Modelbouwmuseum Leiden; Mysterie van de schaal

Een van de vele bezwaren van de werkelijkheid is dat je er als individu zo weinig aan kunt veranderen. Stadsgezichten, bos en weide, gebergten, havenwerken, spoorwegemplacementen - probeer er maar eens wat aan te doen. Een halve oplossing biedt het bouwen van modellen, wat bij gebrek aan hele oplossingen een populaire bezigheid is. De meest gebruikte bouwmaterialen zijn gedachten en woorden. Daarnaast zijn video- en geluidsbanden de laatste decennia in zwang: het medium televisie biedt ons dag en nacht tientallen kanalen met modellen van de werkelijkheid, en de belangstelling is groot.

Modellen kun je ook maken van echte materie zoals hout, steen, ijzer, plastic, en lijm. En gips. Een jaar of 35 geleden vernam ik dat je daarvan heel goed berglandschappen kon maken, maar miste de andere helft van het bericht: dat je moet beginnen met een staketsel van hout, kippengaas, en kranten met stijfsel. Een paar weken lang fietste ik kort na ontvangst van mijn zakgeld naar een apotheker voor de aanschaf van een kilo of vijf, en kon je in Hilversum Zuid maar beter geen ledemaat breken. Het resultaat op de treintafel was ondertussen matig tot slecht, met als dieptepunt het gewelddadig uithakken van een spoortracé langs de flank van een massief gipsen alp, een scherpe bocht waarvoor stukken rails met de hand bijgebogen moesten worden, en treinen die zonder uitzondering in het ravijn stortten.

Dit kon en kan beter, blijkt in het Modelbouwmuseum in Leiden, met drie verdiepingen met stoommachines, poppenhuizen, treinemplacementen, baggervoertuigen, kathedralen, jumbojets en raketten. Jammergenoeg beweegt bijna niets, en komt er geen antwoord op de vraag of de bochten niet te scherp zijn. Daartegenover staan een verbluffende detaillering, intrigerende bijschriften, en een zeer gevarieerde herkomst van de honderden modellen. De woonboot van mw. A. Slijkoord 1962-'68, met opengeklapt dak voor een blik in haar voorbije drijvende wereld, stond vermoedelijk ooit op haar dressoir in een bejaardenflat of verzorgingshuis. Ook de vijf meter lange, 54 kilo zware Boeing 747 (schaal 1:14) die ooit werkelijk boven Ypenburg cirkelde, werd stellig niet voor dit museum gebouwd. Evenmin zal de heer Merwijk uit Rozendaal met het oog op deze expositie 1200 uur besteed hebben aan zijn pausloze maquette van de Sint Pieter.

Een rondgang langs de tafels en vitrines maakt glashelder waarom modelbouwers vaak voortijdig met hun projecten stoppen, al ontbreken de half affe en mislukte modellen die meer inzicht had kunnen verschaffen in de mens achter het model. Het raadsel is, waarom toch nog redelijk veel modellen worden voltooid. Wat bewoog T. Hartman uit Zutphen om zes jaar aan een twee meter lang, radiografisch bestuurbaar, echt baggerend baggervoertuig te werken? Ik had het na een kwartier al opgegeven. Wat dreef J.C. Meijers uit Leiden om 10.000 uur te besteden aan een 17de eeuws oorlogsschip? Zeker is dat de geflipte modelbouwer zich temidden van al deze triomfen erg klein voelt. Naast een woud van raketten staat dat de Dutch Rocket Research Association in dertig jaar geen enkel ongeval veroorzaakte. “Het zwaartepunt is heel belangrijk. Een kleine afwijking en de raket zal bij het lanceren van zijn koers raken, alle ellende tot gevolg hebbend.” Vertel mij wat, na de bouw van een paar grote balsahouten zweefvliegtuigen, die het in de lucht hooguit een duizendste van de totale bouwtijd uithielden alvorens zich als een speer in de grond te boren. Dat gevaar verbleekt met terugwerkende kracht bij het lezen van de bouwinstructie van een Märklin gevechtswagen: “Jetzt wird dem Geschutzturm G 87 auf die Kanone G 88 befestigt. Mit dieser Kanone können kleine Gummigranaten (4 mm Durchmesser) met Hilfe von Zündblättchen verschossen werden.” De bouwdoos stamt uit 1936. Hmmm.

Het is niet moeilijk clichés te debiteren over het waarom van de modelbouw - bijvoorbeeld dat de modelbouwer verlangt naar een maakbare wereld, zonder bestemmingsplannen, schoonheidscommissies, en bouwverordeningen. Maar waarom dan steeds dat enorme respect voor de realiteit? Of wordt de fantasie uitgeleefd in de onzichtbare interieurs, en staat in de Sint Pieter een radiografisch bestuurbare paus met een shaggie in zijn mondhoek bij een flipperkast?

Wat hoe dan ook blijft boeien zijn de mysteries van de schaal. Als een trein in het echt eens per uur rijdt, moet hij dan op een modelspoorbaan (schaal 1:87) per uur 87 keer vertrekken, of juist maar eens per 87 uur? Moet de frequentie geminiaturiseerd, of juist de interval? Mijn praktische compromis was indertijd om hem pakweg eens in de 87 uur binnen een uur minstens 87 maal tussen de twee dorpen op mijn treintafel te laten pendelen. In het Modelbouwmuseum komt het betrekkelijke van schaalverhoudingen prachtig in beeld bij een maquette van de Leidse Morschbrug, die staat opgesteld voor een raam waardoor de echte te zien is. Als je er een halve meter vandaan bent, is de schaal 6 op 1: het model is zes maal zo groot als de Morschbrug buiten in de regen, waarover echte, maar minuscule mensen lopen. In een wereld vol modellen is dat een nuttige les.

INFORMATIE

Monumenten op Europese schaal, Modelbouwmuseum, Noordeinde 2a, Leiden Van 12 sept t/m 1 nov. Open di-za 10-17u, zo 13-17u. Volw. ƒ 7,50, kind. en 65+ ƒ 5. Inl 071-5124567 Modelspoor- manifestaties: Rail'98 25 en 26 sept 10-18u, 27 sept 10-17u, Brabanthallen, Den Bosch (buspendel vanaf uitgang west) volw.ƒ 16, kind. ƒ 8 Eurospoor'98 22 okt 11-18u, 23-25 okt 9.30-17u30 Jaarbeurs Utrecht volw. ƒ 17,50 kind.ƒ 8