Het Volksbevrijdingsleger is weer groots

Het wassende water is de Chinese communistische partij te hulp geschoten. De inzet van het Volksbevrijdingsleger heeft de kritiek op corruptie, wanbeleid en onvermogen doen verstommen. De partij is goed en het leger is beter.

ZHAOYUAN/HARBIN, 17 SEPT. In de buitenwijk van Zhaoyuan, een stadje langs de Songhuarivier in het noordoosten van China, is alles met een dikke laag modder bedekt. Het rivierwater, dat hier tot een paar dagen geleden nog hoog in de huiskamers, fabriekshallen, restaurants en scholen stond, is zo goed als verdwenen. De bewoners zijn deze dag teruggekeerd en bezien de ravage die het water heeft aangericht. Ze zijn verdrietig, maar ze tonen zich berustend en zelfs dankbaar.

Vanaf zijn klamme kang, een bed van bakstenen en klei, vertelt een oude man waarom. “Wij hebben tenminste nog een dak boven ons hoofd. Dat hebben we te danken aan de inspanning van het leger. Zonder hen zou hier niets meer zijn geweest.” Waar begin augustus nog een keukentje was, gaapt nu een gat. “Die dijk heeft erger voorkomen”, zegt hij terwijl hij door het gat in de muur naar de op elkaar gestapelde witte zandzakken wijst. “Het Volksbevrijdingsleger is groots.”

De bewondering en dankbaarheid voor het leger overheerst de stemming in Zhaoyuan. Zelfs hier, waar het water manshoog binnen is gestroomd. Oudere mensen hebben hongersnood, revolutie en eerdere overstromingen meegemaakt, ze accepteren nu de ellende van gederfde inkomsten, verloren huisraad en verdronken vee. Het aantal klagers wordt overschaduwd door diegenen die hun respect uitspreken voor het leger. Hoe beroerd de mensen in Zhaoyuan er ook voor staan, eerst moet een ieder van het hart, hoezeer dankbaarheid is verschuldigd aan al die jonge knullen die een maand lang hebben gewaakt, dijken hebben gebouwd en schouderdiep in het water hebben gestaan “om met hun eigen lichamen de mensen te beschermen tegen het water.”

In Zhaoyuan is de propaganda, die de afgelopen tweeëneenhalve maand het nieuws avond aan avond heeft getekend, werkelijkheid geworden. Voorzichtig vragen of de Chinese media de betekenis van het leger niet een beetje hebben overdreven, brengt geërgerde reacties teweeg. “Hoe bedoelt u? Het leger is de parel van ons moederland”, zegt een vrouw wier huis is gedecimeerd tot een dak op palen. Zelden is het nationalisme in China zo sterk als tijdens een ramp. De populaire kritiek op de partij, de overheid en het leger, meer dan dikwijls beschuldigd van corruptie, wanbeleid en onvermogen, is verdwenen. De communistische partij is goed en het leger is beter.

De Chinese regering heeft dat ook opgemerkt en weet hoe zij daarmee de geërodeerde positie van de partij en het leger kan restaureren. Groot hebben de Chinese media de overstromingen in het nieuws gebracht. Overeenkomstig de richtlijnen van propagandachef Ding Guangen heeft het nieuws vooral “morele steun” moeten leveren. Over de doden, de treurnis in de opvangkampen, de nalatigheid van door geld geobsedeerde ambtenaren en de oorzaken achter de jaarlijks terugkerende overstromingen is zo goed als niet bericht. De aandacht was bij dankbare zielen als Xu Hongping. De 27-jarige moeder van een baby ontblootte bij het zien van een door wespensteken getergde watersnoodbestrijder een borst en spoot moedermelk op de aangedane plekken. Minder hilarisch, maar even heroïsch waren de berichten over soldaten die zo bevlogen bleken in de strijd tegen het wassende water, dat zij weigerden te eten, waarna zij van uitputting ineenzakten.

Hoe anders waren de berichten over het leger enkele maanden geleden nog. Begin deze zomer verklaarde president Jiang Zemin dat alle eenheden van het leger hun commerciële activiteiten moesten staken - het gewaagde sluitstuk van jarenlange kritiek. Het leger, omvangrijk, financieel in de knel en sinds het einde van de jaren '80 verantwoordelijk gesteld voor de werving van eigen inkomsten, werd nota bene door Jiang zelf beschuldigd van smokkel en louche handelspraktijken. Maar toen begonnen de rivieren buiten hun oevers te treden, en bleek het leger veel meer te zijn dan een geldverslindende corrupte kolos.

In Harbin, de hoofdstad van de provincie Heilongjiang, vier uur stroomafwaarts van Zhaoyuan, wordt het leger uitgezwaaid. Driehonderd vrachtwagens, vol met soldaten, allen nog met het zwemvest aan, trekken door de straten van de stad. Aan weerszijden staat een joelende menigte. Schoolkinderen, die er een dag vrij voor hebben gekregen, werpen bloemen en roepen: “Wij houden van jullie! Dank jullie wel! Tot ziens!” Als een vrachtwagen even stopt, werpen de toeschouwers presentjes naar de soldaten: appels, t-shirts, inlegzolen. Emoties krijgen de overhand. Een oude vrouw pakt de hand van een jonge soldaat en zegt onafgebroken “Dank je, dank je, dank je.” Ze huilt. Televisieploegen snellen erop af.

“Zonder hun hulp was Harbin verdronken”, zegt een omstander. “Ik heb diep respect voor het leger”, zegt een ander. Een kaderlid dat een groep soldaten vanaf een podium bedankt, spreekt de hoop uit “de helden” terug te zien voor vrolijker gebeurtenissen. Die kans is niet groot aangezien de overstromingen een jaarlijks terugkerend verschijnsel zijn. Vandaag evenwel doet het er niet toe. Een nuchtere toehoorder stelt dat de inzet van het leger heeft bewezen dat het nut heeft. “Wat is mooier dan een leger dat zijn bevolking bewijst dat het haar beschermen kan.”

Rauwe kost voor massa-psychologen. Het drama verbindt de zielen. De armoede in Heilongjiang doet daar een schepje bovenop. De provincie telt 550.000 werklozen, 8,7 procent van het landelijk totaal. “Het gezamenlijk leed maakt lijden lichter”, zegt een arbeider. Het maakt de bevolking blijkbaar ook plooibaar en gevoelig voor hetgeen de staatsmedia hen voorhouden.

Lees het commentaar in het Volksdagblad: “Onze kaderleden op alle niveaus wijten al hun loyaliteit, wijsheid, vlees en bloed aan de strijd tegen het water. Het is een kracht die de wereld doet beven. Via hen ziet de bevolking het krachtige leiderschap van de communistische partij van China en de regering. Zij zien dat de communistische partij goed is, dat het leger goed is, dat het socialisme goed is, en dat de grote familie van het moederland goed is.”

Het leger is de parel van ons moederland