Interview met Hubrecht Duijker; 'Schrijven is eigenlijk bijzaak'

Hubrecht Duijker schreef de afgelopen vijfentwintig jaar vijfenvijftig boeken over wijn. Binnenkort verschijnt zijn zesenvijftigste boek, nog dit jaar gevolgd door het zevenenvijftigste en achtenvijftigste. En uitgeschreven is hij nog lang niet. Een interview.

Aan zijn huis is niets bijzonders te zien. Geen lege flessen in de voortuin, geen rekken vol wijn in de gang. Hubrecht Duijker loopt niet te koop met zijn beroep. Wie een indruk wil krijgen van het professionele leven van 's lands bekendste wijnschrijver moet naar zijn werkhuis, achter in de tuin. Hier staan tientallen meters archiefkasten met duizenden dossiers over châteaux, domeinen en producenten.

Zijn boekenkast is voor een belangrijk deel gevuld met zijn eigen oeuvre, dat inmiddels vijfenvijftig titels telt. Inclusief de vertalingen in zeven talen beslaat het eigen werk ruim drie meter. Moderne hulpmiddelen als computer, printer, fax of modem ontbreken. Al zijn boeken zijn op de schrijfmachine tot stand gekomen: de maestro weigert een computer te gebruiken. Gemiddeld twee maal per jaar stapt hij met een bundeltje volgetikte vellen naar zijn uitgever. “Ik zit vaak acht uur per dag te schrijven, ik moet er niet aan denken dat ik al die tijd naar een scherm zou moeten turen.”

Duijker (1942) houdt er wel meer eigenzinnige ideeën op na. Zo bracht hij enkele jaren geleden de top van de Nederlandse horeca in rep en roer door te stellen dat er met het bestellen van wijn in restaurants meer gegokt wordt dan in de Nederlandse casino's bij elkaar. En maandelijks voert hij in het vakblad Missets Horeca een kruistocht tegen de 'ongastvriendelijkheid' van wijnkaarten in de vaderlandse horeca.

Voordat Duijker in 1974 de eerste fulltime wijnschrijver van Nederland werd, hield hij zich met heel andere zaken bezig. In de jaren '60 was hij productmanager bij Knorr. “Ik heb de eer gehad om Knorr Instant Vlees Bouillon op de markt te brengen.” Ook een andere baan was tamelijk prozaïsch: als account executive voor onder andere het reclamebureau Moussault promootte hij producten als Fanta, de Postgiro en Brylcream. Wijn was een hobby, evenals het slijtersvakdiploma dat hij in die tijd haalde.

De nadere kennismaking met wijn ging min of meer per ongeluk, toen hij optrad als redacteur van het gastronomisch tijdschrift 'Wijn & Spijs' van de Bossche importeur Jan Hein Verlinden. “Van hem kreeg ik de eerste lessen in wijnproeven. Hij introduceerde me bij diverse wijnhuizen.” Bij gebrek aan kopij ging Duijker steeds meer pagina's van Wijn & Spijs vullen. “Het was aanvankelijk niet mijn bedoeling om te schrijven, ik was reclameman, schrijven was mijn beroep niet.”

In 1971 schreef hij naar Het Parool of de krant geen behoefte had aan een wijnrubriek. “In Engeland bestond al een traditie van wijncolumns. Mensen als André Simon met zijn tijdschrift 'Wine and Food' en Edmund Penning-Rowsell, die voor de Financial Times schreef. Ik vond dat het in Nederland ook tijd werd voor zoiets.”

Daarna ging het hard. In 1973 verscheen zijn eerste boek: Kleintje Wijn, in 1974 gevolgd door Avontuurlijke Wijnen (onder andere over toen nog onbekende Spaanse en Italiaanse wijnen). In 1975 verscheen zijn eerste belangrijke boek, De Grote Wijnen van Bordeaux. Zijn grote voorbeeld was de Brit Hugh Johnson, die met zijn Wijnatlas baanbrekend werk verrichtte: niet eerder was de wijnbouw wereldwijd zo gedetailleerd in kaart gebracht. De Grote Wijnen van Bordeaux verscheen tegelijk in een Engelstalige editie - de enige manier voor uitgever Het Spectrum om de onderneming winstgevend te maken en een van de redenen waarom Duijker ook in het buitenland een grote naam heeft op het gebied van de wijnliteratuur. In de etalage van menig boekhandel in de Bordeaux liggen Franse vertalingen van zijn werk uitgestald.

