Twijfels over nut tegenbegroting

Oppositiepartij CDA diende gisteren geen tegenbegroting in bij de Algemene Beschouwingen. Oppositiepartij GroenLinks deed dat wel. Een levendig debat over voor- en nadelen van de alternatieve begroting volgde.

DEN HAAG, 17 SEPT. “Ik doe het niet. Ik doe het niet. Ik doe het niet.” Alleen het stampvoeten ontbrak gisteren nog bij De Hoop Scheffer. Tijdens de eerste ronde van de Algemene Beschouwingen ontpopte de CDA-leider zich even tot de deugniet van het parlement. U, paars, verwacht van het CDA een tegenbegroting, die zowel uw eigen ondeugdelijkheden verhelpt als een nieuw financieel plan biedt? Welnu, vergeet het maar. “Wij gaan niet de gaten in de paarse sokken stoppen, en ook nog eens een nieuw paar bijleveren.”

Zoals inmiddels gebruikelijk is als het CDA zich een ondeugendheidje permitteert, werd het nummertjes trekken bij de interruptiemicrofoon. De halve Kamer viel over het CDA heen.

“Nu wordt uw kritiek wel heel vrijblijvend”, zei VVD-leider Dijkstal. En D66-fractievoorzitter De Graaf interrumpeerde hem ook. “Ik hoorde u een paar weken geleden nog zeggen dat u het anders zou doen, geen one-liners zou gebruiken en zou steunen wat goed is. Dit wordt wel een heel kale oppositie”. En GroenLinks-aanvoerder Rosenmöller, die 'kwaliteitsoppositie' voert, en dus wel een tegenbegroting indiende, vroeg: “Was dat niet de methode van 'oud-links' van vroeger? Wel veel vragen, maar geen boter bij de vis leveren?”

De Hoop Scheffer werd er warm noch koud van. Hij wist dat alle drie partijen die hem nu kritiseerden, zelf een rijke traditie hadden in het achterwege laten van alternatieve begrotingen. De VVD bijvoorbeeld had dat zelf in 1990 nagelaten, onder meer onder het motto dat het wat potsierlijk was een alternatief in te dienen voor een beleid dat voortbouwde op dat van twee coalities waaraan de liberalen hadden deelgenomen. D66-prominent Kohnstamm had het maken van een tegenbegroting een 'fantastische poppenkast' genoemd, omdat zo'n stuk werd weggewuifd door de regeringspartijen. En GroenLinks was pas in 1992 begonnen getallenlijstjes te maken met alternatieve bezuinigingsbedragen en dito uitgaven, dit om het afscheid van oud-links te markeren.

De verrassende CDA-benadering van gisteren vormde een late echo van een oppositioneel optreden uit november 1994. Toen beproefde 'CDA-pinchhitter' Wim van de Camp de aanpak voor het eerst. Hij trok ten strijde tegen een bezuiniging van 500 miljoen gulden van toenmalig minister Ritzen (Onderwijs). Maar waar haalt ú dan het geld vandaan, vroeg Ritzens partijgenoot, de toenmalige onderwijswoordvoerder Van Gelder (PvdA). “Voorzitter”, riposteerde Van de Camp toen, “de heer Van Gelder denkt toch niet dat ik hier ga dekken wat zijn partij op een achternamiddag in het regeerakkoord opschrijft?” In een variatie op een Amsterdamse krakerskreet uit de jaren tachtig ('Jullie rechtsorde is de onze niet'), redeneerde Van de Camp: uw financieel kader is het onze niet.

Destijds was een meerderheid van de CDA-fractie niet zo gecharmeerd van deze wijze van oppositievoeren. Financieel woordvoerder Terpstra en anderen vonden het de betrouwbaarheid van het CDA niet ten goede komen, als de partij geen alternatieve dekking zou geven. Bovendien vroeg de achterban, vaak bestaande uit directeuren en bestuursvoorzitters, wat het financiële CDA-alternatief was voor de uitgaven van paars.

Liefhebbers van het opppositionele spel zoals Van de Camp, Hillen, en ook De Hoop Scheffer, vonden de redeneertrant van Terpstra een typisch voorbeeld van bestuurlijk denken. Zeker toen het indienen van tegenbegrotingen de partij meer lasten dan lusten ging opleveren, kregen zij steeds meer bijval. De ene keer kwamen de ambtelijke stukken te laat die de onderbouwing moesten vormen van de alternatieve begroting, de andere keer viel paars eensgezind over de CDA-tegenbegroting heen wegens vermeende inconstistenties. Het resultaat was dat het debat alleen nog maar draaide om een 'postje' van 50 miljoen van de oppositie, terwijl niemand zich druk maakte om de 230 miljard van het kabinet.

Dit jaar doen we het anders, besloot de CDA-fractie dan ook. De methode-Van de Camp werd van stal gehaald. Met al dan niet constructieve oppositie had die keuze niets te maken, zei De Hoop Scheffer gisteren. “De essentie van oppositievoeren is het doen ingang vinden van je eigen ideeën. De essentie van oppositievoeren is beginnen met tegen het kabinet te zeggen: u maakt uzelf buitengewoon kwetsbaar, uw uitgangspunten zijn riskant.”

Het gevolg van deze koerswijziging was dat de fractievoorzitters van het CDA en GroenLinks gistermiddag totaal verschillende soorten betogen hielden, en geheel gescheiden optrokken.

De Hoop Scheffer hekelde onder meer de plannen van staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) om delen van de publieke omroep in te ruilen voor een commercieel bestel, en zei dat het kabinet-Kok te weinig deed om langdurig werklozen aan een baan te helpen. Rosenmöller relateerde veel van zijn pleidooien, zoals een ophoging van het sociaal minimum, aan zijn tegenbegroting. Maar tegen die tijd maakte niemand daar meer een woord aan vuil. PvdA-fractievoorzitter Melkert had het eerder op de middag al vriendelijk naar de prullenmand verwezen.