Ziekenfonds voor de armen

Het kabinet zegt wat aan de groeiende ongelijkheden in de samenleving te willen doen. Het ligt in de bedoeling dat de uitkeringen de komende jaren gelijkop stijgen met de CAO-lonen. Daarnaast zijn enkele gerichte maatregelen voor armoedebestrijding aangekondigd. Meer zit er niet in .

Het kabinet berust merkwaardigerwijs in een tweedeling die het met één pennenstreek kan opheffen, te weten die bij de verzekering tegen ziektekosten. De Algemene wet bijzondere ziektekosten dekt voor alle ingezetenen de vrijwel onverzekerbare geneeskundige risico's, met name de kosten van langdurige verpleging en verzorging. Tegen het risico van de overige, normaal te achten ziektekosten is de bevolking op uiteenlopende manieren verzekerd. Bijna tien miljoen mensen zijn verplicht verzekerd ingevolge de Ziekenfondswet. De overige krap zes miljoen inwoners zijn vrijwel allemaal particulier tegen ziektekosten verzekerd, of zij vallen onder een speciale ziektekostenregeling voor ambtenaren. Vroeger hield de huisarts apart spreekuur voor de ziekenfondsklanten die in de volle wachtkamer zaten totdat zij aan de beurt waren. Particulieren maakten een afspraak met de dokter. Dit onderscheid is allang verleden tijd.

Het belangrijkste verschil zit tegenwoordig bij de premiebetaling. De ziekenfondspremie is grotendeels van het inkomen afhankelijk en wordt voor een belangrijk deel door de werkgever of uitkeringsinstantie betaald. De premie voor een particuliere verzekering tegen ziektekosten is een vast bedrag, dat afhangt van het risico (jonge gezonde mensen betalen weinig premie, ouderen een stuk meer), gezinssamenstelling (voor kinderen moet afzonderlijk premie worden betaald) en polisvoorwaarden.

Werknemers in bedrijven en uitkeringsontvangers jonger dan 65 jaar zijn verplicht bij een van de dertig ziekenfondsen verzekerd, zolang hun brutojaarinkomen in verband met arbeid beneden de zogeheten 'loongrens' (62.200 gulden) blijft, ook al zou het sluiten van een particuliere verzekering vooral voor jongere werknemers soms veel goedkoper zijn.Voor 65-plussers die vroeger particulier verzekerd waren geldt een eigen loongrens. Zij mogen in het ziekenfonds wanneer hun belastbare inkomen minder bedraagt dan 39.550 gulden. Verzekeraars zien deze in doorsnee dure klanten (de ouderdom komt nu eenmaal met gebreken) graag vertrekken.

Door de premiestructuur kent de ziekenfondsverzekering een meervoudige solidariteit. Gezonde mensen zijn solidair met 'slechte risico's', omdat de hoogte van de premie niet afhangt van de kans op ziektekosten. Hogerbetaalden zijn solidair met lagerbetaalden, doordat de premie -terwijl iedere ziekenfondsverzekerde gelijke aanspraken heeft - in belangrijke mate van het inkomen afhangt. Particulier verzekerden brengen onderling veel minder solidariteit op.

Het is vreemd dat uitsluitend mensen met een inkomen beneden de loongrens door de overheid tot onderlinge solidariteit worden verplicht. Veel sociaal-democraten geven de voorkeur aan één verzekeringstype voor iedereen, met premieheffing naar draagkracht. De meeste liberalen moeten daar niets van hebben. Zij willen het ziekenfonds bij voorkeur opdoeken. Mensen met lage inkomens zouden hun premie dan fors zien stijgen. Vorig jaar stelde de toenmalige fractieleider van de VVD een uitsterfconstructie voor. Door de loongrens te bevriezen zouden als gevolg van de algemene stijging van de inkomens steeds meer mensen uit het ziekenfonds groeien. Het ziekenfonds zou dan hooguit overblijven als een vangnet voor de minst draagkrachtigen. De PvdA zette zich in scherpe bewoordingen tegen deze suggestie af.

Maar op dit punt heeft de VVD bij de onderhandelingen over het regeerakkoord gescoord. Zeker, op korte termijn krijgt het ziekenfonds meer (dure) klanten, doordat de loongrens voor 65-plussers flink wordt opgetrokken. Op wat langere termijn zal het ziekenfonds echter leegstromen, doordat de meest draagkrachtige premiebetalers vertrekken. Het regeerakkoord bepaalt namelijk ook dat de jaarlijkse verhoging van de loongrens voortaan afhangt van de prijsontwikkeling in plaats van - zoals tot nu - van de algemene loonontwikkeling. Stijgen de lonen sneller dan de prijzen, wat in de regel het geval is, dan betekent dit dat steeds meer werknemers uit het ziekenfonds stromen omdat hun loon uitstijgt boven de achterblijvende loongrens.

Slaagt het kabinet erin tijdig de regels aan te passen, dan gaat de loongrens al op 1 januari aanstaande 750 gulden minder omhoog dan bij het tot nu toe geldende systeem. Hierdoor verdwijnen vijftigduizend van de best verdienende werknemers uit het ziekenfonds, waardoor het premiedraagvlak voor de achterblijvers afkalft. Het gevolg is dat de premies straks extra omhoog moeten, vooral nu een nieuwe groep dure 65-plussers tot de ziekenfondsverzekering wordt toegelaten. Stijgen de lonen jaarlijks één procent sneller dan de prijzen, dan zitten over enkele tientallen jaren uitsluitend nog de laagstbetaalden in het ziekenfonds.

Dit staat haaks op het PvdA-ideaal. Waarom ging die partij dan akkoord met de gewijzigde indexatie van de loongrens? De sociaal-democraten geloven dat lonen en prijzen in de lopendekabinetsperiode ongeveer even weinig zullen stijgen. De indexatiemethode is dan lood om oud ijzer. Een uiterst gematigde loonontwikkeling (zeg met twee procent per jaar) is echter uiterst onwaarschijnlijk. De vakbonden eisen voor volgend jaar drie tot vier procent. Wordt die claim gehonoreerd, dan helpen de bonden een duchtig handje mee om het sociaal-democratische ideaal van een brede ziekenfondsverzekering om zeep te brengen.