De afgelopen vijfentwintig jaar schreef hij vijfenvijftig boeken: onder andere vijf over de Bordeaux, drie over de Rhône en zeven wijnalmanakken.Daarmee is Duijker een van de meest productieve wijnschrijvers ter wereld. Vrijwel geen onderwerp over Franse wijn of Duijker heeft het in gedrukte vorm laten verschijnen: handzame bloemlezingen met informatie over châteaux en domeinen uit die streken, een boek over de Rhône, het Zuidwesten en de Loire en Champagne, de Atlas van Bordeauxwijnen, wijn-reisboeken en vele koopgidsen voor wijnen onder de tien gulden. Binnenkort verschijnt zijn zesenvijftigste boek, nog dit jaar gevolgd door het zevenenvijftigste en achtenvijftigste boek. De titels luiden respectievelijk Heerlijk Frankrijk (over wijn, gerechten en historische wetenswaardigheden van alle wijnstreken), de Wijnalmanak 1999 en Selectie Bordeaux (een overzicht van tweehonderdvijftig koopwaardige wijnen uit de Bordeauxatlas).

Bang voor herhalingen of schrijfmoeheid is hij niet. “Een wijngebied is constant in beweging, al was het maar door de oogst die elk jaar weer anders is van kwaliteit. Als je na een x aantal jaren weer over een gebied schrijft, is er vaak veel veranderd. Maar wijn ontdekken vind ik het leukst. Ik ben nieuwsgierig naar steeds weer nieuwe gebieden en nieuwe wijnen. Ik wil als een Columbus van de wijnwereld zijn. Schrijven is eigenlijk bijzaak, maar moet gewoon als je de mensen wilt laten delen in je ontdekkingen. Ik schrijf veel, omdat de wijnbouw momenteel overal ter wereld in beweging is, zoals in onverwachte gebieden als Utah en Arizona in de Verenigde Staten, en in Canada. Het zijn opwindende tijden voor een wijnschrijver - en dat werkt enorm inspirerend.”

Ook bij het publiek heeft de stortvloed aan wijnkopij nog niet geleid tot Duijker-moeheid. Wereldwijd zijn er van zijn boeken drie miljoen exemplaren verkocht. Zijn verklaring voor het succes: “Ik schrijf zonder franje over wat ik lekker vind en de mensen vinden het prettig als iemand aangeeft wat de smaak is van de wijn die in een fles zit. Aan het etiket zie je het echt niet.” Duijker heeft tijdens zijn carrière ook het tij mee gehad: in 1974 dronk de Nederlander nog veertien flessen wijn per jaar, tegen 23,5 flessen in 1997. “Ik hoop dat ik daar mede debet aan ben.”

Maar Duijker doet meer dan boeken schrijven. Hij adviseert de KLM en het Amstel Hotel bij de wijnkeuze en verzorgt de wijnadviezen in het tv-programma Koken met Sterren. Hij heeft een column in Het Financieele Dagblad en in Missets Horeca en schrijft voor regionale dagbladen. Hij bezoekt regelmatig proeverijen, liefst van onbekende wijnen. Wordt het geen tijd voor een HD-wijnlijn? “Ik krijg wel verzoeken voor zulke projecten, maar ik wijs ze altijd af. Ik wil mijn objectiviteit in stand houden.”

Frankrijk zal vermoedelijk altijd zijn belangrijkste onderwerp blijven. “Fysiek is het haast onmogelijk om nog meer landen zo intensief te doen. Ik ga altijd op reis voordat ik een boek schrijf over een bepaalde streek. Zeker als ik langere tijd niet in een gebied ben geweest, bezoek ik dat opnieuw. Ik bestudeer alle productie-processen weer om de veranderingen te registreren, praat met mensen om te horen wat er gaande is in hun streek. Die communicatie is heel belangrijk om op de hoogte te blijven.” Dat is ook een van de redenen waarom Duijker niet over Italiaanse wijn schrijft: hij spreekt geen Italiaans. “Wel wijn-Spaans.”

Aan sommige landen zal hij niet gauw beginnen. Duitsland bijvoorbeeld: “Er worden mooie wijnen gemaakt, maar ik heb het gevoel dat de Nederlandse markt nog niet toe is aan een boek over Duitsland. Het publiek dat Duitse wijn drinkt is nauwelijks in kwaliteit geïnteresseerd.” Echt nare wijn? “Griekse Retsina vind ik heel vies”. Hij is daarentegen wel bezig aan een boek over Chili, het eerste over dit land in het Nederlands. “Een land met een enorm potentieel, waar men de bereidheid en de mogelijkheid heeft om te investeren in nieuw materieel en de beste druivenrassen. Sinds het land geen dictatuur meer is, is het investeringsklimaat daar heel gunstig. De wijnproducenten leveren een wijn met een prima prijs/kwaliteitsverhouding.”

