Nieuwe visie Bijlmerramp; Vrijkomen uranium niet uitgesloten

ROTTERDAM, 17 SEPT. Bij de brand na het neerstorten van de El Al-Boeing in de Bijlmer in 1992 zijn mogelijk deeltjes verarmd uranium vrijgekomen, zo blijkt uit een rapport van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).

Het ECN-rapport is vandaag door minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) naar de Tweede Kamer gezonden. Ook vandaag zou een werkgroep van de Kamer beslissen over het eventueel instellen van een parlementaire enquête naar de ramp met het El Al-vliegtuig in de Bijlmer.

In oktober 1993 schreef het ECN nog dat “niet te verwachten' viel dat er zich tijdens de brand uraniumdeeltjes hadden gevormd. Nu stelt het ECN echter dat “wegens gebrek aan kennis over de feitelijke omstandigheden gedeeltelijke of volledige oxidatie niet met honderd procent zekerheid kan worden uitgesloten”.

PvdA-woordvoerder R. van Gijzel noemt het “schandalig” dat deze conclusies zes jaar na de ramp pas boven water komen. Het onderzoek is onder druk van de Tweede Kamer verricht na aanhoudende berichten over gezondheidsklachten die verband zouden kunnen hebben met het vrijkomen van verarmd uranium.

Het El Al-vrachtvliegtuig, dat op 4 oktober 1992 in de Bijlmermeer verongelukte, had enkele honderden kilo's verarmd uranium als balansgewicht in het staartstuk. Daarvan is ongeveer 152 kilo nooit teruggevonden. Onduidelijk is of het verarmd uranium wellicht is verbrand. Diverse onderzoeksautoriteiten hebben dat altijd onwaarschijnlijk geacht omdat de temperatuur van de brand na de ramp in de Bijlmermeer niet hoog genoeg zou zijn geweest.

Uit het ECN-rapport blijkt echter dat het verarmd uranium bij lagere temperaturen wel “verstoven” kan zijn. Als mensen deeltjes van deze stof inademen, kan dat schadelijk zijn voor de gezondheid. Volgens het ECN is inmiddels niet meer te achterhalen of het verarmd uranium ook daadwerkelijk verstoven is, omdat tal van gegevens niet meer te achterhalen zijn. Daarbij gaat het onder meer om de exacte locatie waar het metaal is terecht gekomen, de aanwezigheid van zuurstof of kooldioxide of het vochtgehalte. “Tijdens en na de ramp is niet op deze factoren gelet”, aldus het rapport. Overigens noemt het ECN de kans op verstuiving “gering”.

De werkgroep vliegramp Bijlmermeer komt vanmiddag bijeen. Voorzitter Th. Meijer (CDA) zegt “goede hoop' te hebben dat vanavond nog advies kan worden uitgebracht aan de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat. Maar of er voldoende politieke steun is voor een nader parlementair onderzoek naar de Bijlmerramp, was vanmorgen nog onduidelijk.

Het onafhankelijk onderzoekscentrum Laka, dat zelf heeft meegewerkt aan het nieuwe onderzoek, bestrijdt de conclusies van het ECN-rapport. Volgens Laka heeft ECN de samenvatting op het laatste moment gewijzigd. Op die manier zou er een voor het ECN aanvaardbare conclusie zijn gekomen. (ANP)