Meer bonussen door krappe arbeidsmarkt

ROTTERDAM, 17 SEPT. De spanning op de Nederlandse arbeidsmarkt heeft relatief weinig effect op het basisloon. Via bonussen en andere extraatjes krijgt een groot deel van het personeel toch aanzienlijk meer op zijn salarisrekening. Dat blijkt uit onderzoek van ADP, verwerker van loongegevens, en adviesbureau Ned Worx.

Volgens onderzoekers van beide bedrijven verdient de gemiddelde Nederlander dit jaar, door stijging van (CAO-)lonen en periodieke verhogingen, bruto 4,6 procent meer dan vorig jaar. Die conclusie vloeit voort uit analyse van salarisgegevens en arbeidsvoorwaarden van 457 bedrijven en instellingen.

In feite waren salarisontvangers nog iets beter uit. Een toenemend aantal werkgevers keert 'vaste bonussen' uit, zoals een dertiende maand, gratificaties en andere eindejaarsuitkeringen.

Betaalde vorig jaar slechts 10 procent van hen een vaste bonus, inmiddels is dat een kwart. Met inbegrip van de vaste bonussen bedraagt de loonsverbetering dit jaar ruim 6 procent.

Volgens ADP en Ned Worx betalen Nederlandse dochterbedrijven van Amerikaanse concerns gemiddeld het meest. Van de onderzochte bedrijven komen de Nederlandse op de tweede plaats, gevolgd door van origine Japanse, Britse, Franse en Duitse. België is hekkensluiter.

De opkomst van vaste bonussen schrijven de onderzoekers toe aan de tijdelijke krapte aan personeel in veel sectoren. Als die schaarste voorbij is, vallen bonussen gemakkelijker te verlagen dan structurele lonen.

Wat de zogenoemde variabale bonussen betreft, is opmerkelijk dat het aantal bedrijven met winstdeling of prestatieloon licht afneemt. De aandelen- en optieregelingen zijn daarentegen populairder geworden. Kende vorig jaar slechts 1 procent zo'n regeling, dit jaar is dat zo'n 4 procent. Daarbij geldt bovendien dat in toenemende mate ook lagere functionarissen ervan gebruik kunnen maken.

Niet alleen de primaire arbeidsvoorwaarden zijn aan verandering onderhevig, constateren ADP en Net Worx.

Zo'n veertig procent van de werkgevers zou “serieuze plannen” hebben binnen drie jaar secundaire arbeidsvoorwaarden te wijzigen. Dat kan uiteenlopen van het scheppen van kinderopvang tot introductie van flexibele pensioenregelingen, die werknemers bijvoorbeeld in staat stellen eerder te stoppen met werken. Ook overwegen veel werkgevers niet langer het laatste loon als grondslag voor het pensioen te hanteren, maar het gemiddelde loon over een bepaalde periode. Dertig procent van de werkgevers zou volgens de onderzoekers zo'n - doorgaans voordeliger - regeling overwegen.

De lease-auto is nog even populair als vorig jaar. Ruim 85 procent van de directieleden beschikt over een leaseauto. Van het lager uitvoerend en administratief personeel heeft slechts 0,7 procent er een.

In weerwil van de klachten over stijgende werkdruk en de toenemende waarde van vrije tijd blijken werknemers overwerk liever in geld dan in vrije tijd gehonoreerd te zien. Overigens krijgt hoger management overwerk zelden uitbetaald: driekwart van hen krijgt volgens het beloningsonderzoek geen compensatie in geld of vrije tijd. Uitvoerend personeel krijgt extra gedraaide uren bijna altijd vergoed.

Voor komend jaar verwachten de aan het onderzoek deelnemende bedrijven dat Nederlandse werknemers 3,4 tot 3,7 procent meer verdienen door hogere CAO-lonen en incidentele salarisverbetering. Hun schatting voor dit jaar lag met 2,6 tot 3 procent groei aanzienlijk lager dan de nu vastgestelde 4,5 procent.