Rotterdam blijft vechten voor vrachtluchthaven

ROTTERDAM, 17 SEPT. Rotterdam geeft de strijd om een vrachtluchthaven op de tweede Maasvlakte niet op. De gemeente komt binnenkort met een 'verdere uitwerking' van de mogelijkheden voor een 'overloop luchthaven', waarmee de groei van het luchtverkeer kan worden opgevangen en 'Schiphol kan worden ontlast van vracht- en chartervervoer'.

Dat zei havenwethouder Hans Simons vanochtend tijdens een Rotterdamse havencongres.

Simons noemde het een 'vreemde zaak' dat Paars II de (uitgebreide) Maasvlakte in het regeerakkoord al als mogelijke locatie voor een tweede luchthaven had laten vallen terwijl de eindrapporten van verschillende locatie-studies pas twee weken geleden zijn gepresenteerd. Simons: “Bijna twee maanden voordat de lokatiestudies af waren, wisten de onderhandelaars kennelijk al genoeg om vast te kunnen stellen dat een vliegveld daar (op de Maasvlakte) geen oplossing zou kunnen zijn.”

Een luchthaven op de Maasvlakte zou complementair zijn aan het vervoer over zee, aldus Simons. “Zo'n tachtig procent van de goederen die op de distributiecentra op Schiphol worden behandeld, is afkomstig uit Rotterdam. Slechts 20 procent komt daadwerkelijk door de lucht. Dat zou ook hier kunnen, zeker als tendensen doorzetten dat vracht en passagiers steeds meer gescheiden van elkaar worden vervoerd,” zo zei de havenwethouder die in dit verband wees op internationale vervoerders als UPS en Federal Express 'die dat zien'.

Simons die sinds een half jaar de havenportefeuille beheert, wees behalve op logistieke aspecten op praktische voordelen als 'nauwelijks geluidshinder en de mogelijkheid van gefaseerde aanleg'. Hij zet vraagtekens bij de twee argumenten die de onderhandelaars van Paars II aanvoerden tegen een luchthaven op de Maasvlakte. Het gaat daarbij om de aanwezigheid van grote aantallen zeevogels en de veiligheid in verband met de petro-chemische industrie. Simons: “Vogels zijn ook voor andere lokaties een gevoelig punt. Aan- en afvliegroutes voor een vliegveld op de Maasvlakte zullen natuurlijk altijd zoveel mogelijk boven de Noordzee liggen.”

De Rotterdamse havenwethouder die ook verantwoordelijk is voor het algehele economische beleid, had ook kritiek op het Haagse besluit twee nieuwe centra voor informatie- en communicatietechnologie in Amsterdam en Eindhoven te vestigen. “Dat Rotterdam/Delft niet op dat lijstje voorkomt, is onbegrijpelijk.”

Simons waarschuwde er verder voor dat Nederland niet te veel voorop moet lopen bij de bestrijding van de CO-uitstoot door de energie-intensieve industrie. “Deze industrie moet opereren in een mondiaal concurrentieveld. Een equal playing field is dus noodzakelijk”, aldus Simons.