd, is nieuwsgierig naar de Zweedse oplossing.