Opvallend is het aantal positieve proefnotities in de boeken van Duijker. “Aan slechte wijnen besteed ik geen papier, dat is zonde. Ik schrijf over de wijnen die ik lekker vind, ervan uitgaand en hopend dat de lezer zich in mijn smaak kan vinden.” Als hij een koopadvies zou moeten geven voor 1997, dan raadt hij, behalve Chileense wijn, de appellations van het zuidwesten van Frankrijk aan: Cahors, Madiran, Bergerac, Buzet. “Een goed jaar daar, met een interessante prijs/kwaliteitverhouding.”

Mythes rond wijn wil hij ontrafelen. Hij zal een dure wijn niet benaderen “met gebogen hoofd en op blote knieën”, zoals Alexandre Dumas eens schreef over de wijze waarop een Montrachet diende te worden geproefd. “Wijn wordt te vaak op een voetstuk geplaatst, terwijl dat de tafel moet zijn. Ik vind een wijn niet lekkerder omdat hij honderd gulden heeft gekost.” Hij citeert graag de nuchtere woorden van Michael Broadbent, jarenlang wijnexpert van Christie's in Londen: “Zelfs de grootste Bordeaux is gemaakt om de mond te spoelen tussen twee happen eten door. It cleans the mouth like a Hoover.”

Hubrecht Duijker heeft zo zijn voorkeuren op het gebied van wijn. “Als ik naar een onbewoond eiland drie wijnen mee mocht nemen, zou ik voor rood kiezen, ervan uitgaande dat daar geen koelkast is voor wit. Twee uit de Bordeaux en een uit de Bourgogne, liefst in zo groot mogelijke flessen: Château Margaux, Cheval Blanc (St. Emilion) en La Romanée-Conti uit Vosne-Romanée.”

Zijn eigen kelder is voor 90 procent gevuld met de wijnen van zijn favoriete wijngebied, de Bordeaux. De verschillende appellations zijn allemaal vertegenwoordigd, met een lichte voorkeur voor St. Julien (Ducru-Beaucaillou) en Pomerol. Verder zijn Sauternes en Champagne (“altijd op”) favoriet. “Wijn is er vooral om te drinken”, is zijn motto. “Ik heb een hekel aan iemand die mij zijn kelder laat zien met daarin allemaal mooie wijnen en vervolgens zegt 'maar daar komen wij niet aan', de deur dicht doet en vervolgens niets inschenkt of iets doodsimpels.”

Zijn laatst gekochte wijn is een droge Sherry: La Ina, een mooie Fino van Domecq. “Fino en Manzanilla bij olijven met ansjovis gevuld of bij Hollandse Nieuwe, dat smaakt verrukkelijk. Ik koester de woorden van T.S. Eliott: 'Alles wat een beschaafd mens nodig heeft, zijn twee glazen Sherry voor de maaltijd'. Verder is hij dol op droge Muscat uit de Elzas, die hij bij voorkeur zelf haalt, uit Gueberschwihr of Katzental.

Duijker heeft het niet altijd makkelijk gehad als wijnschrijver uit een niet-wijnproducerend land. “Toen ik begon met schrijven, was Nederland niet alleen geen wijnproducerend land, maar had ook nog nooit een wijnschrijver voortgebracht, in tegenstelling tot Engeland. Bovendien had Nederland niet bepaald een gastronomische traditie. Komend uit een niet-wijnland had ik wel het voordeel van een grotere objectiviteit.” Vooral Frankrijk heeft hem lang met argusogen bekeken. “Op de omslag van de eerste Franse editie van De Grote Wijnen van de Bordeaux, waarvoor ik de prijs van het beste wijnboek van dat jaar kreeg, stond mijn naam op zijn Frans geschreven (Hubert Duyker). Pas bij de prijsuitreiking bleek dat ik geen Fransman was ('Vous n'êtes pas Français!'). Dat was even schrikken voor de jury, want de prijs werd in principe alleen aan Franse wijnschrijvers uitgereikt.” Sindsdien wordt zijn voornaam altijd keurig op zijn Nederlands geschreven: geen 'Hubert', maar 'Hubrecht'. “Fransen kunnen die best uitspreken, ze zeggen uiteindelijk ook Zindt-Humbrecht (een bekend wijnhuis uit de Elzas - red.)”.

Zou Duijker ook blijven schrijven als een deel van de oplage steevast binnen een half jaar bij De Slegte zou belanden? “Ik schrijf in de eerste plaats over wijnen omdat ik de wijnwereld zo boeiend vind. Het verlangen om meer wijnen te leren kennen en deze te proeven is mijn belangrijkste drijfveer. Maar een plaatsje bij De Slegte zou ik wel heel vervelend vinden; op de begane grond althans. Op de eerste etage is niet erg, daar is het antiquariaat.”